Student - 28 september 2017

Oh, had ik maar een kamer

tekst:
Stijn van Gils

Studenten met afstandsurgentie zijn inmiddels allemaal onder dak in Wageningen, maar veel anderen hebben nog geen kamer gevonden. Ze kamperen of delen een klein kamertje. Of ze zitten dagelijks uren in het openbaar vervoer. ‘Ik ben bang dat mijn studieresultaten er straks onder gaan lijden.’

Deze caravan is het tijdelijke huis van eerstejaars bachelorstudent Merel van Moorst. Foto's Guy Ackermans

De sfeer op camping de Wielerbaan aan de Zoomweg in Wageningen is ontspannen. Merel van Moorst, eerstejaars Communicatie en Life Sciences, zit in haar caravan. Haar deur staat open, zodat drie andere eerstejaars die even later langslopen haar makkelijk kunnen groeten. Eigenlijk is Merel wel tevreden met haar tijdelijke woonplek. ‘Ik heb nu alles voor mijzelf en dat bevalt prima.’

Merel is niet de enige student die bij gebrek aan een kamer op de Wielerbaan verblijft. Om hoeveel mensen het precies gaat, kan de camping niet zeggen. ‘Wanneer wij een boeking krijgen, weten wij niet of de gast een student is of niet’, laat medewerker Birgit Fransen via e-mail weten. Het park schat dat er momenteel zo’n twintig studenten aan het kamperen zijn. Heel lang mogen ze niet blijven: maximaal twee of drie maanden. ‘We willen voorkomen dat onze vakantiegasten hinder ondervinden van mensen die langere tijd op het park verblijven.’

Vooral geluk
Als het aan Merel ligt, blijft ze ook niet lang. Ze hoopt binnenkort, voordat het echt koud wordt, een gewone kamer te vinden. ‘Er verschijnen regelmatig nieuwe kamers op Facebook. Eigenlijk moet ik daar veel vaker op reageren, maar aan de andere kant: er zijn al zo veel mensen die dat doen.’

De eerste weken van het academische jaar geldt het recht van de sterkste op de Wageningse kamermarkt. Simpelweg bij studentenhuisvester Idealis aankloppen had voor Nederlandse studenten in elk geval weinig zin. Zelfs voor studenten die vanwege hun reisafstand voorrang krijgen – internationale studenten en Nederlanders die hemelsbreed op meer dan 130 km van de campus af wonen – had Idealis moeite om woonruimte te vinden. Nee, wie dit jaar meteen een kamer in Wageningen vond, had vooral geluk. Een zolderkamertje via vrienden van vrienden, een lucky match op Facebook, een ouder met genoeg geld om een appartement te kopen.

Appartementen
Het kopen van appartementen is niet nieuw, maar wel in opkomst. ‘We zien dat ouders vaker iets kopen voor hun studerende zoon of dochter, waardoor het aanbod in de woningen met een lagere prijsklassen fors is afgenomen’, vertelt Glenn Muller van Jeltes ten Hoor makelaars. De cijfers die hij even later mailt, bevestigen dit. Waar er een jaar geleden (van augustus tot en met augustus) ongeveer 90 appartementen tussen de 90.000 en 175.000 euro werden verkocht, zijn dat er de afgelopen jaar zo’n 150. Appartementen in een goedkopere prijsklasse zijn daarom nauwelijks nog beschikbaar.

Voor Simone – niet haar echte naam – is dit opkopen van goedkopere woningen een probleem. Ze studeerde anderhalf jaar geleden af en werkt nu in de buurt van Wageningen. Omdat ze geen andere woonruimte kan vinden, woont ze nog in haar Idealiskamer. ‘Voor afgestudeerden is er bijna niets te vinden. Huizen op Funda zijn echt binnen een dag verkocht of verhuurd. De Woningstichting heeft een heel lange wachtlijst. Woongroepen zijn er nauwelijks en voor zover die er zijn, kom je daar niet zomaar tussen.’

Kamerplakkers
Noodgedwongen houdt Simone haar kamer van Idealis daarom nog even aan. Dat mag eigenlijk niet, maar Idealis merkt kamerplakkers vaak niet op. Om niet alsnog opgemerkt te worden, wil ‘Simone’ dan ook anoniem blijven en niet zeggen waar ze woont. ‘Ik voel me soms wel schuldig, maar ik weet geen andere oplossing. Ik ben ook echt niet de enige.’

Hoe groot het aantal kamerplakkers is, weet Idealis niet. ‘Wij hebben niet het idee dat dit systematisch voorkomt’, zegt communicatiemedewerker Hellen Albers. ‘We weten meestal wel wanneer iemand afstudeert.’ Niettemin gaf Idealis afgelopen zomer een premie van 100 euro aan iedereen die zijn kamer vrijwillig op kwam zeggen. Ook vraagt de huisverster nu aan studenten om een kopie van hun WUR-inschrijving voor 2017-2018 op te sturen. Want het aantal opzeggingen is dit jaar wel lager dan verwacht, zegt Albers.

Dat komt ongelukkig uit, omdat de kamernood door de aanhoudende groei van het aantal studenten juist groter is dan in voorgaande jaren. ‘Met name omdat de ruim 300 geplande kamers op Kortenoord nog niet opgeleverd konden worden.’

Desondanks is het aantal reacties op het aanbod van Idealis wel wat gedaald, zegt Albers, omdat studenten al of niet tijdelijk een andere oplossing hebben gevonden. Albers: ‘Alle internationale studenten hebben we inmiddels van een kamer voorzien. We zijn nu bezig om de gewone inschrijvers aan een kamer te helpen.’

Masterstudent Dewy Verhoeven en zijn vriendin delen samen dit kamertje bij een hospita.
Masterstudent Dewy Verhoeven en zijn vriendin delen samen dit kamertje bij een hospita.

Alsnog een kamer
Verschillende kamerzoekende eerstejaars die eerder de Resource-enquête over kamernood invulden, melden inderdaad dat ze inmiddels behoorlijke woonruimte hebben gevonden. Dewy Verhoeven bijvoorbeeld, uit het Zuid-Limburgse Landgraaf. De kersverse masterstudent Environmental Sciences en zijn vriendin wonen nu nog tijdelijk samen in een klein kamertje, maar hebben een appartementje in Ede gevonden. Op 1 november mogen ze erin. ‘Het is één van de weinige plekken waar ze studenten in gewone appartementen accepteren zolang de ouders gerand staan. We zijn er heel blij mee.’

Job Dirkmaat reist nu nog elke dag tussen Voorburg en Wageningen. ‘Eerst de bus naar Gouda, dan de trein naar Utrecht, dan naar Ede-Wageningen en dan de bus. Een sociaal leven in Wageningen kan ik nu haast niet hebben. Maar ik ben superlucky, want binnenkort mag ik naar een Idealiskamer aan de Marijkeweg.’

Forensstudenten
Niet iedereen heeft echter mazzel. Meer studenten dan ooit reizen heen en weer van hun ouderlijk huis naar Wageningen. De buschauffeurs van Syntus zien in elk geval opnieuw een toename in het aantal reizigers. ‘Elk jaar zijn het er weer meer’, vertelt communicatieadviseur Hanneke Ruiter. ‘Tijdelijk-permanent rijden we daarom alleen nog met extra lange bussen.’

Christian Snik uit Tilburg brengt elke dag ruim vijf uur door in het openbaar vervoer.
Christian Snik uit Tilburg brengt elke dag ruim vijf uur door in het openbaar vervoer.

Christian Snik is één van de forensstudenten en daar is hij niet blij mee. Elke dag reist hij van Tilburg via Den Bosch, Arnhem en Ede-Wageningen naar Wageningen. ‘Dat kost me gauw 2,5 uur. Tussen Tilburg en Arnhem kan ik nog wel wat lezen, maar verder zijn het allemaal korte stukjes. ’s Middags ben ik nog langer onderweg. Ik ben bang dat mijn studieresultaten er straks onder gaan lijden. Ik moet er niet aan denken dat ik straks in de tentamenweek nog steeds geen kamer heb. Maar ik heb nog niets concreets op het oog en hospiteren gaat ook lastig, want ik moet op tijd de bus pakken.’


Re:ageer