Wetenschap - 13 december 2007

‘Oereiken’ zijn pas twee eeuwen oud

Ze zouden meer dan duizend jaar oud zijn, de groepjes samengeschoolde bomen op de Veluwe. Maar na vier jaar onderzoek sneuvelt de hoop op een stukje Nederlands oerbos. De eiken zijn hoogstens twee eeuwen geleden ontstaan uit zijtakken.

Eikencluster in de Wilde Kamp op de Veluwe.
Eikencluster in de Wilde Kamp op de Veluwe.

Foto: Jan den Ouden

De ontdekking van cirkelvormige groepen eiken in het natuurgebied de Wilde Kamp op de Veluwe was in 2001 groot nieuws. De bomen zouden afstammen van een heel oude moederboom. Sommige stammen dateerden mogelijk zelfs uit het tijdperk van Karel de Grote.
Het vermoeden was dat elke keer dat de moederboom werd afgezaagd er uitlopers waren gaan groeien op de stam. Door dit hakhoutbeheer zou de oude moederboom zich steeds hebben verjongd. ‘Het principe is te vergelijken met de knot van een knotwilg, maar dan bij de grond’, vertelt dr. Jan den Ouden van de leerstoelgroep Bosecologie en bosbeheer die bij het onderzoek betrokken was. ‘Stel dat het tweehonderd jaar duurt voor een meter afstand tussen de nieuwe scheuten op de knoest, dan zouden de huidige bomen die op vijf meter afstand van elkaar staan duizend jaar oud zijn.’
Maar na grondig onderzoek blijken de oudste eiken nauwelijks meer dan tweehonderd jaar oud. ‘Als de bomen restanten van hakhoutbeheer zouden zijn geweest, hadden we onder de grond een dikke knol moeten vinden zoals je die ook op knotwilgen aantreft. Die vonden we niet’, aldus Den Ouden.
Wel zagen de onderzoekers dat binnen de groepen de stammen onder de grond met elkaar verbonden waren. Houtmonsters lieten zien dat deze eerst als takken boven de grond groeiden. De takken hebben de grond geraakt en zijn daar begraven onder gras, bladeren en grond. Vervolgens hebben de ondergegraven takken nieuwe wortels aangemaakt om uiteindelijk als zelfstandige boom verder gegaan.
Deze verklaring geldt niet alleen voor de bomengroepen op de Veluwe. ‘We zien het bijvoorbeeld ook in de duinen en in stuifzandgebieden, waar een deel van de takken wordt bedolven onder ingewaaid zand. Aan die bedolven stammen en takken ontstaan vaak ook nieuwe wortels.’
Geheel nieuw is deze verklaring eigenlijk niet, bekent Den Ouden. ‘Dit proces is meermalen beschreven in de literatuur. We zijn het alleen collectief vergeten.’

Re:ageer