Wetenschap - 1 januari 1970

Nominatie Grootste Wageninger: Mien Visser

Ze was de eerste vrouwelijke hoogleraar in Wageningen, invloedrijk en verbaal heel sterk. Tegen alle vooroordelen in lukte het prof. Mien Visser (1907-1977) in de landbouwstad voor de huishoudwetenschappen een plaats te veroveren. Haar invloed reikte tot in het Aholdconcern.

Foto: Professor Mien Visser wordt in 1953 na afloop van haar oratie gefeliciteerd door haar dochter Clara Willinge Prins, toen praeses van de Wageningse Vrouwelijke Studenten Vereniging (WVSV). / foto Archief WVSV-Ceres.

‘Ze leek op mijn moeder. Een dame was ze. Wel autoritair. Ze dwong respect af.’ Prof. Kees de Hoog, bijzonder hoogleraar Gezinssociologie en –beleid heeft nog levendige herinneringen aan Mien Visser. Dat ze de (plattelands)huishouding als bedrijf een plaats in de maatschappij heeft gegeven, maakte haar tot voorvechtster van de vrouwenemancipatie. Professor Visser, aldus De Hoog, had 'het licht gezien'. Ze was invloedrijk, verbaal heel sterk en hield veel toespraken.
De benoeming van Mien Visser tot hoogleraar in de Landbouwhuishoudkunde in 1952 was in twee opzichten een unieke gebeurtenis. Ze was de eerste vrouwelijke hoogleraar die in het mannenbolwerk Wageningen werd benoemd. Bovendien vertegenwoordigde zij een vakgebied dat traditioneel niet tot de landbouwwetenschappen werd gerekend. Velen maakten zich zorgen of dat devaluatie van de ingenieurstitel inhield, omdat landbouwvakken een geringe plaats in de opleiding innamen. De toenmalige rector prof. G. Minderhoud vroeg zich in 1953 zelfs openlijk af of 'deze studierichting wel aan de Landbouwhogeschool thuishoort'.

Wederopbouw
De plannen voor de nieuwe opleiding kwamen overwaaien uit de Verenigde Staten, waar 'Home Economics' van uitermate groot belang geweest zijn tijdens de crisis- en oorlogsjaren. Ook voor de wederopbouw in Nederland wordt een sleutelrol aan dit vakgebied toegekend. De huishoudwetenschap moest zich gaan bezighouden met het systematisch onderzoeken van de huishouding, bijvoorbeeld van alle zaken die de voeding en verzorging van het gezin betroffen. Zo konden bijvoorbeeld nieuwe producten en apparaten voor de huishouding worden geoptimaliseerd. De plannen vielen in goede aarde bij de landbouwminister Sicco Mansholt. Dat zijn tante Theda Mansholt al sinds de jaren dertig riep om wetenschappelijke aandacht voor het huishouden en zijn eigen vrouw was opgeleid tot landbouwhuishoudlerares, heeft wellicht een handje geholpen.
Na het groene licht uit Den Haag gaat in 1951 een delegatie met diverse vertegenwoordigers uit vrouwenorganisaties - in het kader van de Marshallhulp - drie maanden poolshoogte nemen in de VS. Onder de deelnemers aan de reis bevindt zich ook Mien Visser, die dan nog de achternaam van haar net overleden echtgenoot Willinge Prins draagt. Het feit dat ze zo kort na zijn dood van haar man naar Amerika ging om te zien hoe daar Home Economics werd onderwezen, getuigd van haar doorzettingsvermogen.

Plattelandsvrouwen
Mien Visser is geboren en getogen in Amsterdam, waar zij na de HBS farmacie studeerde. Zij trouwde met de Wageningse student Willinge Prins en vertrok met hem naar het Drentse platteland om te boeren op een ontginningsboerderij bij Anloo. Al snel speelde Visser een leidende rol in allerlei maatschappelijke organisaties. In 1948 werd ze president van de Bond van Plattelandsvrouwen en in 1951 secretaris van de Nederlandse Huishoudraad. In de Plattelandsvrouw benadrukt zij de rol die vrouwen kunnen spelen in de wederopbouw: 'Goed gevoerde huishoudingen zullen in de Europese landen een bijdrage aan het herstel kunnen leveren (..) door instandhouding van de werkkracht en de geestelijke weerbaarheid van de aan hun zorgen toevertrouwde gezinsleden'.
Visser publiceerde in een grote verscheidenheid aan tijdschriften, maar nam bijvoorbeeld ook de tijd om een voorwoord in kookboeken te schrijven. Opvallend was dat ze, ondanks de distantie die ze doorgaans betrachtte, aandacht had voor buitenbeentjes. Tijdens de opkomst van de radicale studentenbeweging praatte ze juist wel met de voorlieden van protesterende studenten. Het duurde tot 1969 voor zij, wederom als eerste vrouw in Wageningen, werd uitgenodigd om de diesrede te houden. Die gaf ze heel toepasselijk de titel 'Werk dat geen naam heeft'. Dat het Visser lukte om naast haar wetenschappelijke loopbaan, ook een maatschappelijk netwerk op te bouwen en tijd over te houden voor haar gezin komt volgens haar dochter, Clara van den Ban-Willinge Prins, omdat ze zowel op de vakgroep als thuis haar uren strikt indeelde.

Erkenning
Voormalig student huishoudwetenschappen ir Marko Mazeland, die een biografie over Mien Visser schreef, vindt het vooral opmerkelijk dat het Visser gelukt is - tegen alle vooroordelen in - de opleiding nationaal en internationaal op de kaart te zetten. 'Ze had ook een ijzersterk extern netwerk en was bijvoorbeeld plaatsvervangend lid van de Sociaal Economische Raad (SER) en Commissaris bij Ahold. Een minpuntje is haar interne lobby, waardoor ze binnen Wageningen niet de erkenning heeft gekregen die ze verdiende’, meent Mazeland. De Dreijenborch, waar vroeger het Nationaal Instituut voor Toegepast Huishoudkundig Onderzoek zat en die daarom NITHO-gebouw heette, had volgens hem na de opheffing van het instituut ‘natuurlijk het Mien Visser-gebouw genoemd moeten worden'.
Dankzij de opleiding Huishoudwetenschappen nam de toestroom van vrouwen naar Wageningen toe en werd ruimte geschapen voor de verbreding van het opleidingenaanbod met bijvoorbeeld Humane voeding. Mien Visser heeft ervoor gezorgd dat de landbouw- en plattelandvraagstukken niet alleen vanuit het gezichtpunt van de boer worden bekeken en daarmee Wageningen een veelzijdiger gezicht gegeven.

Lydia Wubbenhorst en Gert van Maanen

Links:
Entomoloog De Wilde is grootste (Wb 37, 16 december 2004)
De Wilde internationaal bewonderd (Wb 37, 16 december 2004)
Redactioneel: Grootste Wageninger (Wb 37, 16 december 2004)
Jury nomineert tien Grote Wageningers (Wb 29, 7 oktober 2004)

Louise Fresco
Jo Hautvast
Evert Willem Hofstee †
Maarten Koornneef
Rommert Politiek
Bernard Slicher van Bath †
Mien Visser †
Egbert de Vries †
Jan de Wilde †
Cees de Wit †

Re:ageer