Organisatie - 6 december 2007

Onder professoren

Reikhalzend hebben we uitgezien naar de nieuwe hooglerarengids. We wisten al dat er hoogleraren in maten en soorten zijn en eindelijk is daar nu duidelijkheid over. De universiteit kent vanouds mooie en lelijke, dikke en dunne en natuurlijk knappe en domme professoren. Maar dat zijn geen officiële rangen.
Gelukkig heeft Wageningen UR straks zeven echte soorten hoogleraren. De leerstoelhouder, vroeger de enige ware professor. De persoonlijke hoogleraar, de man of vrouw met een staat van dienst van hier tot Tokio. De buitengewoon hoogleraar, iemand die bij het bedrijfsleven het grote geld verdient en hier één dag in de week de student het leven na de studie komt uitleggen. Het restant van verzuild Nederland is de bijzondere hoogleraar, aangesteld door een kerkelijke instelling of een andere levensbeschouwelijke richting. En Wageningen zou Wageningen niet zijn als er geen internationale hoogleraren zouden verblijven. Daartoe hebben we de IO-hoogleraar. Dat is niet alles, want er zijn ook universiteitshoogleraren die alles van planten, dieren, voeding en mensen weten. Tenslotte zijn er titulaire hoogleraren, die vooral als visitekaartje dienen om de wereld te tonen dat we niet van gisteren zijn.
Toch zijn er te weinig rangen. We missen bijvoorbeeld de zeer tijdelijke hoogleraar. De docent die alleen tijdens de uitreiking van de diploma’s een toga aan mag trekken. Ook de copromotor moet bij een promotie over jurk of pak een toga te dragen.
En misschien moeten iedereen maar een toga aanschaffen, dan zijn we van een hoop gedonder af.

Re:ageer