Wetenschap - 23 april 2020

Nul uitstoot vereist minder dieren

tekst:
Roelof Kleis

Als de veehouderij op eigen kracht klimaatneutraal wil worden, zal de veestapel flink moeten inkrimpen. Dat blijkt uit een studie van WUR.

Impressie van extensief en natuurvriendelijk boeren. © Erik Eshuis

Een groep onderzoekers van WUR bracht aan de hand van verschillende scenario’s in kaart hoe de landbouw en het landgebruik er in 2050 uit kunnen zien. De studie geeft een doorkijkje naar de landbouw voorbij de afspraken in het Klimaatakkoord, die niet verder zien dan 2030. Afhankelijk van de gekozen uitgangspunten zijn de gevolgen fors.

Meer bos
In de vier scenario’s staan de productiviteit of de natuur voorop in de bedrijfsvoering en worden er niet of wel extra milieudoelen gesteld. De uitersten zijn doorgaan op de huidige voet (zij het dat de veestapel niet verder groeit) en een ‘natuurinclusieve’ landbouw. In dat laatste geval zal de veestapel met 42 procent moeten krimpen en is ruimte nodig voor een verdubbeling van de hoeveelheid bos.

koeien in de wei.jpg

Het goede nieuws voor de boeren is dat doorgaan op de huidige voet in theorie kan. Krimp van het aantal dieren en het productievolume aan vlees en zuivel is niet per se nodig. Maar dat gaat alleen op als de landbouw op Europees niveau emissieneutraal mag zijn. Oftewel, als emissie op verschillende terreinen (landbouw, energie, landgebruik) op Europese schaal tegen elkaar uitgeruild kan worden. Voor 2030 hanteert de EU zo’n principe.

Eigen kracht
Alle andere scenario’s leiden tot flinke krimp van de veehouderij. Als Nederland op eigen kracht klimaatneutraal wil zijn, zal de veehouderij fors moeten afslanken. De krimp loopt op tot 42 procent in het geval van een extensieve landbouw, die de natuur ontziet, waarbij koeien, varkens en kippen weer volop buiten lopen, er veel minder kunstmest wordt gebruikt en de weilanden weer vol staan met kruiden en bloemen.

De verschillende ontwikkelingsrichtingen van de veehouderij hebben ook flinke gevolgen voor de plek die de landbouw economisch inneemt. Naarmate de productie groener wordt, nemen export en werkgelegenheid in de sector af. Een krimp van 40 procent in de veestapel komt overeen met een even grote afname aan directe en indirecte (verwerking en toelevering) arbeidsplaatsen.