Wetenschap - 1 januari 1970

Nieuwe virusziekten rukken snel op in waterleven

Virusziekten die wereldwijd vis- en garnalentelers tot wanhoop drijven, vormen ook een bedreiging voor vrij levende vissen en geleedpotigen. ,,In korte tijd zijn er alleen bij garnalen al tien nieuwe virusziekten ontdekt en het ziet ernaar uit dat dit nog maar het topje van de ijsberg is’’, stelt hoogleraar Virologie prof. Just Vlak.

,,Er valt onder water waarschijnlijk nog een heelal aan virussen en andere ziekteverwekkers te ontdekken. In principe kunnen die leiden tot uitbraken van ziekten die epidemische vormen kunnen aannemen. Ze bedreigen niet alleen de dieren in het water maar vormen ook een gevaar voor de voedselketen als geheel. Je kunt je er ook niet echt tegen verdedigen’’, zegt Vlak.
De intensivering van de garnalenteelt, het gebrek aan hygiëne en de wereldwijde uitruil van teeltmateriaal verklaart volgens Vlak waarom de virusziekten zich zo snel over de wereld hebben verspreid. Zijn leerstoelgroep doet onder meer onderzoek aan het White Spot Syndrome-virus dat tot de kenmerkende witte stippen op het pantser van tijgergarnalen leidt. Een infectie kan in enkele dagen een heel bassin met garnalen doden. Vlak: ,,Het virus is twaalf jaar geleden voor het eerst in China opgedoken en heeft zich inmiddels over vrijwel de hele wereld verspreid. Nu is het virus ook in Zuid-Europa aangetroffen, in vrij levende krabben en kreeften.’’ De dieren sterven niet aan de infectie, maar er is nu wel een reservoir aan dragers aanwezig die een potentieel gevaar vormen voor andere geleedpotigen in het water, meent Vlak. Noord-Europa wordt nog niet bedreigd omdat de temperaturen voor het virus hier te laag zijn, maar dankzij het broeikaseffect verschuift die grens wel steeds verder noordwaarts.
Dr Olga Haenen, hoofd van het vis- en schelpdierziektenlaboratorium van CIDC-Lelystad, ziet vergelijkbare virusproblemen opdoemen voor wilde vispopulaties. ,,Het koi-herpesvirus is in 1998 voor het eerst ontdekt bij koi, de siervis. Nu zijn privé-vijvers in heel West-Europa ervan vergeven en in Japan, waar karpers vaak in kooicultuur in het buitenwater worden gekweekt, zijn al hele gebieden besmet geraakt.’’ De ziekte vormt ook een gevaar voor wilde karperachtigen, maar zal zich vanwege de lage watertemperaturen niet snel vestigen in de Nederlandse sloten en kanalen, meent Haenen. Toch houdt haar groep een vinger aan de pols. ,,Voor de tropen is het een echte tijdbom. Karper is daar een belangrijke eiwitbron en er worden veel karpers in dorpsvijvertjes gekweekt. Als het virus daar toeslaat zijn de gevolgen niet te overzien.’’ | G.v.M.

Re:ageer