Nieuws - 11 april 2015

Onderzoekers kruisen degens over biobrandstoffen

tekst:
Rob Ramaker

Voor- en tegenstanders debatteerden gisteren over de rol van bio-energie in een duurzame energievoorziening. Een vraag die de gemoederen verhit sinds de KNAW ontraadde biomassa, zoals houtsnippers, in te zetten als energiebron.

Zet biomassa liever in als ‘groene’ grondstof om aardolie te vervangen, schreven de Wageningse wetenschappers Rudy Rabbinge en Louise Vet en de Amsterdamse emeritus hoogleraar Martijn Katan afgelopen januari in een visiestuk van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). Het zorgde voor een felle, en bij vlagen bittere, discussie in kranten.

Gisteren in het KNAW-hoofdkwartier, met in het publiek een flinke Wageningse afvaardiging, werd beschaafd gediscussieerd maar stonden de kemphanen nog steeds tegenover elkaar.

Biobrandstoffen hebben een fundamenteel probleem, zei Tim Searchinger, onderzoeker aan Princeton University. Voor hun rendement zijn ze afhankelijk van het proces waarmee planten energie vastleggen uit zonlicht, fotosynthese. En over de efficiëntie hiervan was hij kort: ‘It sucks’. Planten leggen slechts een fractie (0,2 – 0,4 procent bij geschikte soorten) van het invallende zonlicht vast. Zonnecellen hebben nu al een rendement van 10 tot 20 procent. Zonne-energie opwekken is dus efficiënter dan bijvoorbeeld houtpellets meestoken in energiecentrales.

‘Ik ben ook gek op zonne-energie’, zei André Faaij, hoogleraar Energiesysteemanalyse aan de Rijksuniversiteit Groningen en voornaamste criticaster van het KNAW-visiestuk, om daarna een compleet ander toekomstbeeld te schetsen. Hij ziet wel een nadrukkelijke plek voor biobrandstoffen in de energiemix. Zo zullen technologische verbeteringen zorgen dat allerlei types soorten bio-energie wel rendabel worden. Het verbouwen van energiegewassen kan in arme gebieden bovendien hand in hand gaan met een verbeterde landbouw en sociale verandering.

Volgens Searchinger is er helemaal geen land voor het grootschalig verbouwen van zulke gewassen. In de toekomst ziet hij nauwelijks genoeg grond om voedsel te verbouwen voor de groeiende wereldbevolking, laat staan voor grote hoeveelheden energiegewassen. Faaij sprak hem expliciet tegen. Volgens hem kan het gebruik van landbouwgrond de komende decennia zelfs afnemen. Vooral in Afrika en Azië kunnen moderne landbouwmethodes de oogst per hectare nog sterk doen stijgen. Bovendien is er voldoende geërodeerde, uitgeputte of verzoute grond die ongeschikt is voor landbouw maar niet voor energiegewassen.

Het was interessant hierover te discussiëren, maar ik heb mijn mening niet veranderd.
Martijn Katan

Het publiek kreeg dankzij uitersten als Searchinger en Faaij een goed idee van de breedte van de discussie. Het zwart-witte beeld zorgde wel dat Gert-Jan Nabuurs, bijzonder hoogleraar European Forest Resources, vanuit het publiek opriep het debat realistisch te houden. Zelf denkt hij dat met hout uit Europese bossen een bescheiden 3 tot 4 procent van de Europese energie duurzaam geleverd kan worden. Veel beweging in de in januari betrokken stellingen lijkt er echter niet te zitten. ‘Het was interessant hierover te discussiëren’, concludeerde organisator Martijn Katan, ‘maar ik heb mijn mening niet veranderd.’