Wetenschap - 1 januari 1970

‘Of het een succes wordt moeten we afwachten’

‘Of het een succes wordt moeten we afwachten’

‘Of het een succes wordt moeten we afwachten’


Wat zijn we na vijf jaar opgeschoten met de fusie tussen DLO en Wageningen
Universiteit? Hoogleraren en onderzoekers vinden dat de winst nog niet is
geïncasseerd.

Prof. Martien Cohen Stuart, hoogleraar fysische chemie en kolloïdkunde:
,,Of we opgeschoten zijn? Dat is nog niet zo’n makkelijke vraag. Ik zie
zeker positieve punten. Ik denk dat we gewonnen hebben aan zichtbaarheid
voor de buitenwereld. Maar wat betreft de interne synergie moet de oogst
nog worden binnengehaald. Wij hebben sinds kort een eerste project dat je
zou kunnen zien als de eerste vrucht van de samenwerking. Of het een succes
wordt voor ons moeten we dus afwachten. Ik denk dat het logisch is dat dat
even duurt, ik geloof niet dat dit soort dingen snel winst oplevert.
Je ziet ondertussen ook dat het typische verschil tussen een universiteit
en een marktgerichte organisatie als DLO naar de achtergrond verdwijnt. Een
universiteit heeft tot taak vakgebieden te ontwikkelen op basis van
wetenschappelijke argumenten, zonder direct aan revenuen te denken. Dat
raakt in Wageningen op de achtergrond, economische argumenten hebben de
overhand boven wetenschappelijke. Dat plaatst Wageningen in een
uitzonderingspositie. Het leidt soms ook tot rare toestanden. Wij krijgen
binnen ons departement nu, net als bij DLO, financiële kwartaalrapportages.
Maar die bevatten voor mij nauwelijks zinnige informatie omdat ze niet zijn
afgestemd op de universiteit. Maar discussies met de financiële afdeling
leveren niets op. ‘Zo hoort dat’, krijg je dan te horen. Alsof we een
frietkraam zijn, die maandelijks moet bijhouden hoeveel porties er verkocht
zijn. Bij een universiteit werk je veel meer met langere projecten.
Voor onze leerstoelgroep is de vorming van Wageningen UR al met al nog geen
grote sprong voorwaarts. Ik heb er wel hoop op dat dat gaat komen als de
paadjes tussen de onderzoekers eenmaal zijn ingesleten. Dat duurt even. En
al zou het niets opleveren, we kunnen ook niet meer terug.’’

Prof. Arnold Bregt, hoofd Centrum voor Geo-informatie waarin Alterra en
universiteit samenwerken:
,,Je moet de efficiencywinst van de samenwerking niet overdrijven. Wij
hebben dat een poosje geleden voor onze groep gemeten, en wij kwamen op een
kostenbesparing van ongeveer vijf procent. Dat besparen we vooral omdat we
faciliteiten delen en databestanden gezamenlijk aanschaffen. Verder zetten
we personeel over en weer in bij projecten en hebben we gegevensbestanden
beschikbaar voor het onderwijs die we vroeger niet hadden. Maar als je het
in financiële termen vertaalt is de winst beperkt.
De grootste winst zit voor ons in de externe uitstraling, dat hadden we van
tevoren niet verwacht. We waren twee kleine organisaties die nog wel eens
over het hoofd werden gezien, samen zijn we in Nederland een van de grotere
instellingen op ons gebied, en dat merk je. Vroeger werd er als er over geo-
informatie werd gepraat automatisch gedacht aan Delft, Utrecht, het ITC en
oh ja, in Wageningen doen ze ook wat. Nu horen we er automatisch bij. Dat
is niet alleen leuk voor het zelfbewustzijn van onze onderzoekers, maar we
merken ook dat wij vaker worden gevraagd om mee te doen met projecten.
Als je naar heel Wageningen UR kijkt geloof ik niet dat er een grote
efficiencywinst is geboekt. Eigenlijk staan we nog aan het begin.
Wageningen UR zou ervoor moeten zorgen dat de kennis die aan de
universiteit gegenereerd word, sneller in de praktijk wordt gebracht, daar
zit de meerwaarde. Dat moet nog gaan lukken. Wat dat betreft zitten we in
jaar één van de samenwerking, het komt net op gang.

Dr Jacob de Boer, senior visserijonderzoeker Animal Sciences Group
(voormalig Rivo):
,,We beginnen recent nieuwe contacten aan te knopen. We hadden al wel
contacten, vooral met het Rikilt, ik merk nu dat de contacten met andere
instituten en de universiteit intensiever worden. We hebben sinds kort ook
een gezamenlijk project met de onderzoeksgroep Mariene biotechnologie van
de universiteit. Maar erg hard loopt het niet hoor, die samenwerking.
Misschien komt dat ook omdat wij weinig overlap hebben met de rest van
Wageningen UR. Visserij is een beetje een buitenbeentje natuurlijk in al
die landbouw. Of het financieel veel oplevert? Ik weet het niet. Er is wel
wat bezuinigd doordat veel administratie nu gezamenlijk door de
kenniseenheid wordt gedaan, maar aan de andere kant zijn we weer meer tijd
kwijt met reizen en overleg. Ach, je had je vijf jaar geleden natuurlijk
ook andere partners kunnen voorstellen, maar nu we erin zitten, zullen we
er het beste van maken. En erg beroerd loopt het niet, dus ik ben niet
ontevreden.’’

Prof. Herman van Keulen, werkt deels bij Plant Research International en
deels bij Wageningen Universiteit:
,,Ik kom uit de hoek van de theoretische productie-ecologie. Wij werkten
van oudsher nauw samen met het CABO, later opgegaan in Plant Research
International, en ik moet zeggen dat de fusie de samenwerking zeker geen
goed heeft gedaan. Vroeger overlegde de hoogleraar een keer per jaar over
financiële zaken, daarna ging je aan de slag. Dat is veel moeilijker
geworden. Nu moet je eerst heel hoog binnen de organisatie een fiat krijgen
en afspraken maken, voordat het dan weer beneden is doorgedrongen. Ik werk
voor beide kanten en loop haast wekelijks tegen dit soort dingen aan.
Niemand weet hoe het moet, of niemand durft een knoop door te hakken.
Mijn tweede punt is dat de kenniseenheden interdisciplinair werken
moeilijker maken. De eenheden moeten zichzelf bedruipen en zoeken voor
samenwerking vooral binnenshuis. Als we het zelf kunnen dan doen we dat.
Dat is jammer, want interdisciplinariteit is juist een van de sterke punten
van Wageningen. | K.V.

Re:ageer