Wetenschap - 15 februari 2001

Onderzoekers adviseren over subsidieverdeling in glastuinbouw

Onderzoekers adviseren over subsidieverdeling in glastuinbouw

De overheid heeft 105 miljoen gulden subsidie beschikbaar om de uitstoot van CO2 door de glastuinbouw te verminderen. Onderzoekers van LEI, Imag en Praktijkonderzoek adviseren het ministerie van LNV en de stuurgroep Glastuinbouw en Milieu over een effici?nte besteding van dit geld.

Doordat tuinders veel gas verstoken om hun kassen te verwarmen en hun gewassen met CO2 te bemesten, brengen ze veel broeikasgas in de atmosfeer. Wanneer ze zouden overschakelen op het verstoken van biomassa, zoals hout, in plaats van gas, zou het probleem van de CO2-uitstoot zijn opgelost. Maar die oplossing biedt alleen op lange termijn soelaas. Meer kansen liggen er nu bij het gebruik van restwarmte van de industrie en elektriciteitscentrales, om daarmee de kassen te verwarmen. STEG-installaties, ofwel centrale stoom- en gasturbines die speciaal zijn ingericht om elektriciteit en warmte op te wekken voor een tuinbouwgebied plus woonwijk, bieden ook goede mogelijkheden. Deze zijn effici?nter dan warmte-krachtkoppeling op tuinbouwbedrijven en warmtepompen.

De onderzoeksgroep, onder leiding van ir. Olaf Hietbrink van het LEI, voorziet dat met subsidie de komende drie tot vijf jaar zo'n vierduizend hectare glastuinbouw gebruik kan maken van grootschalige restwarmteprojecten. Daarmee zal de CO2-uitstoot met minstens 1,4 tot 2,2 miljoen ton per jaar verminderen. Om dat van de grond te krijgen, is het belangrijk dat tuinders vroeg weten of er subsidie verstrekt wordt. Dan kunnen zij tijdig op zoek naar andere investeerders.

De onderzoekers pleiten voor subsidie voor zowel groot- als kleinschalige projecten. De grootschalige projecten kunnen veel CO2-reductie opleveren, maar ze kosten veel tijd en organisatie en zijn afhankelijk van het gebied. Kleinschalige projecten kosten weinig tijd en geld, maar leveren ook minder CO2-winst op. | M.H.

Re:ageer