Organisatie - 17 april 2013

Ombudsman: Wageningen liet oren hangen naar opdrachtgever

Wageningen UR lijkt meer belang te hechten aan de goedkeuring van de opdrachtgever dan aan zijn academische vrijheid. Dat oordeelt de Nationale ombudsman in een zaak van een – inmiddels ontslagen – onderzoeker van Alterra.

alex.jpg
Wageningen UR wekt de indruk wetenschap op bestelling te hebben geleverd, stelt Nationale ombudsman Alex Brenninkmeijer in het op 11 april verschenen rapport: "Een afweging op drassige gronden". Hij schreef dit rapport op verzoek van de Wageningse onderzoeker "X" die in opdracht van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) onderzoek deed naar de grondwaterstanden in Nederland.
X schreef in 2007 in zijn rapport dat de grondwaterstanden onjuist worden gemeten, waardoor er feitelijk minder sprake is van verdroging dan de overheid aanneemt. Het PBL ging niet akkoord met die conclusies, waardoor het rapport pas na 2,5 jaar werd gepubliceerd. Na een eerste positieve review door collega-wetenschappers volgden een tweede en derde beoordelingsronde. Intussen werd een tweede onderzoek over hetzelfde onderwerp, met andere conclusies, wél snel gepubliceerd, zodat niet duidelijk werd dat er twijfel kon bestaan over de juistheid van de meting van grondwaterstanden.
Deze gang van zaken wekt volgens de ombudsman de indruk dat de Wageningen UR meer belang lijkt te hechten aan een goede relatie met opdrachtgever PBL dan aan een vrij te voeren wetenschappelijk debat over alle onderzoeksresultaten. Voor onderzoeker "X" was dit aanleiding om een beroep te doen op de klokkenluidersregeling van de WUR. De ombudsman verwijst in zijn rapport naar de landelijke Gedragscode Wetenschapsbeoefening die ook de WUR heeft aanvaard. Daarin staat dat wetenschapsbeoefenaars hun werk in academische vrijheid en onafhankelijkheid moeten kunnen verrichten en dat een opdrachtgever geen enkele invloed heeft op de onderzoeksresultaten.
Wageningen UR ontkent in een persbericht dat ze de relatie met de opdrachtgever heeft laten prevaleren boven het tijdig publiceren van het onderzoeksrapport. De onderzoeker had delen van het rapport al in wetenschappelijke tijdschriften gepubliceerd en het rapport is, op advies van twee hoogleraren en op last van de directie van Alterra, uiteindelijk wel gepubliceerd. Het oordeel van X over de grondwaterstanden kan inhoudelijk juist zijn en zijn metingen stonden niet ter discussie, maar dat gold wel voor de conclusies die hij uit zijn metingen trok. Daar gold een wetenschappelijk verschil van inzicht of en hoe je meetgegevens in een gebied kunt vertalen naar landelijk niveau. Wie inhoudelijk gelijk heeft, is nog onduidelijk.
Het model dat de grondwaterstanden berekent, staat onder kritiek, maar dat geldt ook voor de visie van onderzoeker X. In de afgelopen jaren hebben drie commissies - twee interne en een externe - zich over de inhoud van zijn onderzoek gebogen. Ook besloot Alterra om een werkgroep in te stellen, MIG, met daarin X, om het inhoudelijke vraagstuk over de grondwaterstanden nader te beoordelen. X raakte echter met de werkgroep gebrouilleerd.  
Vorig jaar ontbond de rechtbank uiteindelijk het arbeidscontract van de klokkenluider, vanwege verstoorde verhoudingen. De rechter vond dat de kiem van het arbeidsconflict bij Alterra ligt, vanwege het niet-publiceren van het rapport van de onderzoeker. Maar hij constateerde ook dat de onderzoeker steeds meer een eenzame strijd tegen onrechtvaardigheid voerde, terwijl zijn werkgever daarna niets te verwijten viel. X deed drie keer een klokkenluidersmelding. Na Wageningen UR en de gemeente is de ombudsman nu de derde instantie die zijn melding beoordeelt.
(met dank aan het Hoger Onderwijs Persbureau)

Re:ageer