Wetenschap - 24 oktober 2002

Noordse woelmuis heeft meer stapstenen nodig

Noordse woelmuis heeft meer stapstenen nodig

De Ecologische Hoofdstructuur biedt geen garantie voor de levensvatbaarheid van de noordse woelmuis in Noord-Holland. Zelfs als de EHS volledig wordt gerealiseerd, blijven er vooral in het midden van de provincie knelpunten liggen.

In Nederland leeft een aparte ondersoort van de noordse woelmuis, en die geniet bescherming via de Europese Habitatrichtlijn. De muis leeft in rietlanden en schrale graslanden en komt alleen nog voor in delen van Friesland, Zeeland en Noord-Holland. Drs Bianca Nijhof en drs Rob van Apeldoorn van Alterra onderzochten hoe het soortbeschermingsplan dat voortkomt uit de Europese wetgeving in Noord-Holland het best vormgegeven kan worden.

Nijhof en Van Apeldoorn keken naar de potenti?le leefgebieden voor de woelmuis. Nu leven noordse woelmuizen versnipperd in gebieden in Waterland, de Zaanstreek, bij Uitgeest, boven Alkmaar en boven Schagen. Bij een volledige EHS zou er volgens de onderzoekers in het noorden en in het zuiden een flink aaneengesloten leefgebied ontstaan. Er blijft echter een strook net ten zuiden van Alkmaar tot boven Edam over, waarin de woelmuizen slecht kunnen leven.

Nijhof en Van Apeldoorn bevelen aan om het landschap in het midden van de provincie optimaal in te richten voor de noordse woelmuis. Dat betekent het aanleggen van lintvormige stukken rietland of nat grasland met extensieve begrazing en een natuurlijk peilbeheer. De woelmuis heeft verbindingszones nodig van twee tot tien meter breed, maximaal 3200 meter lang, en rustgebieden - zogeheten stapstenen tussen de leefgebieden - van minimaal een halve hectare. Barri?res als wegen, bebouwing, dijken of diepe, brede wateren kunnen hierbij een probleem vormen. | M.W.

Re:ageer