Wetenschap - 14 mei 2010

Oliemaatschappij let op schoon imago

tekst:
Joris Tielens

Olie- en gasindustrie nemen zelf milieumaatregelen op zee. Maar de scheepvaartindustrie moet worden gedwongen.

Bij de olie en gaswinning op de Noordzee neemt het bedrijfsleven op eigen houtje maatregelen om het milieu te beschermen. Daarentegen heeft de scheepvaartindustrie een strenge overheid nodig. Dat verschil zit vooral in het imago dat de bedrijven te verliezen hebben Dat concludeert politicologe Judith van Leeuwen. Op 7 mei promoveerde zij bij de leerstoelgroep Milieubeleid op onderzoek naar de verdeling van autoriteit tussen overheid en bedrijfsleven in het milieubeheer op de Noordzee.
Ze noemt het opvallend dat BP na het zinken van olieplatform Deep Horizon in de Golf van Mexico direct de hand in eigen boezem stak en volledige verantwoordelijkheid nam voor de vervuiling en de kosten van schoonmaken. Van Leeuwen: 'Landen profiteren natuurlijk ook van het winnen van olie. Overheden zouden ook kunnen meebetalen aan het opruimen.'
Noordzee
Op de Noordzee bestaat al jarenlang een goede samenwerking tussen overheden en olie- en gasindustrie, vertelt Van Leeuwen. De bedrijven nemen veel verantwoordelijkheid, stellen zelf regels op en handhaven die ook zelf. 'Toch betekent dat geen verlies van autoriteit van de overheid. Omdat de bedrijven transparant werken, behoudt de overheid controle.'
 Anders is het gesteld in de scheepvaartindustrie. Reders nemen het niet zo nauw en worden daarom steeds scherper in de gaten gehouden door overheden, zegt Van Leeuwen. Waarom beschermt de olie-industrie zelf het milieu en heeft de scheepvaart een strenge overheid nodig? 'Oliebedrijven hebben een sterk publiek imago. Dat imago kan schade oplopen en dat heeft gevolgen voor het bedrijf. Kijk naar de schade die Shell opliep door de Brent Spar. Maar scheepvaartbedrijven zijn kleiner, onbekend bij het grote publiek en hebben geen belang bij een goed imago.'

Re:ageer