Organisatie - 1 januari 1970

Onderzoekscholen doen het goed

Onderzoekscholen krijgen veel internationale waardering. Het Nederlandse promotietraject behoort zelfs tot de beste van de wereld, menen buitenlandse wetenschappers. Alleen krijgen promovendi hun werk nog altijd niet binnen vier jaar af.

Om erkenning te krijgen van de KNAW moeten onderzoekscholen zich iedere zes jaar laten beoordelen door een onafhankelijke buitenlandse review committee. De onderzoekers dr Heinze Oost van de Universiteit Utrecht en dr Hans Sonneveld van de Universiteit van Amsterdam hebben voor het ministerie van OCW de oordelen in kaart gebracht. Uit hun rapport rijst een zonnig beeld van de Nederlandse instituten. Bijna altijd spreken de commissies lovend over de scholen, of het nu om de internationale positie of de kwaliteit van onderzoek gaat. Vooral de kruisverbanden tussen de verschillende disciplines vallen bij de beoordelaars in de smaak.
Het rendement van de promotieopleiding in de onderzoekscholen ligt op 75 procent. Dat is hoger dan in de rest van de wereld. De promotieduur blijft echter een probleem. Slechts vijf procent van de aio’s zet binnen vier jaar een punt achter het proefschrift. Gemiddeld duurt het vijf jaar om het werk af te ronden. 'Dat probleem speelt overal ter wereld', relativeert Oost.
Gezien het succes van de onderzoekscholen vindt Oost het merkwaardig dat de opleidinggerichte graduate school een opmars maakt in Nederland. 'Ons systeem werkt goed. Graduate schools zullen onderling gaan concurreren, terwijl buitenlandse wetenschappers nu juist de landelijke samenwerking van de onderzoeksscholen waarderen.' / HOP

Re:ageer