Wetenschap - 1 januari 1970

Nominatie Grootste Wageninger: Maarten Koornneef

Hij is bijna vergroeid geraakt met Arabidopsis, het plantje dat in gewone mensentaal zandraket heet. Mede dankzij plantengeneticus prof. Maarten Koornneef werd dit nietige onkruidje dé modelplant voor erfelijkheidsonderzoek. Zijn Wageningse werkplek heet in dit onderzoeksveld dan ook kortweg ‘Koornneef Laboratory’.

Maarten Koornneef./foto Guy Ackermans

‘Heel gedreven’, ‘briljant’, ‘toonaangevend’ en ‘de meest geciteerde hoogleraar die we hebben’. Het is niet moeilijk over Koornneef superlatieven te noteren. Collega-hoogleraar prof. Paul Struik roemt hem als ‘een Wageningse wetenschapper met een internationale standing en erkenning’ en iemand met ‘goud in zijn handen’. Hij weet ook nog wel een minpuntje: ’Hij is in persoonlijke contacten erg enthousiast, maar wel moeilijk te volgen. Hij heeft een sterke visuele manier van communiceren en maakt veel gebaren. Je moet heel goed luisteren en geconcentreerd zijn als je met hem praat. Hij maakt namelijk zijn zinnen niet af.’

Modelplant
Maarten Koornneef wordt in 1950 geboren in het Westland en gaat op 18-jarige leeftijd plantenveredeling studeren in Wageningen. In 1974 studeert hij cum laude af, waarna hij twee jaar werkt als plantenveredelaar bij Vandenberg Seeds in Naaldwijk. Het echte onderzoek blijft lokken en hij wordt onderzoeker bij de vakgroep Erfelijkheidsleer. Daar werpt hij zich op het onkruidje zandraket (Arabidopsis thaliana). Het plantje zal - mede dankzij hem - uitgroeien tot dé modelplant voor genetici, moleculair biologen en plantenveredelaars.
Arabidopsis is een klein plantje, heeft maar vijf chromosomen en zit genetisch relatief eenvoudig in elkaar. Bovendien is het onkruid snel en gemakkelijk te kweken, waardoor al na zes weken de volgende generatie kan worden uitgezaaid. De plant begint na de Tweede Wereldoorlog aan een opmars in de wetenschap, maar als Koornneef in 1976 met zijn onderzoek aan de zandraket begint, lijkt de aandacht voor het plantje al een beetje over het hoogtepunt heen.
Koornneef treft bij Erfelijkheidsleer een goudmijn aan. Jarenlang hebben studenten tijdens hun afstudeervak genetische experimenten met Arabidopsis uitgevoerd, maar het werk is nooit gepubliceerd. Koornneef duikt in de onderzoeksverslagen en geeft de studenten de opdracht drie tot zes genen een plaats te geven op een genetische kaart. Vlak na zijn - cum laude - promotie heeft hij genoeg resultaten om de eerste gedetailleerde genetische kaart te publiceren.
Het kost hem overigens wel moeite het wetenschappelijke tijdschrift Heredity te overtuigen het artikel te plaatsen. De publicatie van deze ‘klassieke genetische kaart’ in 1983 wordt ook letterlijk een klassieker en vestigt zijn naam. Het internationale wetenschapsmagazine The Scientist noemt in haar special over modelorganismen ‘1983’ en ‘Maarten Koornneef’ expliciet als een highlight van het Arabidopsisonderzoek. ‘Ik heb aardig naam gemaakt met mijn onderzoek aan Arabidopsismutanten’, zei hij zelf ooit bescheiden.

Rommelig kantoor
Koornneefs onderzoek aan mutanten van de zandraket, die daardoor ‘kleurenblind’ zijn of afwijkingen vertonen in de bloei of kiemrust, levert een schat van informatie op over hoe de processen in planten geregeld worden. Hij maakt ook letterlijk naam in zijn vakgebied: op de TIAR-internetsite (The Arabidopsis Information Rescource, www.arabidopsis.org) wordt Erfelijkheidleer in Wageningen kortweg aangeduid als Koornneef Laboratory.
De waardering voor het werk van Koornneef is groot. Hij wordt in 1992 persoonlijk hoogleraar, waardoor de bestuurlijke beslommeringen – en die zijn er meer dan genoeg bij Erfelijkheidsleer – voor een groot deel langs hem heengaan. Koornneef is vooral in zijn element als fundamenteel onderzoeker en zijn rommelige kantoor met overal stapels publicaties en manuscripten past prachtig in dit beeld.
In 1998 wordt hij gekozen als buitenlands lid van de National Academy of Sciences van de Verenigde Staten, een eer die slechtst weinig Nederlandse onderzoekers te beurt valt. Ook krijgt hij van het International Statistical Institute (ISI), dat de publicatie- en citatieranglijsten van wetenschappers publiceert, als een van de weinige Wageningers het zo begeerde sterretje van highly cited author.
Desondanks blijft hij een bescheiden mens. Hoogleraar plantenveredeling Evert Jacobsen noemt hem ‘de goeroe van de Arabidopsis’. ‘Hij is de vraagbaak van de hele wereld. Hij leeft voor de wetenschap, die is het allerbelangrijkste voor hem. Maar hij staat altijd open voor iedereen, heeft tijd voor iedereen’. Volgens Jacobsen heeft Koornneef ook gevoel voor humor. Hoewel er op zijn terrein geen Nobelprijs bestaat, gaat het verhaal dat Koornneef een brief uit Zweden ontving en zou hebben gezegd: ‘De Nobelprijs?’

Keulen
Aanbiedingen om elders hoogleraar te worden krijgt de geneticus genoeg, maar hij blijft zijn alma mater trouw. Zelfs als het er bij een bezuinigingsronde even op lijkt dat de excellente onderzoeker wordt wegbezuinigd. ‘Op een informatiebijeenkomst werd verteld dat onze leerstoelgroep zou worden afgeschoten. Pas later realiseerde men zich dat ik formeel onder die groep viel en werd duidelijk dat ik kon blijven. Ik ben ook nooit echt benauwd geweest voor mijn eigen positie, maar echt blij word je er natuurlijk niet van’, aldus Koornneef in een interview met het Wb eerder dit jaar.
Het feit dat het in Nederland steeds moeilijker wordt om geld te krijgen voor fundamenteel, nieuwsgierigheidgedreven onderzoek was wel reden om begin dit jaar het aanbod te accepteren vier dagen in de week onderzoeksdirecteur te worden van het gerenommeerde Max Planck Instituut voor Plantenveredeling in Keulen. ‘Niet dat ik hier uitgekeken ben. Ik heb ook genoeg waardering gekregen, maar het is niet gelukt om die wetenschappelijke waardering ook echt te vertalen in onderzoeksgelden. Dat is misschien de enige frustratie die ik heb.’ Koornneef is dus niet alleen vergroeid met de zandraket, maar ook met Wageningen: ‘Ik zit hier al te lang om helemaal uit te vliegen.’

Lydia Wubbenhorst en Gert van Maanen

Links:
Entomoloog De Wilde is grootste (Wb 37, 16 december 2004)
De Wilde internationaal bewonderd (Wb 37, 16 december 2004)
Redactioneel: Grootste Wageninger (Wb 37, 16 december 2004)
Jury nomineert tien Grote Wageningers (Wb 29, 7 oktober 2004)

Louise Fresco
Jo Hautvast
Evert Willem Hofstee †
Maarten Koornneef
Rommert Politiek
Bernard Slicher van Bath †
Mien Visser †,
Egbert de Vries †
Jan de Wilde †
Cees de Wit †

Re:ageer