Wetenschap - 27 augustus 2013

Nieuwe spelregels voor DLO

tekst:
Albert Sikkema

DLO mag niet concurreren met private onderzoeksinstellingen en moet zich richten op meerjarig pre-competitief onderzoek voor meerdere bedrijven in de topsectoren. Dat stelt het ministerie van Economische Zaken in een notitie.

De nieuwe spelregels gelden ook voor andere publieke onderzoeksorganisaties als TNO, het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN), het Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium (NLR), Deltares en Marin.

Vorig jaar klaagden private onderzoeksinstellingen als het Nizo, Keygene en Louis Bolkinstituut over oneerlijke concurrentie van de publieke kennisinstellingen bij de toekenning van projecten in de topsectoren. De topsectoren Agrifood en Tuinbouw & Uitgangsmaterialen koppelen opdrachten van bedrijven aan een deel van het overheidsbudget voor DLO en TNO. Door dat voordeel voor DLO en TNO liepen de private onderzoeksinstituten opdrachten van het bedrijfsleven mis, klaagden ze. De notitie ‘Visie op het toegepaste onderzoek’ van het ministerie is hier het antwoord op.

DLO mag niet langer in zee gaan met een specifiek bedrijf om een product of ras verder te optimaliseren, tenzij dat bedrijf dat volledig financiert, zo blijkt uit de notitie. Routinematig onderzoek moet ze overlaten aan commerciële kennisontwikkelaars als Keygene en Nizo. DLO moet zich richten op innovatief onderzoek voor de lange termijn, waarin ze samenwerkt met meerdere bedrijven. Ook de publiek-private samenwerking in de topsectoren richt zich voortaan op dit innovatieve, pre-competitieve onderzoek.

In 2015 wil het ministerie de publieke onderzoeksorganisaties beoordelen. Dan wordt niet alleen bekeken of ze zich aan de nieuwe spelregels houden, maar ook wat de kwaliteit en impact van hun onderzoek is. Aan de hand van deze beoordeling wil het ministerie de financiering aanpassen. ‘De vaste Rijksbijdrage neemt af volgens de notitie en dat kunnen we terugverdienen met goede projecten in de topsectoren’, zegt Frank Bakema, directeur Onderwijs, Onderzoek en Innovatie van Wageningen UR. ‘Bovendien wil het ministerie de kwaliteitsmeting aangrijpen om met geld te kunnen schuiven tussen de kennisinstellingen en de topsectoren. Dat kan op termijn consequenties hebben voor DLO.’

Om de publieke kennisinstellingen goed te kunnen beoordelen, gaan ze hun beoordelingssystemen op elkaar afstemmen. Daarnaast gaan de zes kennisinstellingen van het ministerie nu samen een strategisch plan opstellen. ‘We gaan niet concurreren maar beter samenwerken’, zegt Bakema.


Re:ageer