Wetenschap - 11 juni 2009

OZON METEN OP DE TOP VAN GROENLAND

Over een paar dagen zit Laurens Ganzeveld op het hoogste punt van de Groenlandse ijskap. Bij min tien graden Celsius, op een pak ijs van drieënhalve kilometer, meet hij de uitwisseling van ozon en stikstofoxiden tussen het ijs en de lucht. Op zoek naar de invloed van de ijskap op ons klimaat.

Ganzeveld en zijn collega's meten de concentraties ozon en reactief stikstof in en boven de sneeuw vanuit een toren op tien meter hoogte.
Ganzeveld en zijn collega's meten de concentraties ozon en reactief stikstof in en boven de sneeuw vanuit een toren op tien meter hoogte.

Foto: Laurens Ganzeveld

Dat die invloed er is, staat vast. De ijskappen beïnvloeden de chemische samenstelling van de atmosfeer. Want in de luchtlaag direct boven het ijs vinden voortdurend chemische reacties plaats die van invloed zijn op het klimaat. Ganzeveld, werkzaam bij de leerstoelgroep Aardsysteemkunde, bestudeert de chemie van ozon en stikstofoxiden in die lucht.
Ozon en stikstofoxiden worden afhankelijk van de meteorologische omstandigheden meer of minder opgeslagen in het ijs. Ganzeveld wil in kaart brengen hoe de mechanismen in die micrometeorologische en chemische wereld werken.
‘We meten de concentraties ozon en reactief stikstof in en boven de sneeuw, op tweeënhalve meter boven het ijs en vanuit een toren op tien meter hoogte. Op basis daarvan berekenen we hoeveel van die stoffen door de sneeuw wordt opgenomen of afgegeven.’
Ganzeveld doet het onderzoek met een handjevol collega’s van de Amerikaanse Colorado State University en Michigan University. Ganzeveld is de modellenmaker van de groep. Hij gebruikt de metingen om bestaande klimaatmodellen mee te verbeteren. ‘De uitwisseling van reactieve stoffen bepaalt de samenstelling van de atmosfeer, de chemische omzettingen die daar plaatsvinden, de afbraak van broeikasgassen en aerosolen en dus de invloed op de klimaatverandering. Wij willen dat proces begrijpen. En wat is de invloed van de temperatuur, het licht of de weersomstandigheden?’
Volgens Ganzeveld gaat het om hele kleine uitwisselingsstromen. Desondanks tikken ze wel aan. ‘De inversielaag boven de ijskap is heel dun; op sommige plekken maar tien meter dik. Het volume waarin die processen plaatsvinden is daardoor relatief klein. En dus kan een kleine flux een grote invloed hebben.’
Voor Ganzeveld is het tripje naar Groenland een buitenkansje. ‘Ik ben een modelleur. Ik zit normaal de hele dag achter de computer. Maar je moet er een keer geweest zijn, als je daar modellen voor gaat maken. Je krijgt een beter inzicht in het systeem.’

Re:ageer