Wetenschap - 22 oktober 2009

Noord-Korea van binnen: het volledige dagboek

De Wageningse onderzoekers Maarten Jongsma, Evert Jacobsen en Siert Wiersema waren in augustus een week in Noord-Korea. Ze zaten vooral in een busje, 2400 kilometer heen en weer naar een afgelegen aardappelinstituut. Daar deden ze een opmerkelijke ontdekking: de Noord-Koreanen hebben aardappels ontwikkeld die resistent zijn tegen phytophthora. Onderweg zien ze auto's die op hout rijden en hotels zonder stromend water.
Een selectie uit het dagboek verscheen eerden in Resource als achtergrondverhaal. Hier vindt u het volledige dagboek.

Maandag 10 augustus
Na de overstap in Beijing zijn we aangekomen op het vliegveld naar Pyongyang, de hoofdstad van Noord-Korea. Ik twijfel of ik mijn mobiele telefoon bij me kan houden. Het hoofd van het Rode Kruis in Pyongyang had me verteld dat er alleen lokale mobieltjes zijn toegestaan waarmee buitenlanders alleen elkaar kunnen bellen. Ook zijn er mobieltjes waarmee Noord-Koreanen alleen elkaar kunnen bellen. Een soort hardware beveiliging tegen de gevreesde directe communicatie van de eigen bevolking met de buitenlanders hier. Voor de buitenlanders is het daardoor heel lastig om iets simpels te doen als een vlucht boeken. Er is immers geen directe telefoon naar de luchthaven.
De vorige twee keer had ik mijn mobieltje met een smoes kunnen laten passeren, maar dit keer moet ik beide telefoons inleveren. Zo kom ik ook zonder horloge en wekker te zitten. Na lang wachten komen eindelijk de koffers van Siert en mij, maar die van Evert blijken er echt niet te zijn en dit is waarschijnlijk het enige vliegtuig deze dag. We moeten aangifte doen.
Begeleider Jon en onderzoeker Jo wachten ons op. Zij en chauffeur Ham zullen met ons meereizen naar Taedong in het noordelijkste puntje van Noord-Korea. Uiteindelijk blijkt er geen 4 wheeldrive beschikbaar voor onze reis. Het Toyota busje dat de klus moet klaren is oud met 4 rondjes op de teller en we hopen maar dat het zonder pech zal gaan lukken. We hadden gehoopt dat FAO-vertegenwoordiger John O'Dea mee zou reizen, maar uiteindelijk kon die niet en alleen de NGO's in Noord-Korea beschikken over moderne auto's. De rit van 1200 kilometer heen en 1200 km terug gaat vijf dagen duren. Een belangrijk deel van de kustweg naar het noorden is onverhard, wordt ons verteld.
Als we in het busje zitten vanuit de luchthaven, valt me op dat ik voor het eerst het land groen zie. Tijdens mijn eerdere bezoeken in 2004 en 2008 was ik er in april en juni, voor de regentijd in juli en augustus. Nu ziet alles er goed uit, met rijstvelden die al van kleur veranderen door de rijping van de aren. Ook valt gelijk weer op dat iedereen lopend grote afstanden aflegt. Er is weinig verkeer op de weg, maar er zijn ook weinig fietsen. Fietsen mogen zich op de wegen van Pyongyang niet mengen met het gemotoriseerde verkeer, waarschijnlijk om een modern stadsbeeld in stand te houden.
Er zijn veel mensen op de weg. Kinderen hebben deze maand vrij van school. Onderweg zien we op een grote rotonde meer dan honderd vrouwen gehurkt in de perken bezig onkruid te wieden en de planten te snoeien. Ieder in zijn eigen kleding. Het ziet er wel gezellig uit, maar dit soort gemeenschapswerk is verplicht.
We zitten in een soort parkhotel van gelijkvloerse bungalows. De airconditioning lijkt goed te werken en de kamers zijn heel ruim. De prijs voor een kamer is vergelijkbaar met wat je in China betaalt: 41 euro. Ik geef Evert een verschoning uit mijn eigen voorraad. Jon belooft ons wel dat we onderweg wat kleding en toiletspullen kunnen kopen, maar je ziet hem denken welke winkel zich daarvoor zal lenen. Buitenlanders mogen immers alleen in specifieke winkels komen.
We eten in een grote zaal en zijn de enige gebruikers. Het eten is prima en ik merk dat we er hongerig op aanvallen. We hadden nog niet geluncht want in het vliegtuig hadden we tijdens de korte vlucht alleen wat pinda's gekregen.
Na het diner hebben we het overleg voor het plan voor de week. Ik heb van mijn eerdere reizen een kaart meegenomen. Die komt nu mooi van pas om een goed beeld te vormen van de reis. Jon pakt een lineaal en pen om de route uit te tekenen. We kaarten de mogelijkheid aan om een betere auto te huren. Deze auto kost 50 dollar per dag, plus benzine. Een 4 wheeldrive zou 1000 dollar kosten en een vliegtuig 5000 dollar. Ook wordt duidelijk dat het wijzigen van de auto eigenlijk niet haalbaar is. Dat zou ook een andere chauffeur betekenen en omdat die niet is aangemeld bij de politie is dat op korte termijn gewoon niet te doen. Jon vraagt begrip voor de situatie. Hij weet ons gerust te stellen met de mededeling dat deze chauffeur met deze auto de rit al zes keer eerder heeft uitgevoerd. Comfortabel zal de rit echter niet worden.
Tot onze teleurstelling horen we dat de resistente aardappelrassen uit Nederland hier in Korea toch last hebben van de lokale schimmel. We hadden in NL al gezien dat de resistentie maar ten dele effectief was, maar onder de hoge ziektedruk hier lijkt de aardappel het niet gehouden te hebben. We moeten ons plan om deze rassen als uitgangspunt te nemen voor een EU project nu aanzienlijk bijstellen.
Het programma zit door de lange reis eigenlijk veel te vol. Pas op zondag zullen we op het aardappelinstituut AAS zijn en lunchen met de directeur van het instituut, Kang SinHo, en met Kim Tok Yong, die een jaar bij ons op PRI heeft gewerkt. Die dag is er ook nog een bezoek aan de geboorteplaats van Kim Il Sung gepland en in de avond een bezoek aan een massale gymvoorstelling die echt spectaculair schijnt te zijn. Maandagochtend staat een bezoek aan de FAO en EU op het schema. We realiseren ons dat het heel lastig gaat worden om binnen deze week een EU-voorstel te schrijven dat we op 28 augustus in Brussel kunnen indienen. 
Dinsdag 11 augustus
Een goed ontbijt genoten: toast met een klein kopje oploskoffie, jam, boter, gebakken aardappelen en een pannenkoekje.
Na het ontbijt bleek onze dierbare Kim Tok Yong ons op te wachten. Hij is de spil van de samenwerking met het land. Een hele goede wetenschapper. Op de rand van Pyongyang neemt Jon nog een keer onze paspoorten in om iets te regelen bij een kantoortje voor onze reis. Daarna volle vaart naar de andere kant van het Koreaanse schiereiland. We rijden langs eindeloze landerijen met veldjes rijst en mais, daartussen soja. Zo nu en dan wat tabak en Koreaanse kool.
De weg is van beton en we komen al gauw in de bergen. Het beton is op veel plekken in slechte staat en achter in de bus is het gebonk en de herrie behoorlijk heftig. Je moet echt kijken hoe we rijden om de klappen goed op te kunnen vangen.
Onderweg zien we veel vrachtwagens met motorproblemen of lekke banden. We schatten dat bijna de helft van de vrachtwagens langs de weg staat om een of ander te verhelpen. Er is geen ANWB om de pechgevallen weer op weg te helpen, dus de chauffeurs zijn eigenhandig binnenbanden van enorme wielen aan het plakken.
Aanvankelijk zien we weinig fietsen, maar aan de andere kant van de bergrug blijken de meeste mensen zich wel per fiets te verplaatsen. Op de hele tocht van 250 km hebben we geen benzinestation gezien. Pas bij de plaats Munchon vinden we op een achteraf plekje een pomp. We lunchen hier aan zee op de achtste verdieping van een soort congresgebouw in een uiterst curieus restaurant, dat helemaal is omgebouwd tot een soort kloof met plastic rotsen, planten en bomen en een kunstmatige beekje tussen de tafels door. We hebben een mooi uitzicht over de haven en de kust, maar alles is grijs van de regen. Het landschap ziet er echter goed verzorgd uit.
Na de lunch gaan we langs de kust omhoog. Het is nu veel drukker op de weg en gaande de route verslechtert het wegdek aanzienlijk. Het is nog wel verhard maar vol scheuren. Wat ook niet helpt: de schokdempers van het busje hebben lang geleden de geest gegeven. Het feit dat er nieuwe banden onder de auto zitten stelt ons vooralsnog gerust
Onze eindbestemming vandaag is de strandplaats Majon. We blijken in een echt strandhotel te zitten. We huren een villa van twee verdiepingen, maar daar blijkt geen water uit de kraan te komen. Dat was even wennen. De badkuip staat vol koud water, maar het personeel zorgt later dat een grote teil met water wordt verwarmd met een dompelaar. Uiteindelijk nog prima gebadderd. Driekwart van het hete water in het bad met koud water gekieperd en klaar was Kees.
Daarna een strandwandeling gemaakt, plus een ontmoeting met disco dansende jongeren uit Pyongyang. "Mr I already miss you". Je merkt dat ze graag met buitenlanders praten, maar dat er duidelijk redenen zijn om dat niet al te enthousiast te doen. 's Avonds hebben we heel verrassend een picknick - diner op een rieten mat aan het strand. We eten mosselen en bulgogi (dunne plakjes rundvlees).
Woensdag 12 augustus
Vandaag zullen we twaalf uur moeten rijden om een afstand van 600 km af te leggen. Bij het wegrijden valt op dat honderden mensen langs de weg bezig zijn de gevallen bladeren van het wegdek te vegen. We verbazen ons hoe deze mensen dat - waarschijnlijk elke dag - gemotiveerd blijven doen. Ze lopen er niet de kantjes vanaf en er is ook geen duidelijk toezicht
Al gauw rijden we nog uitsluitend op onverharde wegen. Hier zien we voortdurend mensen in groten getale in de weer om de weg te verbeteren. De noodzaak om daarmee bezig te zijn is bij  deze onverharde wegen veel duidelijker. Ze zijn samengesteld uit een mengsel van grint, gravel, leem en kalk. Onder invloed van de regen verandert alles echter in een vloeibare brij en voor je het weet vormen zich diepe sporen. De nattigheid biedt echter ook de mogelijkheid om het wegdek weer mooi te repareren. Iedereen is dus met scheppen en schrapers en nieuwe leem in de weer om het dek weer glad te strijken. We constateren dat deze onverharde weg veel beter rijdt dan de verharde weg met gaten. Die kunnen de mensen immers niet zelf verbeteren.
Om een uur of 10 stoppen we. Het linkervoorwiel maakt verdachte geluiden. De chauffeur blijkt tevens monteur en haalt het wiel eraf om het lager te controleren. Na toevoeging van nieuw vet en het vaster aanschroeven van het wiel op het lager is de speling eruit. We vragen ons af voor hoe lang.
Om 1 uur eindelijk lunch. De reis is erg vermoeiend door het oorverdovende geklapper van het chassis en het voortdurende draaien, toeteren en bonken op de weg. De lunch is een variant op het ontbijt met kleefrijst en wat visjes. We krijgen er telkens rijstwijn bij. De chauffeur mag steeds ook een glas meedrinken tot onze lichte verontrusting.
Het landschap is veel oorspronkelijker sinds we op de zandweg rijden. Er is ook nog maar een fractie van het verkeer dat we eerder hadden. Wel zien we des te meer mensen wandelend en fietsend naar hun bestemmingen gaan. Bij elke heuvel moeten de fietsers echter afstappen omdat de fietsen geen versnellingen hebben, maar ook omdat ze vaak zwaar geladen zijn met allerlei spullen.
Elk stukje beschikbaar land wordt onvoorstelbaar efficiënt gebruikt. Bergen met hellingen van 50% worden zonder aarzeling beplant met mais en soja. En ook op het vlakke land staat letterlijk alles vol met vooral mais. Zelfs de daken van de huizen worden gebruikt voor het kweken van pompoenen. Jo legt ons uit dat het beplanten van alle hellingen, zonder aanleg van terrassen, deze extreem gevoelig maakt voor erosie. Dat speelde vijf jaar geleden toen ik hier was ook al, maar er zijn weinig zichtbare maatregelen, zoals terrassen, om dat te verhelpen.
Het leger beslaat tien procent van de bevolking. Jongens moeten 5 tot 8 jaar in het leger en meisjes vrijwillig 5 jaar. Uiteindelijk doet zo'n 40% van de meisjes dat. Dus je kunt uitrekenen dat het leger zo'n 2 miljoen jongeren omvat van 17-25 jaar. Een periode waarin ze juist hadden moeten studeren en ideeën moeten ontwikkelen om het land verder te helpen. In het algemeen zie je al deze mensen serieus en vaak ook vrolijk hun plichten doen.
Technologisch is alles sterk verouderd. Hier in het noorden is de benzine heel schaars en te duur voor de mensen. Je ziet daardoor relatief veel vrachtwagens die op houtvergassing rijden. Het systeem is me niet helemaal duidelijk, maar de wagens rijden in een enorme rookwolk en met een lading hout in de laadbak die voortdurend door iemand in de stookpot wordt gegooid.
Uiteindelijk arriveren we in de havenstad Chongjin, die bekend staat om zijn staalindustrie. Er blijken in deze grote stad twee hotels te zijn waar buitenlanders mogen komen. Het eerste hotel vindt onze begeleider Jon te duur (45 euro) en niet prettig. Het andere hotel blijkt echter geen warm water te hebben en bij de eerste blik in de kamer ook weer een bad vol met bruin water. Dat suggereert dat ze geen stromend water hebben. Dit vinden we teveel ontbering na gisteren, dus gaan we terug naar het eerste hotel. Daar hebben we warm water, een uur nadat de manager de verwarming ergens centraal heeft aangezet. We zijn de enige bezoekers.
Tijdens het eten valt de elektriciteit een aantal keer uit, zodat we een minuut of wat in het pikkedonker zitten. Het is hier zo normaal dat het personeel even later doet alsof er niets aan de hand is geweest.
Donderdag 13 augustus
Vandaag gaan we naar Taehongdan, een autorit van vijf uur voor circa 250 km. We komen in een veel ruiger gebied met meer bomen en zelfs bossen op de hellingen. We volgen een riviertje en passeren de grootste ertsmijn van Noord-Korea in de stad Musan, een belangrijk exportproduct en bron van deviezen. Het stadje is tevens een grensstad met China, gescheiden door de Tuman rivier. Tot nu toe waren de wegblokkades gering geweest, maar op dit stuk weg worden we wel zes keer gecontroleerd. Het stelt niet veel voor, de mededeling dat we "Nederlande" zijn is voldoende. Het lijkt erop dat ze ervan uitgaan dat buitenlanders (met escorte!) in Korea per definitie de goede papieren en reisdocumenten bij zich hebben.
Gezien het probleem met de vluchtelingen die het land verlaten, hadden we verwacht een zwaar bewaakte grensovergang aan te treffen, maar niets is minder waar. Oversteken lijkt heel eenvoudig door de ondiepe rivier. Nergens is prikkeldraad, nergens zijn waarschuwingen aangebracht en ik zie zelfs mensen gezellig picknicken aan het water.
Dit stuk van de reis is zo mogelijk nog hobbeliger dan de weg tot nog toe. Ook is weer opvallend dat we op het korte stuk met asfalt veel meer last van de weg hebben dan op de onverharde delen. Ook hier weer vele mensen aan het werk om de weg te herstellen. Een heel dorp helpt mee een stuk weg te repareren dat helemaal was weggespoeld door de regens van de afgelopen week.
Om half een arriveren we dan eindelijk bij het aardappel researchcentrum in Taehongdan. Het is een keurig verzorgd terrein met een indrukwekkende faciliteit voor het maken van drie miljoen pootaardappelen (minitubers) per jaar. Het lijkt aan de hoogste eisen van hygiene te voldoen, wat ook nodig is om een dergelijk kwetsbaar systeem draaiende te houden. Vanwege de boycot kan Noord-Korea geen gewasbeschermingsmiddelen importeren, de teelt is dus noodgedwongen volledig biologisch. Er staan 23 grote plastic kassen met dubbele wanden. Daarnaast beschikken ze over diverse labs voor het uitvoeren van metingen om ziektes en kwaliteit te bepalen en voor het in vitro vermeerderen van rasmateriaal. Verder hebben ze veertig hectare proefvelden waar een veredelingsprogramma wordt uitgevoerd. Hier staan de Nederlandse rassen dit jaar voor een proefveldvergelijking.
De proefveldjes zijn driehonderd m2 groot. De rassen Toluca en Bionica, die in Nederland nog vrijwel niet doorbroken zijn, blijken hier wel vatbaar voor de locale phytophthora isolaten.  Wel lijken de symptomen minder heftig te zijn dan bij de vatbare rassen Raja en Desiree die er naast staan. Vervolgens laat de directeur de resultaten van zijn eigen veredelingsprogramma zien en opvallend genoeg staan daar een aantal rassen (zoals Taehongdan 7) die nog volledig onaangetast zijn ondanks de hoge locale ziektedruk. We spreken af dat we zijn ras ook in Wageningen zullen testen tegen onze locale phytophthora isolaten. Het is een verrassend resultaat van ons bezoek en geeft aan dat we met de Noord-Koreanen kunnen samenwerken op een manier waar beide zijden wat aan hebben.
Na twee uurtjes rondkijken moeten we alweer terug. Jon is bang om in het donker op deze moeilijke wegen vast te komen zitten en hij heeft gezorgd voor een lunch onderweg. Na enige twijfel besluit hij ons te laten lunchen op de oever van de grensrivier. Hij is nerveus, omdat hij verwacht dat er wordt gepatrouilleerd. Niettemin hebben we een heerlijk plekje gevonden en genieten we wederom van een goede lunch met gebakken vis, gekookte gamba's, een salade van komkommer, tomaat, knoflook en ui en gebakken kip. We grappen wat over het gemak om de rivier over te steken en filosoferen wat over de Amerikaanse journalistes die 15 jaar strafkamp kregen voor wat wij nu doen.
Vrijdag 14 augustus
Vandaag vroeg opgestaan om om 6 uur te vertrekken. Ontbijten en dineren doen we in dit hotel steeds alleen, omdat de Koreanen de auto moeten repareren en schoonmaken. We hebben een lange rit van 11 uur voor de boeg. Jon zegt dat alles gerepareerd is, maar onderweg merken we dat de geluiden van gisteren - het klinkt als een rammelende, kapotte schokbreker -  er nog steeds zijn. Vervangen zijn de onderdelen dus zeker niet. We rijden de route terug zoals we zijn gekomen.
Jon heeft een echt talent voor het vinden van de beste lunchplekjes. Dit keer lunchen we op grote zwerfkeien in een rivier. Een hele uitdaging om droge voeten te houden, wanneer we na zeven uur rijden door elkaar gerammeld stram uit het busje stappen.
Om 5 uur arriveren we in Majon bij hetzelfde hotel. Dit keer is er wel stromend water maar slechts even. Er worden dompelaars gebruikt om een grote emmer water te verwarmen. Als ik er een vinger in steek om de temperatuur te checken, wordt ik bijkans geelektrocuteerd doordat de hele waterbak onder stroom blijkt te staan. Ik waarschuw de meid al gebarend en grimassen trekkend voor het risico van deze dompelaar, maar of ze het begrepen heeft?
Die avond spreken we af om weer te gaan eten op het strand. Ik heb gelukkig een zwembroek meegenomen en ben er als eerste, maar het stikt er nog van de dagjesmensen uit de stad. Als ik in het water stap, zie ik aan mijn rechterhand een westerse man en vraag hem in het Engels waar hij vandaan komt. Het is dan ongelooflijk te horen dat je een Nederlander voor je hebt. Hij werkt voor een Duitse organisatie en heeft kriskras door het land gereisd om zijn vrouw en hemzelf een beetje vertrouwd te maken met het land. Ze zullen er over een half jaar gaan wonen.
Deze avond heb ik goede gesprekken met Jon en Jo. Ze zijn heel open over zichzelf. Jo vertel ik dat de Noord-Koreanen die wij tot nu toe meemaken veel gemotiveerder zijn dan wij verwachten, misschien wel dankzij de crises die zijn land doorstaat.
 Zaterdag 15 augustus
We hebben minder haast, want het laatste stuk is nog maar 360 km. We hebben ruim tweeduizend kilometer afgelegd, 1200 km heen en 1200 km terug. Al met al een zeer respectabele afstand. We hadden voortdurend het idee dat het Toyota busje met 460,000 km op de teller het elk moment zou kunnen begeven, maar we komen uiteindelijk met minimale problemen in Pyongyang aan.
Het is vandaag nationale feestdag, hun 5 mei, waar ze de bevrijding van de Japanners in 1945 vieren. Die hielden het land maar liefst 35 jaar bezet. Iedereen is op straat om bloemen naar het standbeeld of portret van de grote leider Kim Il Sung te brengen. Daarna zijn ze vrij en in Munchon zien we een totaal onverwacht tafereel: iedereen gaat op deze warme dag naar het strand. Het ziet werkelijk zwart van de mensen, Scheveningen is er niets bij!
Op de weg naar Pyongyang turf ik een half uur de auto's die ons tegemoet komen. Ik kom op twintig auto's waarvan er twee met pech langs de weg staan. Het illustreert dat niet meer dan veertig auto's per uur rijden over de levensader die het westen van het land met het oosten van Noord-Korea verbindt. Op de weg naar het noorden was het nog eens de helft minder. Dat heeft alles te maken met de boycot van benzine en het gebrek aan deviezen waaronder de mensen lijden. Daardoor zijn de auto's en de banden tot op de draad versleten en is het gebruik afhankelijk van Amerikaanse dollars voor benzine.
Vanavond zijn we naar de Arirang voorstelling in het reusachtige Mayday stadion waar wel honderdduizend mensen in passen. Jon had gezegd dat de voorstelling nog beter was dan de opening van de Olympische Spelen in Beijing,en hij had niets teveel gezegd. Het is op een andere manier heel indrukwekkend. Twee uur lang zijn twintigduizend mensen in de weer met "mass gymnastics" in een ongelooflijk tempo en razend ingewikkelde choreografie. Het is onvoorstelbaar dat het op het oog volledig foutloos verloopt. Je komt letterlijk oren en ogen tekort om al die mensen in hun artistieke uitvoering te volgen. Je raakt onder de indruk van de veerkracht van dit land om in deze tijden van crisis zo'n performance neer te zetten.
Zondag 16 augustus
Eigenlijk wilde Jon per se dat we naar het geboortehuis van Kim Il Sung gingen, maar Evert en ik passen, omdat we echt aan het EU-voorstel moeten werken en vorig jaar al geweest waren. Het compromis werd dat Siert erheen ging. De hele ochtend werken Evert en ik aan het conceptplan, na de lunch gaat de hele groep daarmee verder op twee laptops in het restaurant van het hotel. 's Avonds werk ik tot twee uur 's nachts door aan het voorstel. Ik heb me verdiept in de financiële paragraaf en de begroting. Ik heb veel vragen die ik morgen beantwoord hoop te krijgen op het EU kantoor.
Maandag 17 augustus
Na het ontbijt rijden we gelijk naar de compound voor buitenlanders. Geen grote hekken bij de ingang, maar wel een bewaker die een pasje eist van onze begeleiders. Dat blijken ze niet te hebben en behalve de chauffeur mogen ze er dan ook niet in. Gekke ervaring dat ze daar uit moeten stappen. De chauffeur is vervolgens niet in staat om het FAO kantoor te vinden. Wel zien we een embleem van de EU en lopen daar op goed geluk naar binnen. Het blijkt het goede gebouw te zijn. Een goed gesprek gehad van anderhalf uur met Helmut Wolf. Het FAO kantoor blijkt een klein stukje lopen en daar ontmoeten we John O'Dea. Ook daar een informatief gesprek gehad en inzicht gekregen in wat de FAO in Noord-Korea wil bereiken.
Na de lunch gaan we nog even naar het instituut om de laatste afspraken te maken over het initieren van een sandwich PhD programma en de EU aanvraag. Daar zien we ook nog even de faciliteiten waar 6 miljoen minitubers per jaar worden geproduceerd. Daarna moeten we snel op weg naar het vliegveld.
Woensdag 9 september
Noord-Korea is een bizar land. Maar weinigen snappen er iets van. Bij mij zijn een aantal beelden veranderd sinds ik met ze samenwerk en vooral na deze reis. We zeggen erg gemakkelijk dat iets een dictatuur is en denken dat daarmee de kous af is. Zeker in het geval van Noord-Korea heeft die dictatuur echter een lange ontstaansgeschiedenis die eigenlijk alles verklaart wat we nu van het land zien. Het is opportunisme geweest om het land na de Tweede Wereldoorlog blijvend te splitsen in Noord- en Zuid-Korea. Vooral Amerika heeft daarbij boter op het hoofd met haar doelstelling om haar invloedssfeer in Azie zeker te stellen en Zuid-Korea als buffer tegen het communisme te gebruiken. Ruim vijfendertig jaar lang was Korea bezet door de Japanners en hadden partizanen vooral vanuit de bergen in het noorden een guerillaoorlog gevoerd. Toen Japan was verslagen, kregen ze hun land echter maar voor de helft terug en werden ze opnieuw door buitenlandse mogendheden uitgespeeld. Zuid-Korea en Seoul waren de hoofdzetel van de bezettingsmacht en de collaborateurs geweest (35 jaar bezetting doet wat) en de aanleiding voor de Korea oorlog in 1950 twee jaar na de oprichting van Noord-Korea door Kim Il Sung was onder meer dat de Amerikanen die collaborerende elite en separatisten die politiek voordeel haalden uit de splitsing aan de macht hielden en daardoor in feite het oude onrecht voortzetten. Het oorspronkelijke plan van de Russen en Amerikanen van vereniging en landelijke verkiezingen voor het hele schiereiland werd te gemakkelijk in de ijskast gezet. Op Wikipedia kun je nalezen dat de inval van Noord-Korea in 1950 veel steun had in Zuid-Korea en dat grote delen van het Zuid-Koreaanse leger zelfs overliep naar Noord-Korea. Ook voor veel van de 35 jaar lang onderdrukte Zuid-Koreanen waren veel collaborateurs onder de Japanners overgestapt naar de Amerikanen en had de door de Amerikanen geïnstalleerde dicatator Syngman Rhee weinig steun. De Koreaanse oorlog was voor de Noord-Koreanen een poging om dat onrecht te herstellen door het land te herenigen en de collaborateurs en verrader van de Koreaanse zaak, president Syngman Rhee, alsnog te straffen. Ze betaalden een prijs van 3.5 miljoen doden. Een onvoorstelbaar offer voor een ideaal van een verenigd Korea. Er zijn maar heel weinig Nederlanders die deze geschiedenis ooit met Noord-Koreaanse bril hebben proberen te bekijken. Amerika heeft naar mijn mening een cruciale rol om dit conflict op te lossen, maar dat gaat alleen lukken wanneer ze ook dit verhaal internaliseren aan de onderhandelingstafel. Volgens mij kun je ze alleen dan met voldoende begrip en respect tegemoet treden en overhalen om de concessies te doen die tot ontspanning en uiteindelijk hereniging kunnen leiden. Hereniging is de wens van elke Noord-Koreaan al was het maar om uit zijn armoede en isolatie verlost te worden. Je moet zijn trots echter ook begrijpen en respecteren.
De geschiedenis van Korea
Wikipedia heeft een aantal artikelen met achtergrondinformatie over de Korea: de oorlog, de Japanse overheersing, de onafhankelijkheidsbeweging, en Syngman Rhee.

Re:ageer