Wetenschap - 1 januari 1970

‘Onderzoeker moet het roer weer in handen krijgen’

Prof. Ivonne Rietjens werd vorig jaar opgebeld door premier Balkenende met de vraag of ze als wetenschapper lid wil worden van zijn innovatieplatform. Ze heeft een duidelijke mening over innovatie door de wetenschap: de onderzoeker moet het roer weer in handen krijgen. Om te beginnen moet de overhead van Wageningen UR gehalveerd worden.

,,De wetenschap kan meer bijdragen aan innovatie, maar dan moeten onderzoekers weer de baas worden over het onderzoek dat ze doen en de omzetting daarvan in producten, bedrijven en geld. Nu zijn er te veel mensen die feitelijk buiten het onderzoek staan en die te veel te zeggen hebben over onderzoek en over hoe de onderzoeker zijn werk moet doen. Dat geldt in het algemeen, maar ook voor Wageningen UR. De overhead van Wageningen UR kan gehalveerd worden, en de managers en beleidsmedewerkers díe er zijn moeten in dienst van onderzoekers staan, en niet andersom. Zolang managers en beleidsmedewerkers meer verdienen en meer status hebben dan onderzoekers blijven ze ook de baas over de onderzoeker. Dat kan niet de bedoeling zijn bij een kennisinstelling. Ik zeg niet dat onderzoekers te slecht betaald worden. Maar wie niet direct aan kennis bijdraagt wordt in verhouding wel érg goed betaald.’’
Dat zegt hoogleraar toxicologie prof. Ivonne Rietjens. Bijna een jaar naar de lancering van het innovatieplatform Balkenende, waarin zij als onafhankelijk wetenschapper zitting heeft, wil Rietjens wel haar mening geven over innovatie en – vooral – over datgene wat innovatie in de weg staat: de bureaucratie.

Cultuuromslag
,,Voor EU-projecten en voor sommige NWO-projecten moet je elk half jaar een rapport schrijven. Dat kan ook na afloop één keer, na vier jaar onderzoek. En als je het aantal regels halveert, heb je ook maar de helft van de mensen nodig om die te handhaven. In plaats van beleidsnota’s te schrijven over wat wij moeten doen, kunnen managers en beleidsmedewerkers beter worden ingezet bij de leerstoelgroepen om te helpen met de valorisatie van kennis.’’ Die ‘valorisatie’ houdt in dat een vinding of idee leidt tot een product of een bedrijf dat geld oplevert.
Dit alles vraagt niet alleen om reorganisatie, maar ook om een diepgaande cultuuromslag, denkt Rietjens. En het zal dan ook niet van vandaag op morgen gebeuren. De huidige onderzoeker wordt niet zomaar een ondernemer. Die heeft daarvoor niet de opleiding, niet de instelling en niet de vaardigheden. Rietjens heeft haar hoop daarom op de volgende generatie gericht. ,,Jongelui moeten leren creatieve ideeën om te zetten in een bedrijf. Dat moet dus al in het onderwijs beginnen. Op universiteiten moeten vakken komen over hoe je een bedrijf opzet.’’
Jongeren moeten ook meer ruimte krijgen om creatief te denken. ,,Dat betekent ruimte om fouten te maken en dingen zelf uit te zoeken. Afstudeervakken worden tegenwoordig voorgekookt, de student hoeft weinig meer zelf te bedenken en krijgt daar ook de tijd niet voor. Alles wordt geregeld, en dat levert geen innovatieve maatschappij op. Ouders in gezinnen lossen de problemen van hun kinderen op, want er is geen tijd meer om fouten te maken. Ook onderzoekers hebben te weinig tijd om creatief na te denken. Ik ken mensen die om dat probleem enigszins op te lossen niet meer naar vergaderingen gaan. Ook al krijgen ze dan af en toe iets onverwachts over zich heen, dat zij dan zo. De vorm van overleg verandert toch elk jaar. Dat ze ervoor kiezen niet meer te overleggen, is veelzeggend.’’

Weinig resultaat
Het innovatie platform werd vorig jaar door premier Balkenende opgericht. Doel is eraan bij te dragen dat Europa in 2010 de meest concurrerende kenniseconomie van de wereld is. Kopstukken uit industrie en kennisinstellingen en ministers komen vijf keer per jaar in het platform bijeen om ideeën te vormen. Een projectbureau werkt die plannen uit. Voor de duidelijkheid: het platform verdeelt geen pot met subsidies en beslist niet over het kabinetsbeleid. Want het initiatief moet komen van bedrijven en kennisinstellingen zelf.
Het innovatie platform kreeg van velen de kritiek dat het weinig resultaat oplevert. Rietjens is er niet door uit het veld geslagen. ,,Het is moedig van dit kabinet om dit thema op te pakken. Innovatie is iets van de lange termijn en dat krijgt altijd weinig aandacht in de politiek. Een samenleving wordt innovatiever als het economisch slecht gaat. Dan worden mensen creatief. Finland is een voorbeeld waar het heel slecht ging en de wal het schip heeft gekeerd. Het kabinet wil die diepe crisis van het land voor zijn.’’
En het platform heeft wel al resultaten bereikt, zegt Rietjens. ,,De toegang van buitenlandse kenniswerkers wordt vergemakkelijkt en er komen Casimirbeurzen voor mensen van kennisinstellingen die een periode in het bedrijfsleven willen werken. Er wordt gedacht over een andere verdeling van geldstromen voor kennisontwikkeling en over een betere doorstroming in het beroepsonderwijs van vmbo naar mbo en hbo. Er is een deltaplan ‘bèta en techniek’, een actieplan van een aantal ministeries om de tekorten aan bèta’s en technici aan te pakken. Het kabinet maakt een start met de versterkte steun voor startende technologische bedrijven via het project TechnoPartners. En bovenal wordt er veel gepraat over innovatie, het is een thema. Er zijn bijvoorbeeld veel regionale innovatieplatforms. En wij zitten hier nu ook over innovatie te praten, en dat is nieuw.’’

Sleutelgebieden
Rietjens zit in het platform als onafhankelijk wetenschapper, en vertegenwoordigt niet Wageningen UR, of de agribusiness, benadrukt ze. ,,De leden van het platform vertegenwoordigen geen bedrijven of sectoren. Ze staan boven de partijen. Wie verwacht dat de mensen in het platform een bepaald belang verdedigen, begrijpt niet waar het om gaat.’’
Het platform wil sleutelgebieden gaan aanwijzen in Nederland die zich op een bepaalde sector richten. Want concentratie van een bepaalde sector in een bepaald gebied zorgt voor de kritische massa die nodig is om kennis en bedrijven bij elkaar te brengen en daarmee internationaal te kunnen concurreren. Tot augustus kunnen bedrijfsleven en kennisinstellingen voorstellen indienen voor sleutelgebieden. Food Valley zou daar een van kunnen zijn. ,,Food Valley moet nu wel laten zien dat het zich daarvoor voldoende kan organiseren’’, zegt Rietjens. ,,Want het platform stimuleert alleen maar. De bedrijven en kennisinstellingen zijn aan zet.’’

Joris Tielens

Re:ageer