Wetenschap - 6 maart 2003

Onderzoekscholen bang voor positie

Onderzoekscholen bang voor positie

Onderzoekscholen bang voor positie


De onderzoekscholen van de universiteit zijn bang dat ze ondergesneeuwd
raken door de kenniseenheden. In een brief hebben ze de raad van bestuur
laten weten dat ze bang zijn dat de rol van de kenniseenheden wordt
uitgehold.
De scholen zijn teleurgesteld dat ze niet zijn betrokken bij het opstellen
van het ondernemingsplan en de ‘Vivre-kennissprongen’ (‘Zoet voor zout’,
‘Kansen met ruimte’ en ‘Health Card’), drie onderzoeksprogramma’s waarin
Wageningen UR de komende jaren miljoenen in wil investeren. De
onderzoekscholen zijn sinds het begin jaren negentig verantwoordelijk voor
het onderzoeksbeleid van de universiteit. Ze voelen zich nu bedreigd
doordat de wetenschappelijk directeuren van de kenniseenheden naar hun
gevoel steeds meer te zeggen krijgen over het beleid. Voor de
onderzoekscholen dreigt een positie in de marge.
Volgens prof. Rudy Rabbinge, de dean van de gezamenlijke onderzoeksscholen
zou dat een slechte ontwikkeling zijn. ,,De onderzoekscholen hebben
Wageningen Universiteit de laatste jaren veel opgeleverd. Het aantal
promoties is verzesvoudigd. Bovendien zorgen ze voor de academische
verankering van het Wageningse onderzoek. We mogen best trots zijn op onze
onderzoeksscholen. Wageningen heeft meer promoties dan Leiden, wat dat
betreft zijn we zeker geen kleintje.’’
De onderzoekscholen willen een centrale rol houden in het onderzoeksbeleid
van Wageningen UR. De kenniseenheden zouden zich dan vooral bezig moeten
houden met het beleid van DLO. |
K.V.

Re:ageer