Wetenschap - 1 januari 1970

Onderzoek in mijnenveld

Sommige Wageningse onderzoekers houden er niet van om voortdurend achter de pc of in een stoffig lab te zitten. Ze trekken naar verre oorden en schuwen het gevaar niet. Gedreven door wetenschappelijke ambities, maar ook door de zucht naar het vreemde, komen ze terecht in mijnenvelden, worden ze belaagd door gewelddadige bendes, of bungelen ze aan hun spikes in een woudreus.

Adrie Jacobs (tweede van links) in de Negev. Naast hem – met UZI - staat Shai, een Israëlische student die zorgde voor de beveiliging van de groep. / foto Adrie Jacobs

In de top tien van de meest avontuurlijke onderzoekers van Wageningen UR staat zonder twijfel dr Adrie Jacobs van de leerstoelgroep Meteorologie en Luchtkwaliteit. Zo reed hij in 1996 samen met collega ing. Bert Heusinkveld door Israël. ‘Bert en ik reden op de snelweg langs de grens met Jordanië. Deze weg was volgens iedereen veilig. Op een gegeven moment moest Bert een kleine boodschap doen, dus we stopten. Plotsklaps stopte met gierende banden een auto naast me en er stapten vier mensen uit die dreigend op me afkwamen. Ik dacht oei, oei dit gaat mis en Bert dacht oei, oei ik loop nog wat verder door. Een van de mensen vroeg me kortaf: what are you doing here? Ik zei, my colleague must have a serious leak. Waarop het antwoord kwam: does he always do that in a mine field?’
Reislustige onderzoekers hebben zo ieder hun eigen passie. De een is geboeid door de wijze waarop lianen en tropische bomen groeien, de ander is gefascineerd door dauwvorming in de woestijn, en weer een ander pijnigt zijn hersenen door veel te denken aan de arme bevolking in Afrika en mogelijkheden voor duurzaam landgebruik. Maar wat hen verenigt is dat ze door al hun reizen en avontuurlijke ondernemingen hun blik hebben verruimd.
Dr. Freerk Wiersum, onderzoeker bij de leerstoelgroep Bos- en natuurbeleid, was de afgelopen twintig jaar onder meer te vinden in Indonesië waar hij de studentenopstanden van nabij meemaakte, en in Malawi, waar hij een nacht in een auto met twee lekke banden doorbracht, precies op de grens met Mozambique waar een paar maanden eerder nog de kogels van opstandelingen rondvlogen. Achteraf gezien had Wiersum het niet willen missen. ‘Ik moet er niet aan denken om al die tijd alleen maar in de bossen bij Ede te hebben gezeten voor onderzoek. Hoewel dat wetenschappelijk ook interessant is.’

Handen omhoog
Dat een leven zonder reizen erg saai zou zijn, beaamt ook Adrie Jacobs: 'Het is gewoon erg stimulerend om telkens weer in een andere omgeving te werken.' De laatste jaren zit Jacobs veel in Israël, in de Negev woestijn, waar hij meteorologisch onderzoek doet in een gebied waar het een komen en gaan is van militairen, het grensgebied met Egypte en Jordanië. Jacobs lijkt te worden aangetrokken door militaire terreinen. In de jaren tachtig kreeg hij al wat 'oefening' op het militaire vliegveld De Peel in Nederland. Op de landingsbaan deed hij metingen naar luchtstromingen. Via via had hij toestemming gekregen. Jacobs herinnert zich straaljagers die hun start afbraken en militairen die per jeep op Jacobs en zijn team afstormden. 'De militairen wisten niet wat wij daar deden. Ze konden wel denken dat we terroristen waren.'
In Israël dient Jacobs nog meer op te passen. Met de militairen in dat land valt niet te spotten. 'We doen onderzoek in een met hekken omgrensd meetgebied van de Universiteit van Jeruzalem, bij de grens met Egypte. Om hier in te komen moeten we elke dag langs een checkpoint en zijn we twee tot drie uur kwijt. Ik kan me nu goed voorstellen hoe sommige Palestijnen zich voelen. Maar goed, om iedere dag een paar uur kwijt te raken, was vervelend voor het onderzoek. Daarom gingen we een keer door een achteringang. We moesten een paar kilometer omlopen, maar dat was niet erg. De eerste de beste keer zagen we op een gegeven moment van een afstand een fel licht schijnen. En plotsklaps stonden drie Israelische militairen voor ons. Dan hoor je klik, klik. Dan weet je dat je meteen je handen omhoog moet doen. Dit is geen speelterrein.'
Het zijn de risico's van het vak, stelt Jacobs. 'Ik heb het ervoor over, voor de wetenschap. Het was niet relaxed, elke week kwam er een andere lichting militairen die je moest laten weten wat je daar deed. Maar het was het waard aangezien we interessante dingen hebben ontdekt. Onze metingen wijzen uit dat er in de Negev jaarlijks evenveel dauwvorming optreedt als dat er neerslag valt. En dat dauw niet snel opdroogt. Daardoor kunnen er zoveel planten, insecten en schimmels overleven. Het is fantastisch. De natuur laat je dingen zien waar je nooit aan hebt gedacht.'
'Veldwerk is als peper en zout in je eten. Het zorgt ervoor dat onderzoek interessant wordt'
Bende
Ook bosbouwer Wiersum heeft in landen gezeten waar geweld aan de orde van de dag is, zoals Zuid-Afrika. En daar ontdekte hij in 2002 dat onderzoek doen in risicogebieden ook daadwerkelijk levensbedreigend kan zijn. Een door Wiersum begeleidde Zuid-Afrikaanse promovenda werd toen aangevallen door een bende en ernstig mishandeld. Ze verloor daarbij haar ongeboren baby.
De antropologe wil zich echter niet laten intimideren door dit geweld en vervolgt inmiddels haar onderzoek, wat Wiersum erg moedig vindt. 'Jammer genoeg zijn het juist de gemotiveerde onderzoekers die zich inzetten voor de arme zwarte bevolking die het slachtoffer worden van geweld.' Maar Wiersum gelooft niet dat het in andere Afrikaanse landen veiliger is en ziet dan ook geen reden om af te zien van onderzoek in deze contreien. 'In Zuid-Afrika moet je wel zorgen geen onnodige risico's te nemen. De Zuidafrikaanse Rhodes Universiteit, waar de promovenda aan verbonden is, heeft bijvoorbeeld besloten dat de Wageningse MSc-studenten die er veldonderzoek doen, niet meer zonder begeleiding van lokaal bekende studenten het veld in kunnen gaan.'

Zwaartekracht
Een andere Wageningse onderzoeker die altijd de nodige voorzorgsmaatregelen treft voor zijn gevaarlijke ondernemingen, is bioloog dr Frank Sterck van de leerstoelgroep Bosecologie en Bosbeheer. Hij is niet zozeer bang voor geweldplegers, hij is meer gespitst op de krachten van de natuur. Respect heeft hij met name voor de zwaartekracht. Sterck heeft namelijk ervaring met ballonexpedities en bungelt regelmatig op grote hoogte aan bomen in het tropisch regenwoud.
Honderden bomen heeft hij al beklommen in Frans Guyana. Met behulp van alpinistische technieken klautert hij langs de stammen van de soms veertig meter hoge woudreuzen. Hij meet onder meer de fotosynthese en dikte van takken om inzicht te krijgen in de manier waarop tropische bomen groeien en reageren op boskap.
'Ik klim met spikes en een veiligheidsgordel die je om de boom heen legt. Ik heb wel een keer de dood voor ogen gezien. Mijn veiligheidsgordel schoot om een of andere reden los en ik bleef slechts met mijn spikes hangen aan de boom, ondersteboven en op twintig meter hoogte.'
Afgezien van de natuurlijke pracht van tropisch bos en de uitdaging van het klimmen, apprecieert hij de bijkomende verrassingen. Zo herinnert hij zich dat hij vanuit zijn hangmat, diep in de bossen van Frans Guyana, raketten zag overvliegen. Vanuit de stad Kourou voert het Franse ruimtevaartinstituut CNES raketlanceringen uit. Verder houdt de boomspecialist van de culturele aspecten van veldonderzoek. 'We richten ons sinds kort op de laatste restjes bos op de Ethiopische hooglanden, de 'kerkbossen', die om religieuze redenen niet worden gekapt. Het is leuk om geconfronteerd te worden met een totaal andere cultuur. '
Sterck verheugt zich alweer op het volgende bezoek aan Ethiopië. Hij zit sinds zijn promotie minder in het veld. Hij beleeft weliswaar plezier aan het modelleren van boomgroei op de computer, maar hij kan zich geen werk meer voorstellen zonder veldexpedities. Ongeveer twee maanden in het jaar vertoeft hij in de bossen.

Zout en peper
Ook Freerk Wiersum heeft al weer trips naar Ethiopië en Bolivia op de planning staan om promovendi te begeleiden en nieuwe projecten te initiëren. Binnen zijn onderzoeksgroep is er een continue stroom van PhD- en MSc-studenten uit tropische gebieden, dus Wiersum is verzekerd van zijn tickets naar verre oorden.
Het lijkt erop dat de Wageningers die de aardbol afreizen, nooit meer verlost worden van het reisvirus. Hun zucht naar spanning en wetenschappelijke ontdekkingen houdt niet op. Ook meteoroloog Jacobs staat te popelen om weer het vliegtuig te pakken, naar de Negev woestijn en andere meteorologisch interessante gebieden.
Hij bespeurt echter wel een ‘ongunstige’ ontwikkeling in de meteorologie 'Meteorologen zitten steeds minder in het veld. Veldexperimenten duren nu dikwijls slechts een paar weken. Als het kan wordt er een meetapparaat aangezet en worden de gegevens via een telefoonlijn doorgegeven. Als het misgaat zie je dat van achter je bureau.' Niettemin poogt Jacobs zelf zoveel mogelijk tijd in het veld door te brengen en feeling te krijgen met de natuur. 'Veldwerk is als peper en zout in je eten. Het zorgt ervoor dat onderzoek interessant wordt.'

Hugo Bouter

Re:ageer