Organisatie - 7 juni 2007

Nooit genoeg

Marcel Dicke heeft veel rare dingen in zijn leven gezien, maar zoiets raars als dit nog nooit. Dus knippert de geniale hoogleraar even met zijn ogen als Aalt Dijkhuizen, gehuld in een kikkergroen Robin Hood-pakje, zijn laboratorium binnenloopt.
‘Dag Aalt’, zegt Dicke.
‘Gij ziet mij voor de verkeerde aan’, zegt Dijkhuizen. ‘Geenszins ben ik uw bestuurder Dijkhuizen. Mijn naam is Robin Hood. Ik steel van de rijken en geef het aan de armen. En dit is mijn kameraad Broeder Tuck.’
‘Dag Martin’, zegt Dicke. ‘Je ziet er verschrikkelijk uit.’
‘Zo voel ik me ook’, bekent Martin Kropff. ‘Deze pij jeukt en ik zie geen steek zonder bril.’
‘Waar is de schatkist?’, eist Dijkhuizen. ‘Waar zijn de waardepapieren van de NWO? De Spinoza-miljoenen! Wij believen ze!’
‘Het was Aalt zijn idee’, zegt Kropff verontschuldigend.
‘Martin, je moet toch eens leren hoe je nee moet zeggen’, verzucht Dicke. ‘Je loopt voor zot.’
‘Zeg dat tegen Aalt’, moppert Kropff. ‘Hij draagt een maillot. Ik niet.’
‘Anderhalf miljoen heeft gij gekregen’, zegt Dijkhuizen beschuldigend. ‘Dat geld behoort arme managers toe. Vooral de managers die erop achteruit zijn gegaan toen ze Nutreco verlieten.’
‘Maar je vangt bijna een kwart miljoen per jaar’, zegt Dicke. ‘Je bent de best betaalde universiteitsbestuurder van Nederland.’
‘Een blik in uw alchemistenwerkplaats spreekt boekdelen’, zegt Dijkhuizen. ‘Gij heeft al reageerbuizen genoeg. Maar een manager als Dijkhuizen, die zich spiegelt aan het almachtige bedrijfsleven, die heeft nooit genoeg.’
‘Je bent de hebberigste Robin Hood die ik ooit heb gezien’, zegt Dicke grimmig. ‘Je krijgt geen cent van me.’
‘Praatjes’, zegt Dijkhuizen. ‘Als u uw dukaten niet wilt geven, zal Kleine Jan ze komen halen.’
‘Kleine Jan’, mompelt Dicke. ‘Niets zeggen. Dat is…’

Re:ageer