Organisatie - 7 april 2011

Onder druk van de opdrachtgever

Wetenschappers die werken in opdracht van het bedrijfsleven, dat is een verdachte combinatie, in de ogen van het publiek. De medezeggenschap wil daarom minder nadruk op contractonderzoek in het nieuwe strategisch plan. Is die angst voor een belangenconflict reëel? 'Er is een grijs gebied.'
Door Rob Goossens en Gaby van Caulil

19-HR-invloed.jpg
'Want Wageningen doet ook onderzoek voor... Bayerrr.' De onheilspellende stem van de voice over laat er geen misverstand over bestaan waar de sympathie van de redactie ligt. De Zembla-reportage, onlangs op tv, zoomt in op de verontrustende bijensterfte. Onderzoekers van Wageningen menen dat de varroamijt de belangrijkste boosdoener is, anderen zetten in op een bepaalde insecticidensoort. Wie heeft er gelijk? De connectie van Wageningen met Bayer maakt de Wageningse onderzoeker verdacht in de ogen van Zembla, temeer wanneer hij voor de camera bevestigt dat zijn publicaties al een poosje niet meer in peer reviewed tijdschriften hebben gestaan. Iets wat voor Zembla kennelijk synoniem staat met onbetrouwbaar broddelwerk.
Wageningen UR loopt er regelmatig tegenaan: het vermeende gebrek aan onafhankelijkheid. Meer dan enige andere universiteit in Nederland wordt Wageningen geassocieerd met een specifieke economische sector, het agro-industrieel complex. Daar komt bij dat Wageningen UR behalve een universiteit ook niet-universitaire onderzoeksinstituten omvat. Voor universitaire onderzoeksgroepen is contractonderzoek een stevige bijverdienste, maar voor de Wageningse DLO-instituten is het core business. Brengt dat de onafhankelijkheid van de onderzoekers in gevaar?
Dat hoeft niet, meent Herman Eijsackers. Prof. Dr. Herman Eijsackers is de eminence grise van Wageningen UR. Hij is voorzitter van de commissie Ethiek en vertrouwenspersoon voor onderzoekers die in hun werk te maken krijgen met lastige ethische kwesties. Eijsackers werkte bovendien mee aan de Wageningse Gedragscode Wetenschapsbeoefening, oftewel de Code of Conduct. Daarin wordt een breed pakket van ethische richtlijnen en grenzen aangegeven, waaronder het vraagstuk van de onafhankelijkheid.
Landelijke gedragscode
Eijsackers erkent dat er een spanningsveld kan optreden, wanneer onderzoekers in opdracht werken van bedrijven of overheden. 'Daarom is het belangrijk dat je de rechten en plichten van beide partijen goed vastlegt en dat je daarin open en transparant bent.' Hij legt uit dat de gedragscode onderdeel is van  een groter bouwwerk van protocollen en documenten die de onafhankelijkheid van het Wageningse onderzoek op alle niveaus moeten waarborgen. Bovenaan staat een landelijke gedragscode die is opgesteld door de Vereniging van Samenwerkende Nederlandse Universiteiten (VSNU). Die geeft in hoofdlijnen aan waar wetenschappelijk onderzoek in ethisch opzicht aan moet voldoen. Naast algemene wijsheden over bijvoorbeeld bronvermelding en  'relaties aangaan met ondergeschikten', staan er ook kloeke hoofdstukken in over onpartijdigheid en onafhankelijkheid.
De landelijke gedragscode is de basis voor de Wageningse code, die is aangevuld met een aantal specifieke Wageningse onderdelen. Daar staat bijvoorbeeld in dat een onderzoeker de resultaten altijd bekend mag maken wanneer zijn onderzoek misbruikt wordt, of wanneer niet-publiceren gevaar oplevert voor mens of omgeving. De gedragscode is op zijn beurt de basis voor de leveringsvoorwaarden van Wageningen UR.
Grijs gebied
Daarmee is veel van de potentiële spanning verdwenen. Immers, wie zich als onderzoeker onder druk gezet voelt door zijn opdrachtgever, kan zich met een beroep op de verschillende protocollen goed verdedigen. De vraag is alleen: werkt het in de praktijk? Want stel bijvoorbeeld dat een onderzoeker door de opdrachtgever gevraagd wordt om publicatie nog even uit te stellen, in ruil voor vervolgonderzoek. Niet de stok dus, maar de wortel: extra omzet voor het onderzoeksinstituut.
Ja, er is een grijs gebied, geeft Eijsackers toe. 'Zo'n overweging zou niet per definitie fout zijn, wanneer het vervolgonderzoek de publicatie een meerwaarde zou geven. Dus is het lastig vast te leggen wanneer je ethisch over de schreef gaat. Onderzoekers voelen dat zelf meestal goed aan.'
In elk geval blijken die onderzoekers zich niet vaak in een penibele situatie te bevinden. Als vertrouwenspersoon 'wetenschappelijke integriteit' krijgt Eijsackers slechts 'een enkel' geval per jaar te behandelen, waarover hij inhoudelijk niets kwijt wil. Wel krijgt hij ook de verhalen te horen die in de organisatie circuleren. Bijvoorbeeld over onderzoekers die zich door hun eigen afdeling onder druk gezet voelen om onderzoeksresultaten niet, of niet volledig, te publiceren vanwege zakelijke belangen. 'Maar het is buitengewoon moeilijk om zulke verhalen op waarde te schatten', meent Eijsackers. 'Als je naar concrete voorbeelden vraagt dan komt er nooit wat.'
Gedragscode weinig bekend
Volgens hem zou het goed zijn wanneer er binnen de Wageningse onderzoeksgemeenschap meer wordt gesproken over de ethische aspecten van het werk. 'Zodat de onderzoekers beter hun positie kunnen bepalen in dat grijze gebied. En ook om beter te weten welke rechten en plichten door de organisatie zijn vastgelegd.' Want Eijsackers is zich er goed van bewust dat er geen kopie van de Code of Conduct op elk Wagenings nachtkastje ligt. 'Net zoals de meeste mensen denken onderzoekers pas over de ethische grenzen van hun handelen na op het moment dat ze er tegenaan lopen. Dat kan, maar weet dan in elk geval waar  zich de informatie bevindt die je nodig hebt, en door wie je je kunt laten bijstaan.'
Hoe dan ook, we moeten ermee leren leven dat we als instelling in dat spanningsveld staan, vindt Eijsackers. Hoe belangrijk de publieke opinie ook is, het imago-risico dat zo treffend werd geïllustreerd door de Zembla-uitzending, mag niet in de weg staan van de wetenschapsbeoefening. Die is juist gebaat bij een goede mix van fundamenteel onderzoek met toegepaste varianten. Eijsackers: 'Toen ik in de jaren zeventig begon in de academische wereld was het gemakkelijk. Al het geld kwam van de overheid. Als onderzoeker zat je veilig maar ook heel ver weg bovenop je Olympus. Maar dat is helemaal niet meer wenselijk. Onderzoek dient om de samenleving verder te helpen en dus moet je daar ook middenin staan.'   
DLO-onderzoek mag vertrouwelijk blijven
Het belangrijkste verschil tussen de leveringsvoorwaarden van DLO en de contracten van de universiteit zit hem in de publicatie. In het onderzoekscontract met de universiteit is opgenomen dat ondezoekers de resultaten altijd publiceren. Als sprake is van een mogelijke patentaanvraag, kan publicatie maximaal zes maanden uitgesteld worden.
Daarentegen kunnen de uitkomsten van DLO-onderzoek voor de buitenwereld verborgen blijven. Het kan per keer verschillen, maar in DLO-contracten kan worden opgenomen dat alleen wordt gerapporteerd aan de opdrachtgever. Als echter de resultaten misbruikt worden of als gevaar dreigt voor milieu of gezondheid, kan een onderzoeker de opdrachtgever aanspreken. Als die onvoldoende gehoor krijgt, zal de onderzoeker zich melden bij de autoriteiten. Bijvoorbeeld in het geval dat een Wageningse entomoloog zou conclu­deren dat Bayer een voor bijen schadelijk insectide ontwikkelt en Bayer zou dat product toch op de markt brengen.
De DLO-studies voor de overheid (meestal het ministerie van EL&I) worden wel altijd gepubliceerd, in de regel twee maandan na aanbieding. Zo heeft de minister enige tijd om een standpunt over de uitkomst te bepalen en beleid te formuleren.
Meer dan bij de universiteit hebben opdrachtgevers van DLO invloed op de weergave van resultaten. Vaak is er een stuurgroep die tussentijdse resultaten en het concept­rapport bespreekt.
Frappant voorbeeld van een redactionele ingreep is de studie naar de achteruitgang van vogels in de Waddenzee in 2003. Onder druk van het ministerie van LNV veranderde Alterra-onderzoeker Bruno Ens in de samenvatting en de publieksversie de volgorde van de oorzaken. Later gaf Ens toe dat niet het schonere water, maar de visserij de voornaamste boosdoener was.

Re:ageer