Wetenschap - 1 januari 1970

Oeros lijkt meer op Spaans vechtrund dan op Heckrund

1
Oeros lijkt meer op Spaans vechtrund dan op Heckrund


Ir Cis van Vuure ontrafelde met literatuuronderzoek en bezoeken aan fokkers
van Heckrunderen en Spaanse vechtrunderen het uiterlijk en de leefwijze van
de oeros. De Heckrunderen die nu in de Nederlandse uiterwaarden grazen,
lijken volgens hem helemaal niet op de oeros. Bovendien leefden de oerossen
niet in parkachtige landschappen, zoals door landschapsecoloog dr Frans
Vera wordt aangenomen, maar in de zompige zeggemoerassen tussen
uitgestrekte bossen.

De oeros kwam oorspronkelijk uit Zuidoost-Azië, zijn leefgebied strekte
zich uit van Thailand tot West-Europa. De laatste oeros leefde tot 1627 in
het gebied rondom de Centraal-Poolse plaats Jaktorów.
Volgens Van Vuure leefde de oeros niet, zoals landschapsecoloog Vera in
2000 beweerde, in een open parkachtig landschap. De oeros leefde in een
landschap met dichte bossen, verschillende soorten moerassen en hoogvenen,
vooral in de rivierdalen, kwelders en zeggemoerassen. Van Vuure baseert
zich hiervoor onder meer op een runenvers uit de negende eeuw, waarin de os
de bijnaam 'moerasloper' krijgt, en op overleveringen dat oerossen in
Egypte langs de Nijl leefden. Ook het feit dat huidige wilde rundsoorten
als de Afrikaanse woudbuffel en de Canadese bosbizon leven in vergelijkbare
biotopen lijkt Van Vuures conclusie te versterken. De even verwante
Europese wisent leeft juist weer in een drogere omgeving, ook al ten tijde
van de oeros. Daar is volgens Van Vuure meer onderzoek naar nodig.
De oeros was volgens Van Vuure groter dan de als oerrunderen fungerende
Heckrunderen die nu in de Nederlandse natuurgebieden grazen. De stier van
de oeros had een schofthoogte van 170 à 180 centimeter, de koe 150. De
runderen die in de jaren 1920 en 1930 door de gebroeders Heck werden
teruggefokt om op de oorspronkelijke oeros te lijken, zijn decimeters
kleiner dan de oeros moet zijn geweest (respectievelijk 142 centimeter voor
de stier en 131 voor de koe). De oeros is ook groter dan de meeste huidige
landbouwrunderen, hij stond vooral veel hoger op de poten en had een
gedrongener lijf. Volgens Van Vuure lijkt de oeros nog het meest op sommige
Spaanse vechtrunderen, zowel qua bouw als wat betreft de vorm van de
hoorns.
Van Vuure begon zijn onderzoek al in 1980, maar werkte het afgelopen jaar
met financiering via de Wetenschapswinkel bij de sectie Natuurbeheer aan de
uitgaven van zijn boek. |
M.W.

Cis van Vuure, De oeros - Het spoor terug, 15 euro (+ 5 euro
verzendkosten), te bestellen bij wetenschapswinkel@wur.nl.

FOTOBIJSCHRIFT
De oeros lijkt volgens Cis van Vuure niet op Heckrunderen of op de huidige
landbouwrunderen. De stier is met gemiddeld 170 à 180 centimeter een stuk
groter dan de gewone stier van anderhalve meter; de koe is tien centimeter
hoger dan de gewone koe van 130 centimeter. | Illustratie uit boek

Re:acties 1

  • Jacky

    Ga rustig eens een gesprek aan met dhr Vera om t hem uit te leggen waar t schort in zijn ideolie over de Oostvaardersplassen
    Mvg Jacky

    Reageer

Re:ageer