Organisatie - 11 oktober 2007

Nuttige planten zoeken weldoener

Het mede door Wageningen Universiteit geïnitieerde megaproject Prota maakt woelige tijden door. Afrikaanse organisaties claimen meer zeggenschap, en financiers laten het afweten. Ondanks de lof voor de wijze waarop het project kennis van nuttige planten in tropisch Afrika beschikbaar maakt, verlangen donoren steeds vaker een snelle, concrete bijdrage aan armoedebestrijding. ‘Prota moet op zoek naar een filantroop met een lange adem.’

88_achtergrond0.jpg
Het was vijf jaar geleden een bijna vergeten grondstof: de boter die gewonnen wordt uit de zaden van allanblackia of ouotéra, een woudreus waarvan meerdere soorten van nature voorkomen in de bossen van Afrika. Sinds multinational Unilever echter zijn oog heeft laten vallen op deze olie als een interessante toevoeging aan margarines, wordt gesproken van een ‘wonderboom’. Niet zo vreemd met de recente gekte rond palmolie in het achterhoofd. Inmiddels heeft Unilever een breed akkoord gesloten met ontwikkelings- en milieuorganisaties om een duurzame exploitatie van allanblackia mogelijk te maken. Het internationale World Agroforestry Centre (Icraf) is nu bezig de boom te domesticeren en kleinschalige teeltsystemen te ontwikkelen zodat lokale boeren via de oogst van zaden extra inkomsten kunnen genereren.
Als Unilever ze niet voor was geweest, had allanblackia het paradepaardje kunnen worden van Prota. Dit vijf jaar geleden opgestarte project richt zich op het ontsluiten en het gebruik van nuttige planten uit tropisch Afrika (zie kader). Het is voortgekomen uit het Prosea-project dat een complete databank en een reeks handboeken heeft opgeleverd over de nuttige planten van Zuidoost-Azië, voor veel Wageningse botanici en tropische plantentelers nog altijd hét internationaal visitekaartje.
Drie allanblackiasoorten staan beschreven in het nieuwe Prota-handboek over plantaardige olie dat eind september in Nairobi werd gepresenteerd tijdens een internationale workshop, in aanwezigheid van een Wageningen UR-delegatie onder leiding van rector prof. Martin Kropff en prof. Raoul Bino, directeur van de Plant Sciences Group. De Filippijnse onderzoeker dr. Dindo Campilan van het International Potato Centre presenteerde de aanwezigen een overwegend positieve externe evaluatie op basis van ervaringen van gebruikers van al verschenen Protaproducten. Genoeg reden voor een feestje, hoewel er op de bijeenkomst ook bezorgde gezichten te zien waren.

Afrikaanse voordeur
Zo liet de Malawische Sloans Chimatiro, sprekend als landbouwvertegenwoordiger van het invloedrijke New Partnerschip for Africa’s Development (Nepad), weten het Protaproject ‘volledig te onderschrijven’ en het ‘Afrikaans eigenaarschap’ op te eisen. Concreet stelde hij voor het aan NEPAD gelieerde Forum for Agricultural Research in Africa (Fara) tot de ‘nieuwe voordeur van Prota’ te maken. Het Protabestuur liet weten het Afrikaans eigenaarschap de komende vijf jaar serieus te zullen oppakken. De eveneens uit Malawi afkomstige vice-voorzitter dr. Zachariah Magombo maakte echter duidelijk dat zo’n overgang wel ‘de logische consequentie van verhoogde Afrikaanse financiële bijdrage met zich meebrengt’.
Wat is Prota?
Prota (Plant Resources of Tropical Africa) wil kennis over nuttige planten in tropisch Afrika toegankelijk maken. Hiertoe worden basisgegevens van zo’n zevenduizend planten bewerkt tot handzame en betrouwbare beschrijvingen. De informatie komt beschikbaar via een on-line databank, cd-rom’s en een zestiendelig handboek in zowel het Engels als Frans. Het project richt zich op het bevorderen van het duurzaam gebruik van plantaardige grondstoffen, het behoud van biodiversiteit en het stimuleren van plattelandsontwikkeling in tropisch Afrika.
Op basis van de ingezamelde informatie worden vervolgens in een handzaam boekje aanbevelingen en mogelijk toepassingen geformuleerd voor het bedrijfsleven, voorlichters, ontwikkelingsorganisaties, beleidsmakers, onderzoekers en onderwijzers. Daarnaast wordt, veelal in samenwerking met zogeheten grassroots organisaties, in kleine voorbeeldprojecten de kennis toegepast.
Het werkterrein beslaat 47 Afrikaanse landen tussen de Kreefts- en Steenbokskeerkring en richt zich op zestien gebruiksgroepen. Vier hiervan – groenten, kleur- en looistoffen, granen en peulvruchten, en oliegewassen - zijn inmiddels afgerond. Twee groepen - de medicinale planten en bomen en timmerhout – zijn in productie.
Prota wordt gecoördineerd vanuit twee kantoren, één in Wageningen en één bij het World Agroforestry Centre in Nairobi (Kenia). Daarnaast zijn zes regiokantoren ondergebracht bij gastheerinstituten in Oeganda, Ghana, Malawi, Madagaskar, Gabon en Burkina Faso. In het project participeren ook het Engelse Royal Botanic Gardens Kew, het Franse Agropolis in Montpellier en voorloper Prosea in Bogor, Indonesië.
Zie ook www.prota.org. Welke consequenties de afrikanisering heeft voor de Wageningse wortels van Prota kan agronoom dr. Jan Siemonsma, de Europese projectleider van Prota nog niet overzien. ‘Het is natuurlijk heel positief dat Afrikanen het project omarmen. Voorlopig maak ik me vooral zorgen over de continuïteit en het ontbreken van fondsen. Ik ben bang dat het niet realistisch is om te denken dat NEPAD en FARA dat geldprobleem snel zullen oplossen. Het water heeft ons wel eens vaker bijna tot aan de lippen gestaan, maar zo erg als nu heb ik nog niet eerder meegemaakt’, aldus Siemonsma.
Bij westerse donoren kampt Prota volgens Siemonsma met het imago van
‘boekenproject’. Dit terwijl de kennisverspreiding juist zijn vruchten afwerpt. Zo maken studenten van de Botswana College of Agriculture in Gaborone zoveel gebruik van de webdatabank van Prota dat Botswana totaal onverwacht een tijdlang de hitlijst van de website domineerde. Het is het kerndoel van Prota: het beschikbaar maken van handzame en betrouwbare beschrijvingen van nuttige planten. Opmerkelijk veel gebruikers hebben overigens nog een voorkeur voor de gedrukte uitgaven, die onder bepaalde voorwaarden door het CTA (Technical Centre for Agricultural and Rural Cooperation) gratis in Afrika wordt verspreid. De geënquêteerde afnemers zijn volgens Campilan lovend over de ‘hoge kwaliteit en relevantie’ van de handboeken. Wel worden een aantal intermediaire doelgroepen – zoals beleidsmakers en de private sector – maar matig bereikt.

Vergeten groenten
De kleine lokale proefprojecten die Prota heeft opgezet, zoals het stimuleren van teelt en consumptie van ‘vergeten’ inheemse bladgroenten in Kenia en Burkina Faso, laten volgens Campilan zien dat het project een bijdrage kan leveren aan armoedebestrijding. Hoewel hij waarschuwt voor de relatief grote inspanning die de begeleiding van zulke proefprojecten vraagt, ziet hij ze wel als ‘een uitgelezen mogelijkheid om bewijs in te zamelen dat de opzet van Prota werkt’.
De proefprojecten zijn mede te danken aan het Nederlandse Directoraat-Generaal Internationale Samenwerking (Dgis), tot nu toe één van de vaste donoren van Prota. Armoedebestrijding en plattelandsontwikkeling zijn belangrijke speerpunten in de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking, maar vooralsnog is het niet gelukt DGIS te interesseren voor financiering van de tweede fase van Prota. Voor de periode 2008-2012 is in totaal 11,4 miljoen euro nodig. Hiervan is nog maar 2,4 miljoen binnen, waaronder een miljoen van het Nederlandse ministerie van LNV.
Dr. Dennis Garrity, algemeen directeur van het World Agroforestry Centre dat het Afrikaanse kantoor van Prota in Nairobi onderdak biedt, herkent de problematiek. ‘Donoren gaan tegenwoordig steeds vaker voor snel succes, maar dat heeft ook maar een kort effect. Een project als Prota is uniek en komt maar eens in de vijftig jaar langs. Het kan echter nooit bewijzen dat het op korte termijn een directe bijdrage levert aan armoedebestrijding. Juist door je te richten op honderden intermediairen bereik je op iets langere termijn een veel grotere impact. Prota levert een fundamenteel platform dat volgens mij absoluut in het publieke domein thuishoort. Fondsenwerving bij de industrie is denk ik lastig. Ik zou eerder denken aan filantropen, dat zijn vaak mensen met een langere adem’, aldus Garrity.
Een tip die de fondswervers van Prota en de Plant Sciences Group, waar het Wageningse kantoor onder valt, al ter harte hebben genomen. De eerste contacten met de C&A-familie Brenninkmeijer – volgens het blad Quote de rijkste familie van Nederland – en de Bill & Melinda Gates Foundation – van het rijkste echtpaar ter wereld – zijn inmiddels gelegd. De tijd dringt. De financiering van Prota is met veel kunst- en vliegwerk slechts tot eind 2008 gegarandeerd.

Zie ook Van de redactie en Werkplek

Re:ageer