Wetenschap - 21 november 2002

Onderzoekers gaan in plantencollectie zoeken naar resistenties tegen aardappelziekte fytoftora

Onderzoekers gaan in plantencollectie zoeken naar resistenties tegen aardappelziekte fytoftora

Genoomonderzoekers gaan de komende jaren de complete aardappelcollectie van het Wageningse Centrum voor Genetische Bronnen (CGN) napluizen om genen op te sporen die een rol spelen bij de infectie door fytoftora. Zij hopen zo nieuwe bronnen van resistentie te identificeren waarmee de kwekers in de toekomst aardappelrassen kunnen ontwikkelen die duurzaam minder vatbaar zijn voor deze agressieve ziekteverwekker.

"Er zijn tot nu toe slechts een handje vol resistentiegenen gebruikt tegen de aardappelziekte en die zijn ook allemaal nog eens afkomstig uit maar ??n wilde aardappelsoort. Er is dus nog maar een fractie van de natuurlijke variatie aan resistentiegenen ingezet door aardappelveredelaars. De genen die nu gebruikt worden vormen geen afdoende barri?re tegen fytoftora omdat ze allen in een zeer korte tijd door de ziekteverwekker doorbroken zijn", volgens dr Edwin van der Vossen van Plant Research International. Hij sprak afgelopen vrijdag op de informatiedag van het Wageningen Potato Centre, een samenwerkingsverband dat de expertises van Wageningse aardappelonderzoekers bundelt.

De problemen met de aardappelziekte zijn volgens van der Vossen sinds 1980 sterk verergerd doordat de schimmelachtige ziekteverwekker zich sinds die tijd in Europa zowel ongeslachtelijk als geslachtelijk kan voortplanten. "Door de geslachtelijke voortplanting is de genetische variatie enorm toegenomen en de klonale vermeerdering zorgt er ook nog eens voor dat zo'n aangepaste ziekteverwekker zich razendsnel kan verspreiden".

De aardappelziekte, veroorzaakt door de schimmelachtige organisme Phytophthora infestans, staat daarom nu bekend als de meest hardnekkige ziekte in de teelt van aardappelen. De ziekte kan zich bij vochtig weer zeer snel verspreiden en het afsterven van het gehele gewas veroorzaken. Wereldwijd wordt er meer dan 3 miljard euro besteed aan de chemische bestrijding van deze ziekte. Aangezien de ziekteverwekker ook tolerantie begint te ontwikkelen voor bestrijdingsmiddelen is het van groot belang fytoftora-resistente rassen te ontwikkelen. Zeker voor Nederland, die wereldleider is op het gebied van de productie en export van aardappelpootgoed.

Het Wageningse Centre for Biosystems Genomics, een van de drie Nederlandse genomics zwaartepunten, start begin volgend jaar met een programma voor het ontrafelen van de genen die betrokken zijn bij de wisselwerking tussen de aardappel en de ziekteverwekker. Van der Vossen: "Resistentiegenen tegen fytoftora liggen in clusters, dus we hoeven niet het gehele aardappel-DNA te sequencen. Door deze genen en bijbehorende merkers te identificeren bieden we veredelaars handvaten om sneller op gewenste resistenties te selecteren. Door combinaties van resistentiegenen te gebruiken moet het mogelijk zijn duurzamere resistenties de cultuuraardappel in te kruisen".

Hierbij wordt geput uit de collectie van zo'n 2000 wilde en gecultiveerde aardappels van het CGN. Van der Vossen is met enig recht hoopvol gestemd dat dit resultaat gaat opleveren. Hij heeft inmiddels voor het eerst een resistentiegen tegen fytoftora weten te isoleren uit een andere wilde Mexicaanse aardappelsoort die relatief brede bescherming lijkt te bieden tegen de kwelgeest. | G.v.M.

Re:ageer