Wetenschap - 13 augustus 2012

Nuttig beestje wordt plaag, plaag wordt nuttig

Een gewenste exoot kan zich in de Nederlandse natuur ontwikkelen tot plaag, een ongewenste kan per toeval een nuttig exportproduct worden. Dat blijkt uit recente studies van Alterra en LEI over het Aziatisch lieveheersbeestje en de wolhandkrab.

De wolhandkrab - van schadelijk naar nuttig
Marieke de Lange van Alterra en entomologe Lidwien Raak bestudeerden de invoering van het Aziatisch lieveheersbeestje in Europa. Geintroduceerd als biologisch bestrijder van bladluizen in de jaren negentig, ontpopt dit beestje zich nu als een plaag voor de inheemse. Europese lieveheersbeestjes. Bovendien geeft deze exoot, die geen natuurlijke vijanden kent in Europa, overlast in huizen tijdens de overwintering.
Maar het omgekeerde is ook mogelijk. De Chinese wolhandkrab, die in de vorige eeuw per toeval in Duitsland opdook en zich daarna over Europa verspreidde, verdrong de inheemse soorten ook en kan grote schade toebrengen aan de visserij. Maar de ongewenste exoot blijkt in toenemende mate een krab waaraan de Nederlandse vissers geld kunnen verdienen, blijkt uit een studie van het LEI.
Voor veel consumenten in China, Korea en Japan is de wolhandkrab een delicatesse. Daarom is er voor de krab een omvangrijke, potentiele afzetmarkt onder Aziatische consumenten in grote Europese steden, aldus het LEI, die ook exportmogelijkheden naar China ziet. In 2010 haalden de vissers 140 ton wolhandkrab binnen, met een prijs van zo'n 10 euro per kilo. Gelet op het marktpotentieel kan de afzet vervijfvoudigen, rekent het LEI uit voor de Kenniskring Binnenlandse visserij.
Het ‘nuttige' Aziatische lieveheersbeestje heeft zich daarentegen ontwikkeld tot een plaag waar geen afzet meer voor is. Het beestje is inmiddels verboden als biologische bestrijder, maar heeft zich al blijvend in de natuur gevestigd. Het inheemse lieveheersbeestje kan alleen overleven als ie vlucht bij een ontmoeting met de Aziatische soortgenoot, vonden Raak en De Lange. De beste manier om deze plaag te bestrijden, is de invoering van een natuurlijke vijand. Maar ja, het verleden heeft uitgewezen dat dat niet zonder risico is, omdat die vijand ook wel eens gewenste soorten zou kunnen opvreten. De universiteit heeft daarom samen met de Planteziektenkundige Dienst een milieurisico-analyse ontwikkeld voor natuurlijke vijanden van exoten.

Re:ageer