Organisatie - 26 januari 2012

Nu nog een bankiersdiploma

Hij hoefde niet zonodig weg, werken bij Wageningen UR noemt hij 'ontzettend leuk'. Maar in oktober werd Ruud Huirne gebeld door Rabobank of hij interesse had in de functie van directeur Food & Agri. Het begin van een nieuwe stap in zijn carrière.

15-Ruud-Huirne-CMGZ-GA-4706.jpg
Zijn nieuwe functie doet er toe, zegt Huirne, nu nog directeur van de Social Sciences Groep. Hij rapporteert inhoudelijk direct aan Piet Moerland, de hoogste baas van Rabobank Nederland. Maar wat hij zich vooral afvroeg: past die baan wel bij mij? 'Ik ben bedrijfseconoom, ik heb wat met de primaire sector en de agribusiness en ik werk graag bij een grote internationale organisatie, om me verder te kunnen  ontwikkelen. De inhoud van de functie bevalt me. De lokale Rabobanken beslissen autonoom over kredietverlening aan boeren en tuinders. Boven de 5 à 7 miljoen euro wordt mijn toekomstige afdeling erbij gehaald: is dat krediet verantwoord? We kijken ook mee bij lastige en internationale kredieten. Verder maken we sectorstudies om de lokale banken goed te informeren over de markten.'
Dat klinkt spannend in de huidige financiële crisis.
'Tot nu toe wordt de land- en tuinbouw gezien als relatief veilig. Maar je geeft een krediet voor twintig jaar en het krediet wordt schaarser, er worden meer buffers ingebouwd door de banken. En er wordt meer gelet op het risicoprofiel van bedrijven. We hebben de EHEC-bacterie gehad, maar ook hebben we te maken met extreem weer, met afzetmarkten die de grenzen sluiten bij dier- en plantenziekten. Dat bredere verhaal moet je beoordelen als bank. Mijn vakgebied als hoogleraar draait om het inschatten van bedrijfseconomische risico's, dat sluit daar goed bij aan. Wel moet ik mijn bankiersdiploma nog halen. Als het om de crisis gaat kan ik nu alleen zeggen: ik lees de krant, ik weet er evenveel van als jij.'
Je studietijd meegerekend ben je al vijfentwintig jaar verbonden aan Wageningen UR. Daarbij heb je de nodige disciplines doorlopen. Je was directeur van zowel de Animal Sciences Group als de Social Sciences Group. Maar je gaf ook leiding aan de voedingsonderzoekers. Veel verschillen tussen die werkvelden?  
'De overeenkomsten tussen die groepen zijn veel groter dan de mensen denken. Iedereen is bezig met experimenten, dataverzameling en statistiek, of het nu een dierproef, een voedingsproef of een enquête is. En de instelling van de mensen is vergelijkbaar. Ze zijn van goede wil en gedreven door de inhoud. En overal is de samenwerking tussen groepen lastig. Altijd zie je drempels, ingebakken eilandgedrag, waar je de mensen steeds op moet aanspreken. Want samenwerking loont vaak.'
Voorbeelden?
'Johan van Arendonk zag kansen om het fokkerijonderzoek van de universiteit en DLO gezamenlijk uit te bouwen, waardoor zijn groep flink is gegroeid. Bij AFSG is Rene Wijffels een goed voorbeeld met zijn algenconsortium - ook daar zie je de samenwerking tussen universiteit, DLO en bedrijven. In de sociale wetenschappen is het lastiger, ook al omdat het LEI vooral economisch is en de helft van de universitaire groepen dat niet zijn. Ik vind samenwerking en een externe blik belangrijk, maar heb het nooit doorgedrukt. Dwang werkt niet, de drive moet van de mensen zelf komen, het werkt het beste als de mensen er zelf in geloven.'
Het LEI heeft nu financiële problemen.
'Dat hebben we zien aankomen, de overheidsfinanciering loopt terug. Twee jaar geleden hebben we daarom nieuwe mensen aangesteld om opdrachten aan te boren in andere marktvelden. Die zijn nog niet allemaal even productief. We hopen een slag te maken, maar de grote vraag wordt wat we dit jaar gaan binnenhalen via de topsectoren. Een kwart van het LEI-budget, dat voorheen van het ministerie van EL&I kwam, moet nu van de innovatiecontracten komen. In veel contracten worden zaken als economie, markt en concurrentiekracht genoemd, maar eind maart weten we pas of die zaken ook worden gehonoreerd. Het ministerie moet keuzes maken. Ik hoop dat ze niet alleen terugvalt op technologie.'
Huirne vertrekt per 1 februari niet helemaal. Hij blijft als bijzonder hoogleraar het Rusland-project doen. Heeft dat te maken met zijn Russische vrouw?
'Nee, ik kom al sinds 1995 in Rusland, zij is eerder een gevolg daarvan.  We leveren landbouwkennis om de productiviteit en kwaliteit van de Russische landbouw te verhogen. Dat netwerk in Rusland zit op mijn persoon, dat is te pril om over te dragen. Bovendien vindt ook de Rabobank het interessant.'

Re:ageer