Wetenschap - 1 januari 1970

Onderzoek van Productie Ecologie is uitstekend

Onderzoek van Productie Ecologie is uitstekend

Onderzoek van Productie Ecologie is uitstekend

Een hoog wetenschappelijk gehalte. Zo beoordeelt het review panel het onderzoek binnen de C.T. de Wit onderzoekschool voor Productie-Ecologie (PE). Vijf internationaal erkende wetenschappers bezochten de onderzoekschool van 21 tot 23 juni

PE komt naar voren als een internationale leider tussen de onderzoeksinstellingen met gelijke missies, zo schrijven de vijf peer reviewers. De interdisciplinaire werkwijze is een bijzonder innovatieve manier om duurzame en milieuvriendelijke landbouwsystemen te ontwerpen

De reviewers ontdekten maar oon belangrijk minpunt. Gezien de hoge kwaliteit van het onderzoek hadden er nog meer artikelen kunnen staan in internationaal gerenommeerde wetenschappelijke tijdschriften. Wel zijn ze onder de indruk van de productie van PE. Zo'n 150 promotieonderzoeken en meer dan negenhonderd artikelen in gerefereerde tijdschriften. Wetenschappelijk directeur prof. dr ir Martin Kropff verwacht overigens dat de nieuwe criteria van PE, minimaal twee artikelen per onderzoeker per jaar in gerefereerde tijdschriften, onderzoekers zullen stimuleren in meer hoogstaande tijdschriften te publiceren

Naast het onderzoek krijgt ook het onderwijs een pluim. De aio's zijn zeer gemotiveerd en in staat hun eigen werk te evalueren door regelmatig met elkaar aan discussiebijeenkomsten deel te nemen. Ook de kwaliteit van de promoties is uitstekend

De reviewers staan achter het concept voor de heraanvraag voor erkenning van PE volgend jaar. Ook vinden ze dat de functioneel ecologen die binnen PE zijn opgenomen goed binnen het nieuwe concept van de onderzoekschool passen. Daarmee verandert de naam van PE in Production Ecology and Resource Conservation (PRC). L.N

We moeten ook de milieukosten in de prijs meenemen

Ontwikkelingseconoom Kuijvenhoven pleit voor faire wereldhandel


Hoe zou de wereldhandel er volgens u uit moeten zien?

Ik ben voorstander van een wereldhandelssysteem waarin minder marktverstorende elementen voorkomen zoals dumpingen, ad hoc subsidies en handelspreferenties. Deze maken de markt minder toegankelijk en ondoorzichtig. Tegelijkertijd moeten er wel meer internationale regels komen rond belangrijke zaken zoals milieu en gezondheid. Binnen die regels moet de handel vrij zijn. Dat noem ik een faire handel, een begrip dat ik liever gebruik dan vrije handel. Dat laatste wordt vaak geassocieerd met Amerikaanse ideeën over handel waarin alleen het recht van de sterkste geldt en waarin er helemaal geen regels zijn. Dat is niet de bedoeling.

Zijn ontwikkelingslanden gebaat bij liberalisering?

Ja, veel ontwikkelingslanden hebben baat bij een betere markttoegang tot geïndustrialiseerde landen. Neem bijvoorbeeld de textielsector. Daarin heeft India een sterk concurrentievoordeel ten opzichte van de industrielanden omdat het goedkoper kan produceren. Dat geldt ook voor veel voedselgewassen. Omdat de industrielanden handelsbeperkingen opleggen, lopen die landen enorme inkomsten mis.

Nederland en de EU willen een breed, multilateraal overleg. Maar de VS neigt nog steeds naar bilaterale afspraken tussen regionale blokken, zoals in de North Atlantic Free Trade Area (NAFTA). Wat levert dat voor problemen op?

De blokvorming en de bilaterale afspraken zoals de VS die voorstaan zijn in tegenspraak met het principe van non-discriminatie van de WTO. Maar het is wel ideaal voor politici. Die kunnen bijvoorbeeld landen met een goed mensenrechtenbeleid belonen met handelspreferenties. Ik vind dat allemaal erg begrijpelijk, maar niet zuiver. In een faire handel hoort een duidelijk onderscheid tussen politiek en handel.

Meer handel levert meer transport op en dat geeft weer meer milieuvervuiling. Hoe kan dat opgelost worden?

Daar moeten regels voor komen. Nu is het transport te goedkoop. De vraag is dan hoe je het een prijs geeft die rekening houdt met de milieukosten. Je kunt bijvoorbeeld de benzine duurder maken. Wanneer we geen goede regels hebben over zaken die het milieu aangaan, dragen de volgende generaties daarvan de last. Het probleem is dat duurzaamheid in internationaal verband moeilijk is te definiëren. Toch moet daar naar worden gestreefd. Vervolgens moet de WTO toezicht houden op de naleving van zulke regels.

Nederlandse boeren die vanwege de liberalisering hun inkomen zien kelderen, krijgen als ze stoppen een uitkering. In de derdewereldlanden is zo'n sociaal vangnet er niet. Dat is toch wel een probleem

Inderdaad een lastig punt. Kijk bijvoorbeeld naar Brazilië of Chili. Die landen hebben best de mogelijkheid om een sociaal verzekeringsstelsel op te zetten. Toch doen ze dat niet. De internationale gemeenschap kan daar dan wel op aandringen, maar er is niemand die dat kan afdwingen. De WTO in ieder geval niet, want die moet zich houden aan het non-interventiebeginsel.

Liberalisering betekent dat d341341r wordt geproduceerd waar dit het efficiëntst is: graan rond Parijs en Oost-Engeland, eiwithoudende gewassen in de VS en maïs in Argentinië. Verdwijnt de commerciële akkerbouw uit Nederland?

Vroeg of laat zal de huidige situatie in Nederland niet te handhaven zijn. Als door de WTO-liberalisering hele sectoren moeten verdwijnen kan de politiek dat proces wel vertragen, maar uiteindelijk bepaalt toch de markt de toekomst van het platteland. Het kan dan zijn dat er meer ruimte komt voor alternatieve niches zoals die van de biologische landbouw en de streekeigen productie, maar het kan ook zijn dat de vrijkomende ruimte vooral wordt ingevuld met natuur. Wat mij betreft is dat geen probleem; landbouw en natuur hoeven niet gekoppeld te zijn.

Re:ageer