Wetenschap - 3 maart 2010

Onderwijs om te oogsten

Op de Afghaanse studenten die een jaar aan Van Hall Larenstein studeren, rust een grote druk. In Wageningen trekken ze ten strijde tegen vooroordelen – jurken en baarden; in eigen land zijn ze straks sleutelfiguren bij de opbouw van het agrarisch onderwijs.

1-landbouw-Afghanistan.jpg
De strijd in Afghanistan is nog allerminst beslecht. Het lukt de buitenlandse troepen maar niet om de hearts and  minds van de Afghanen te winnen. 'Gewone mensen in Afghanistan denken dat de buitenlandse troepen zijn gekomen om hen te vermoorden. De steun voor de taliban groeit omdat er zoveel burgerslachtoffers vallen. Ook het Nederlandse leger betaalt een prijs. De mensen zien echt geen verschil tussen Amerikanen en Nederlanders', zegt Tooryalay Nasery. Hij is één van de acht Afghaanse studenten die sinds november 2009 bij Van Hall Larenstein in Wageningen een praktijkgerichte masteropleiding volgen. Zijn land- en studiegenoot Habibullah Asadullah wijst op het belang van de aanleg van infrastructuur en de bouw van scholen en ziekenhuizen. 'Zo kunnen de buitenlandse troepen laten zien dat ze zijn gekomen om te helpen met de wederopbouw.'
Na dertig jaar oorlog en conflicten is Afghanistan één van de armste en minst ontwikkelde landen ter wereld. De Afghaanse economie is voor een belangrijk deel afhankelijk van de agrarische sector, waarin tachtig procent van de werkzame beroepsbevolking actief is. Maar de kennis van de landbouw is sterk verouderd. Nieuwe kennis is moeilijk te verspreiden omdat op het plattenland meer dan negentig procent van de bevolking analfabeet is. Studies laten zien dat de landbouw en veehouderij maar net genoeg opleveren om de helft van de Afghaanse bevolking te voeden.
Loze beloftes
'De voedselprijzen stijgen dagelijks doordat de vraag groter is dan het aanbod', verklaart Asadullah. Er zijn investeringen nodig om de kwaliteit en kwantiteit te vergroten en om voedsel te kunnen bewerken.' Nu wordt Afghaans fruit in Pakistan verwerkt tot jam en weer geïmporteerd. Overschotten van appels en uien worden opgekocht door Pakistaanse bedrijven, gekoeld opgeslagen en buiten het seizoen weer verkocht in Afghanistan.
Asadullah ziet ook veel mogelijkheden voor de export. 'Landbouwproducten zoals aardappelen, uien, appels, meloenen, abrikozen, druiven, amandelen, pistachenoten en rozijnen worden geproduceerd voor de binnenlandse consumptie en de export. We kunnen de wereldmarkt betreden als we aan de internationale kwaliteitseisen voldoen.'
Een voor de hand liggende teelt in Afghanistan is nog altijd papaver, de grondstof voor opium, morfine- en heroïne. Naar schatting komt een derde van het bruto binnenlands product van de papaverteelt. 'Boeren zijn de armste mensen in Afghanistan en de regering doet niks voor hen. De boeren zijn moe van alle loze beloftes. Wereldwijd is er veel vraag naar opium en het is een makkelijke oogst', legt Asadullah uit. 'In veiliger gebieden lopen inmiddels proefprojecten met het verbouwen van saffraan, dat bijna net zoveel oplevert als opium. Maar in de zuidelijke provincies en langs de Pakistaanse grens drijven anti-regeringselementen volledig op de inkomsten van de papaverteelt.'
De oplossing zoeken de studenten in stabiliteit, het stimuleren van lokale ondernemingszin en investeringen in de productieketen. Als boeren daarnaast ook praktisch worden ondersteund met trainingen, kunstmest en zaad, kunnen ze meer produceren en verdienen.
Beschadigd
Samen met zeven andere Afghanen volgt Asadullah een eenjarige opleiding bij VHL. De studenten hebben allemaal al relevante werkervaring. Zo behaalde Asadullah (27 jaar) een master in landbouweconomie in Pakistan en was hij werkzaam bij het Afghaanse ministerie van Plattelandsherstel en -ontwikkeling als rural business development specialist. Tooryalay Nasery (28) volgde een bachelor opleiding in Kabul en werkte bij het ministerie van Landbouw. In Wageningen volgen ze beiden de professional master International Agriculture. 'Onze klasgenoten hier verwachtten dat we taliban zouden zijn', vertelt Nasery. Asadullah vult aan: 'Zelfs een docent zei: jullie zijn Afghanen, waar zijn de bommen en geweren? Toen antwoorde ik: pennen en boeken zijn mijn wapens. Niet alle Afghanen zijn taliban. Dat beeld is beschadigend voor heel Afghanistan. Wij proberen dat recht te zetten en Afghanistan zo goed mogelijk te vertegenwoordigen.'
De aanwezigheid van de studenten in Wageningen vloeit voort uit een project dat VHL uitvoert om het landbouwonderwijs in Afghanistan op poten te zetten (zie kader). In september komen er nog ongeveer twintig Afghaanse studenten naar VHL. In die lichting zitten waarschijnlijk ook enkele vrouwen. 'We hebben echt vrouwelijke docenten nodig', vertelt Nasery. Hij was zelf betrokken bij een project rondom de oprichting van kippenboerderijen voor weduwen, maar dat kwam moeilijk van de grond. 'Voor mannen is het namelijk onmogelijk, trainingen te geven aan vrouwen, want in grote delen van Afghanistan is contact tussen vrouwen en mannen die niet tot elkaars familie behoren, niet toegestaan.'
Uruzgan
Het mogelijke vertrek van de Nederlandse militairen uit Uruzgan heeft nauwelijks gevolgen voor het project. Behalve misschien voor het eerste praktijkcentrum voor kleinvee, dat gepland staat in de zuidelijke provincie Uruzgan, waar van oudsher kuddes schapen en geiten worden gehouden. Waarschijnlijk wordt het praktijkcentrum in een veiliger gebied gevestigd. Een goede zaak, denkt Nasery. 'Dat vergroot de kans dat de pilot succesvol is. Veiligheid blijft een van de grootste uitdagingen in Afghanistan.'
Stabiliteit, aansluiting op de behoefte van de lokale bevolking en een goede afstemming tussen de lokale, regionale en nationale contactpersonen en overheden bepalen de slaagkans van projecten, volgens de studenten. 'Hopelijk levert het praktijkgerichte landbouwonderwijs straks een essentiële bijdrage aan het vergroten van de kennis, kunde en scholingsgraad in Afghanistan', zegt Asadullah.
De Afghaanse studenten zijn enthousiast over het onderwijs bij VHL. 'De kennis is toepassingsgericht, daarom zullen we er veel aan hebben', zegt Mohammad Shoaib. Shoaib (24 jaar) behaalde in Afghanistan een bachelor in tuinbouw en werkte daarna bij een ngo. De effectiviteit van het onderwijs in Afghanistan is volgens hem gering. 'Ik wil graag degelijk onderwijs helpen ontwikkelen dat afgestudeerden aflevert die kunnen meepraten als het om agrarische zaken gaat.'
Een echte eyeopener was het bezoek aan een Nederlandse melkveebedrijf in de Noordoostpolder. 'In Afghanistan is een boer iemand die het land bewerkt. Hier is een boer een zakenman met een bedrijf. In Afganistan zouden ze niet geloven dat een familie van maar vier personen 240 koeien op 180 hectares houdt en daarnaast nog groente verbouwt. En dat beide zoons ook nog hebben gestudeerd aan de universiteit in Wageningen', schetst Asadullah. Toevallig werden de koeien die dag kunstmatig geïnsemineerd. Een bijzondere ervaring voor de studenten. 'We hebben wel theoretische kennis over kunstmatige inseminatie, maar we hadden nog nooit gezien hoe dat in de praktijk wordt toegepast.'
Landbouwonderwijs
Voor de opbouw van het landbouwonderwijs in Afghanistan zijn het ministerie van LNV en Ontwikkelingssamenwerking in december 2009 een project gestart met het Afghaanse ministerie van onderwijs. LNV stelt daarvoor 2,7 miljoen euro beschikbaar. Ook buitenlandse donoren dragen bij.
In de Afghaanse hoofdstad Kabul moet een nationaal landbouwinstituut komen met een centrum voor toegepast onderzoek en documentatie en een praktijkgerichte landbouwlerarenopleiding. Uiteindelijk moeten er ook regionale instituten in de zeven hoofdregio's komen, en praktijkgerichte landbouwscholen in alle 34 provincies.
Van Hall Larenstein voert het project uit omdat de groene hogeschool veel ervaring heeft in het ondersteunen van de inrichting van praktijkgericht middelbaar en hoger beroepsonderwijs in ontwikkelinglanden. De komende twee jaar worden er dertig Afghaanse studenten opgeleid bij VHL  als staf voor het nationale instituut. Nog eens zeventig studenten krijgen een opleiding in een ander donorland, mogelijk India of Canada.

Re:ageer