Wetenschap - 1 januari 1970

Noordzee ernstig in de war

Dat er zoveel dolfijnen en bruinvissen voor de Nederlandse kust zwemmen, lijkt goed nieuws. Líjkt. Want eigenlijk duidt dit erop dat het ecosysteem van de Noordzee flink in de war is. Onderzoekers geven het klimaat de schuld, maar weten het niet zeker.

Drs Mardik Leopold van Alterra Texel gaat in de komende zomer helpen tellen hoeveel dolfijnen en walvissen in de Noordzee zwemmen. In 1995 telden hij en collega's uit Groot-Brittannië, Frankrijk, Duitsland, Zweden en Denemarken ook al zeezoogdieren vanaf boten en vanuit vliegtuigen. Van de Zweedse kust en de Waddenzee in het oosten tot aan Noord-Schotland in het westen en de Keltische Zee, via het Kanaal tot in de Keltische Zee in het zuiden telden de onderzoekers 75.450 gewone dolfijnen, 7.856 witsnuitdolfijnen, 341.366 bruinvissen en 8.445 dwergvinvissen.
De onderzoekers hadden aanvankelijk verwacht dat ze bij een nieuwe telling, tien jaar later, een daling van het aantal dolfijnen en walvissen zouden zien. 'We verwachtten een daling van vijf tot tien procent, vooral door de bijvangst van de dieren in visnetten', aldus Leopold. Maar sinds een paar jaar is duidelijk dat er in de zuidelijke Noordzee juist meer dolfijnen en walvissen zwemmen. Voor de kust van Scheveningen zien vogelaars die trekvogels tellen meer en meer bruinvissen. En onderzoekers van de universiteit van Newcastle tekenden uit de monden van vissers en zeelieden ook verhalen op over de vele dolfijnen en walvissen die ze zagen in de Noordzee.

Geen voedsel
Dat de dolfijnen en walvissen steeds vaker Nederlandse wateren opzoeken, komt volgens Leopold niet doordat het daar zo goed toeven is voor de dieren. Hij denkt eerder dat ze in de noordwestelijke Noordzee geen voedsel meer kunnen vinden. De bruinvissen voor de Nederlandse kust zijn vermoedelijk uitgeweken. Dat is een aanwijzing dat het ecosysteem van de Noordzee flink in de war is.
Daar zijn meer aanwijzingen voor. 'De instorting van de kabeljauwpopulatie komt ook overeen met de patronen die bij het plankton gevonden zijn', stelt Leopold. 'Dat ligt niet alleen aan de visserij, al helpt het niet om door te blijven vissen op een ineenstortend bestand. En met de zandspiering gaat het nu ook slecht. Dat is hét stapelvoedsel voor veel waterdieren, zoals bruinvissen, zeevogels, zeehonden en vissen, maar er is ook een grote visserij op de vissen voor vismeel. Op dit ogenblik is de toegestane vangst groter dan wat er nog in de zee zit.'
Ook de vogels hebben te lijden. 'Aan de Engelse kust zie je de zeekolonies kelderen', aldus Leopold. 'Vroeger zag je zeekoeten op de rotsige kust met vissen zwaaien, nu met stukjes zeewier. Je ziet ook dat steeds meer dieren de wijk nemen. De Nederlands zeetrektellers, die al jarenlang bijhouden welke aantallen zeevogels voor onze kustlijn heen en weer vliegen, zagen de afgelopen winter recordaantallen van diverse soorten. Kees Camphuysen van het NIOZ, die de meldingen van bruinvissen bijhoudt, ziet in Nederland een jaarlijkse toename in hun aantallen van veertig procent over de laatste 15 jaar. Ook dat past in het beeld dat het in de noordwestelijke Noordzee heel erg mis is, en dat de crisis al een tijdlang aan de gang is.'

Honderden soorten
Volgens Leopold ligt de oorzaak in veranderingen in de planktonbloei in de noordelijke Noordzee. Dat denken ook andere onderzoekers, zoals zeevogelexpert Kees Camphuysen van het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) en zeezoogdierexpert Bram Couperus van het Nederlands Visserij Onderzoek (RIVO). 'Het blijkt in eerste instantie uit onderzoek met de continuous plankton recorder', vertelt Leopold, 'een apparaat achter vrachtschepen dat met een rol met lijm bestreken zijde plankton uit de zee vangt. Daardoor weten we al veertig jaar hoe het plankton zich in de hele Noordzee heeft ontwikkeld.'
De ecologische balans in de Noordzee wordt verstoord door opwarming, denkt Leopold. Het probleem is dat het dierlijke plankton nu eerder in het jaar tot bloei komt dan vroeger. 'Het plantaardige plankton, waarvan het zoöplankton afhankelijk is, reageert op daglengte en niet op warmte, en die timing is niet veranderd. Het zoöplankton komt te vroeg en grijpt mis en vervolgens hebben ook vissen die van zoöplankton leven het nakijken.' En dat heeft weer gevolgen voor grotere vissen, watervogels, zeehonden, dolfijnen en walvissen. Volgens Leopold gaat het om een verstoring van een heel ecosysteem van tientallen of wel honderden soorten.

Golfstroompatronen
Volgens Leopold zijn de veranderingen in de planktonbloei voor een belangrijk deel te wijten aan klimaatverandering. 'Het kan liggen aan veranderende Golfstroompatronen die zorgen dat het water in de noordwestelijke Noordzee vier graden warmer is dan vroeger. Maar ik denk dat het vooral een kwestie van zonlicht is. We hebben een aantal goede zomers gehad.' Dat de kabeljauwstand en de zandspieringstand in de Noordzee instort heeft daarnaast te maken met overbevissing, denkt Leopold, al treft de vissers niet alle blaam.
Het is een zorgelijk probleem, meent Leopold, omdat de verandering waarschijnlijk onomkeerbaar is. Klimaatonderzoekers hebben laten weten dat zélfs als de complete uitstoot van CO2 wordt gestaakt, de opwarming van de aarde nog tientallen jaren door zal gaan. Als de Noordzee in de war is door de klimaatverandering, dan zijn de veranderingen in het ecosysteem die nu zichtbaar worden een voorbode voor meer en vergelijkbare veranderingen in de toekomst. Het is maar de vraag of de Noordzee weer in balans komt. 'Dat maken jij en ik niet meer mee', denkt Leopold.

Martin Woestenburg

Re:ageer