Wetenschap - 3 april 2008

Octrooien

Twee promovendi die vorig jaar in Peru het internationale aardappelonderzoeksinstituut CIP bezochten, kregen klachten over Wageningen. De Peruaanse onderzoekers zouden de Wageningse kennis graag gebruiken, maar mogen dat vaak niet omdat de kennis over aardappelgenen wordt beschermd door octrooien van Wageningen UR.

Een netelige kwestie voor Wageningen UR, dat volgens zijn motto werkt voor de kwaliteit van leven - ook van arme aardappelboertjes in Peru - maar ook graag samenwerkt met het bedrijfsleven dat in ruil voor financiering graag de verzekering heeft dat het geld kan verdienen met de onderzoeksresultaten.
Volgende week vrijdag organiseren de promovendi, Bram de Jonge en Wietse Vroom, samen met dr. Niels Louwaars van het Centrum voor Genetische Bronnen Nederland, een symposium over de Peruaanse kwestie. Louwaars vertelde daar dinsdag 1 april over in het VPRO-radioprogramma Noorderlicht. Het aanvragen van octrooien is haast onvermijdelijk, stelde hij. Niet alleen bedrijven, ook veel publieke onderzoeksfinanciers stellen dat als eis bij de financiering van onderzoek.
Sommige onderzoekers leggen in contracten vast dat de resultaten van hun onderzoek wel geoctrooieerd worden, maar dat onderzoekers in ontwikkelingslanden er vrij over kunnen beschikken. Maar dat doet niet iedereen volgens Louwaars. ‘Een heleboel laboratoriumonderzoekers denken niet in eerste instantie aan ontwikkelingslanden.’
Volgens de onderzoeker kleven er voor bedrijven geen principiële bezwaren aan de mogelijkheid om kennis ter beschikking te stellen voor ontwikkelingsdoeleinden. ‘De echte armen in de wereld vormen geen markt voor de grote aardappelbedrijven. Daar is niets aan te verdienen. Ze zullen daar niet per definitie problemen hebben. De vraag is wel hoe je bepaalt wie de armen zijn, en hoe je dat vastlegt in een juridische tekst.’ Op het symposium hoopt Louwaars zo’n tekst te formuleren.

Re:ageer