Student - 13 december 2018

Ondertussen in... Hongarije

tekst:
Gina Ho

Duizenden Hongaren gingen vorige week de straat op uit protest tegen het gedwongen vertrek van de Central European University (CEU) uit Boedapest. Het is het laatste voorval in de langdurige aanval van premier Viktor Orbán op George Soros, de Hongaars-Amerikaanse miljardair en filantroop die de universiteit heeft gesticht.

© Shutterstock

Hongaren zijn niet zo racistisch als het lijkt

Zoltán Csengő is een Nederlands-Hongaarse masterstudent Organic Agriculture. Hij vertelt over de recente gebeurtenissen in zijn land.
Zoltán Csengő is een Nederlands-Hongaarse masterstudent Organic Agriculture. Hij vertelt over de recente gebeurtenissen in zijn land.

‘Engels was in communistisch Hongarije verboden, omdat het werd beschouwd als een gevaarlijke, kapitalistische taal. CEU bood in Amerika erkende Engelstalige opleidingsprogramma’s, wat het een liberale en aantrekkelijke universiteit maakte om heen te gaan.

Rond 2004 liet premier Viktor Orbán de eerste reclameborden ophangen met foto’s van George Soros en teksten die duidelijk moesten maken dat hij een infiltrant is die verantwoordelijk is voor de migrantencrisis, enzovoort. Orbán valt Soros aan om mensen aan zijn kant te krijgen, en dat werkt, omdat hij hen aanspreekt op hun angst.

Orbán werd voor het eerst premier in 1998. Er was een ingewikkelde transitie in de Hongaarse politiek, maar het heersende sentiment was: “we zijn minder waard dan West-Europese landen omdat we een postcommunistische satellietstaat zijn, omdat we geen geld of een bloeiende economie hebben en omdat we aan het infuus van de Europese Unie liggen”. Orbán kwam in 2010 opnieuw aan de macht en hij heeft van Hongarije weer een trots land gemaakt – hij gaf mensen het gevoel dat ze er mogen zijn. In de verkiezingen van 2018 kreeg hij twee derde van de stemmen.

Westerse media, zoals de Nederlandse en Duitse, schilderen Orbán af als een dictator à la Poetin of Erdogan. Veel van de westerse kritiek is terecht, maar ik denk dat ze generaliseren, en Orbán gebruikt dat om tegen de Hongaren te zeggen: “kijk wat ze over me zeggen, ze vallen onze natie aan”. Zo voeden die generalisaties alleen maar de haat tegen EU-initiatieven zoals het toelaten van immigranten. En dat is gevaarlijk. Erdogan in Turkije gebruikt dezelfde retoriek tegen de EU.

In Hongarije is Orbán een centrumrechtse politicus; we horen simpelweg niks over de echte extreemrechtse partijen daar, die in de laatste verkiezingen 17 procent van de stemmen kregen. Hongaren zijn niet zo racistisch of bang voor immigranten als het lijkt in de westerse media – anders hadden die radicale partijen nu wel de meerderheid. Ze zijn gewoon conservatief en willen dingen graag houden hoe ze zijn.’

Wekelijks het laatste nieuws ontvangen over studeren en werken bij WUR? Schrijf je dan nu in voor de Resource nieuwsbrief


Re:ageer