Organisatie - 1 januari 1970

Onderzoek naar verstuiver kippenvaccin

Wageningen UR heeft ongeveer 1,1 miljoen euro gekregen van het ministerie van LNV voor onderzoek naar nieuwe vaccins tegen vogelgriep. Daarmee wordt onder meer gekeken of vaccins ook via een verstuiver aan kippen kunnen worden toegediend en in welke mate gevaccineerde dieren het virus kunnen doorgeven.

'We willen een onderscheidbaar vaccin ontwikkelen dat zo breed mogelijk toepasbaar is. Maar ik kan daar niet over in detail treden in verband met eventuele patenten die we willen aanvragen', aldus viroloog dr. Wim van der Poel van de Animal Sciences Group.
De onderzoekers willen een vaccin ontwikkelen dat met een vernevelaar kan worden verspreid zodat grote groepen pluimvee het kunnen inademen. 'Dat was een wens van het ministerie’, vertelt Van der Poel. Nu moeten de dieren nog stuk voor stuk ingeënt worden. Dat is tijdrovend, lastig en duur, vooral als vaccinatie tijdens de bestrijding nog moet worden uitgevoerd.
Verder gaan onderzoekers kijken wat de variatie is tussen de diverse typen vogelgriep, welke vaccins tegen deze typen werken, en hoe de vaccins onderscheiden kunnen worden van de griepvirussen in het veld, vertelt epidemioloog prof. Mart de Jong. Zo wordt nu een vaccin met H5N2 ingezet tegen het rondwarende H5N1-virus. 'We hebben de indruk dat dat goed werkt. Maar je hebt nog meer variatie dan de verschillende N-types binnen een H-type. Die variatie willen we in kaart brengen.'
Een ander onderzoeksonderwerp is de vraag hoe sterk de immuniteit van het pluimvee is bij vaccinatie. Dat gebeurt door gevaccineerde kippen bij ongevaccineerde te zetten, en andersom. Hoe meer kippen gevaccineerd zijn, des te kleiner de kans op een uitbraak. 'Dat noemen we de herd community', vertelt De Jong. 'Dat is net als dat je als kind beschermd werd tegen de mazelen doordat alle anderen gevaccineerd waren, en niet zozeer doordat jijzelf was gevaccineerd.'
Van der Poel verwacht ook de komende jaren extra geld voor het vaccinonderzoek. 'Het is zeker niet zo dat we dit jaar met een vaccin kunnen komen. De ontwikkeling van een vaccin duurt jaren omdat het veel werk in het laboratorium is en in een later stadium veel dierexperimenten vraagt. Wat we nu vooral doen is expertise opbouwen. We hebben wel aan influenzavirussen gewerkt, maar niet zo grootschalig.’ / MW

Re:ageer