Wetenschap - 1 januari 1970

Nominatie Grootste Wageninger: Egbert de Vries

Ontwikkelingseconoom prof. Egbert de Vries (1901-1994) was zijn tijd ver vooruit. Tijdens de optimistische jaren van de wederopbouw waarschuwde hij dat een onstuimige economische ontwikkeling onherroepelijk zou leiden tot milieuproblemen. En hij kreeg internationaal gehoor met zijn pleidooi voor een integrale aanpak in de ontwikkelingssamenwerking.

Dr Egbert de Vries leidt koningin Juliana rond tijdens haar bezoek aan het Institute of Social Studies in 1957. / foto archief ISS

‘Hij heeft een groot deel van zijn carrière buiten Nederland gewerkt en zal door weinigen genoemd worden.’ Emeritus-hoogleraar voorlichtingskunde prof. Anne van den Ban was even bang dat de job hopper en flying doctor De Vries door de Wageningse gemeenschap vergeten zou worden. De Vries heeft in zijn lange leven vele functies vervuld en over de halve aardbol gereisd. Overal waar hij kwam - van Indonesië tot de Verenigde Staten - droeg hij zijn kennis over de landbouw uit, en waarschuwde hij voor ontwikkelingstheorieën die achter een bureau zijn bedacht en nooit in het veld zijn getoetst.
Egbert de Vries wordt in 1901 als zoon van een predikant geboren in het Zeeuwse Grijpskerke. Van 1917 tot 1923 studeert hij tuinbouw in Wageningen. Direct na het afleggen van het ingenieursexamen fietst De Vries naar zijn ouders in Goes en de volgende dag naar Den Haag om te solliciteren bij de tuinbouwdienst in het toenmalig Nederlands-Indië.
In 1924 vertrekt hij om tuinbouwconsulent in Pasoeroean en Malang te worden. In 1931 - hij is dan verbonden aan de afdeling landbouweconomie van het Departement van Landbouw, nijverheid en handel in Buitenzorg (Bogor) - promoveert hij in Wageningen op de relatie tussen landbouw en welvaart in het regentschap Pasoeroean. Volgens Van den Ban is dat proefschrift een belangrijke aanzet voor het latere bedrijfssysteemonderzoek.

Kampjaren
In 1934 wordt De Vries wetenschappelijk ambtenaar in Batavia (Jakarta) en in 1937 hoofd van de afdeling Economische aangelegenheden. In 1939 leidt hij de oprichting van een landbouwkundige faculteit in Bogor, waarvoor hij een blauwdruk van het Wageningse studieprogramma gebruikt. Het Institut Pertanian Bogor is nu de belangrijkste landbouwuniversiteit van Indonesië. De Japanse bezetting brengt De Vries door in gevangenschap. In het interneringskamp wordt hij gemarteld en hij overleeft de ontberingen - naar eigen zeggen - dankzij een bijbel waar hij moed uit put. De kampjaren, waarbij hij zijn eerste vrouw verliest, laten De Vries nooit meer helemaal los.
Terug in Nederland wordt De Vries in 1947 hoofd economie bij het ministerie van Overzeese gebiedsdelen en – ongeveer gelijktijdig - hoogleraar in de Landhuishoudkunde van de Overzeese Gebiedsdelen in Wageningen. Hij ontpopt zich als een warm pleitbezorger van ontwikkelingshulp. ‘Op dit terrein beschikken we over een waardevolle schat aan kennis en ervaring’ en daarom zou Wageningen zou er volgens De Vries goed aan doen ‘de gehele wereld te beschouwen als arbeidsveld’, zegt hij in een voordracht in 1950.

Verspilling
Een jaar eerder is van zijn hand het boek ‘De aarde betaalt’ verschenen. Een boek waarin De Vries de verspilling van natuurlijke hulpbronnen en het verlies aan biodiversiteit door landbouw en industrie aan de kaak stelt. Het is een pleidooi voor milieubewustzijn, waarmee hij ver vooruit loopt op het latere duurzaamheidsdenken.
In 1950 vertrekt De Vries naar de Wereldbank in Washington om daar hoofd van de afdeling Economische hulpbronnen te worden. In 1956 keert hij terug, en wordt hij rector van het Institute of Social Studies (ISS) in Den Haag. Een instituut dat hij een paar jaar eerder, als lid van een staatscommissie, had helpen oprichten. Een herdenkingsartikel bij het 50-jarig bestaan van het ISS noemt De Vries ‘een man met een sterke persoonlijkheid’ en een ‘zwaargewicht die onverslaanbaar was in financiële onderhandelingen’. Later wordt De Vries ook voorzitter van Nuffic, de organisatie voor internationale samenwerking in het hoger onderwijs. Onder zijn ‘mild en vaderlijk regiem’ groeit het ISS en krijgt het een eigen status in het Nederlandse onderwijsbestel.

Tropenexpert
Oud-rector van de Landbouwhogeschool prof. Folkert Hellinga herinnert zich De Vries als een zeer ambitieus man. ‘Hij reisde de hele wereld rond. Hij kwam aan, gaf college en vertrok weer, zo typeerde men hem. Hij was niet bepaald amicaal; hij zou je bijvoorbeeld niet joviaal op de schouder slaan, maar hij was wel een goede teamgenoot. Een man met een uitgesproken eigen mening. Niet eigenwijs; hij oordeelde alleen over dingen waar hij verstand van had. Dat maakte hem tot een prettig mens in de omgang’, aldus Hellinga.
Op pensioengerechtigde leeftijd begint De Vries aan een nieuw avontuur in de Verenigde Staten en wordt hij hoogleraar Internationale en sociale ontwikkeling in Pittsburgh. Van hieruit doet hij – onder meer voor de Ford Foundation - talrijke consultaties in onder andere Midden-Amerika en Azië. Zo adviseert hij de Indonesische overheid over de te volgen rijstpolitiek. Hij is een tropenexpert naar wie wordt geluisterd.
In een van de laatste interviews voor zijn overlijden zegt De Vries dat ‘je geen specialist kunt worden, als je niet een generalist bent’. Ook moet de ontwikkeling van economie en kennis altijd gebaseerd worden op een sociale structuur. De Vries: ‘Eerst moet je een structuuranalyse maken. Veel publicaties tegenwoordig zijn symptoomanalyses.’

Lydia Wubbenhorst en Gert van Maanen

Links:
Entomoloog De Wilde is grootste (Wb 37, 16 december 2004)
De Wilde internationaal bewonderd (Wb 37, 16 december 2004)
Redactioneel: Grootste Wageninger (Wb 37, 16 december 2004)
Jury nomineert tien Grote Wageningers (Wb 29, 7 oktober 2004)

Louise Fresco
Jo Hautvast
Evert Willem Hofstee †
Maarten Koornneef
Rommert Politiek
Bernard Slicher van Bath †
Mien Visser †,
Egbert de Vries †
Jan de Wilde †
Cees de Wit †

Re:ageer