Organisatie - 21 mei 2015

Nieuwe rector: 'Ik geloof in het krijgen van draagvlak'

tekst:
Albert Sikkema,Rob Ramaker

Na een razendsnelle procedure werd Arthur Mol op 19 mei 2015 benoemd tot nieuwe rector magnificus. Wie is hij en wat wil hij? Een eerste interview met de aankomend rector.

Waarom wilde je rector worden?
‘Ik ben 55 jaar en ik wilde nog een keer een switch maken in mijn loopbaan. Ik dacht na over een positie op een buitenlandse universiteit, maar toen kwam dit voorbij. En toen begonnen mensen om me heen te duwen en te trekken of die functie van rector niet iets voor mij is. Dus dan denk je: waarom eigenlijk niet?’

Waarom wel?
‘Ik heb aardig veel rondgereisd in de wereld en als ik Wageningen dan vergelijk met universiteiten in de Verenigde Staten, Engeland, China en Maleisië die ik bezoek, dan denk ik: dit is wel een hele goede instelling! Qua inhoud, maar ook qua organisatie, het is minder bureaucratisch dan veel andere universiteiten. De organisatie van onderwijs en onderzoek loopt soepel, met korte lijnen tussen bestuur en medewerkers. Dus ik hoefde niet weg naar het buitenland. Mijn grootste hobbel was: ik moet mijn vakgebied, de inhoud, loslaten. Dat was het moeilijke aan de beslissing. Ik heb nog 23 promovendi. Het merendeel wil ik blijven begeleiden. Maar de leerstoelgroep loopt als een trein, ik heb mijn kunstje gedaan, het is tijd voor een nieuw iemand.’

Was dit carrièreplanning?
‘Nee, dit was niet gepland. Ik ben een weinig gecompliceerd persoon met weinig verborgen agenda’s. Ik heb de onderzoekscholen Ceres en Mansholt Instituut gefuseerd tot de Wageningen School of Social Sciences, ik heb in het bestuur van het Onderwijsinstituut gezeten, in the College voor Promoties en ik heb een aantal adviescommissies gedaan. Maar dat was geen planning om rector te worden. Het grote voordeel van die commissies is dat je de organisatie goed leert kennen.’

Ik ben een weinig gecompliceerd persoon met weinig verborgen agenda’s

Wat is je bestuursstijl?
‘Ik ben een vrij open en platte bestuurder, ik geloof in draagvlak krijgen. Dat betekent in de praktijk veel overleggen en praten, ook informeel. Maar uiteindelijk moet er wel een beslissing worden genomen. Bij de onderzoekschool hadden we veel discussie over de nieuwe naam. Alle disciplines moesten in de naam aan bod komen, maar ook dat we interdisciplinair waren. Die naam werd veel te lang. Toen heb ik ingegrepen als directeur. Maar ik wil een toegankelijk bestuurder zijn en ik loop graag even binnen om zaken te bespreken.’

Wat neem je mee van je voorganger?
‘De energie en betrokkenheid van Martin Kropff hebben Wageningen UR enorm goed gedaan en hij was erg motiverend. Dat kijk ik van hem af, ik hoop dat dat mij ook lukt. En hij luisterde ook goed, hij paste hoor en wederhoor toe en wilde kwesties zorgvuldig afwegen. Dat hoort ook zo in een kennisorganisatie met eigenwijze mensen.’

Wat moet er anders?
‘Ik vind dat de organisatie te bureaucratisch is. Het apart invullen van verlofuren, naast tijdschrijven, kost me bijvoorbeeld teveel tijd. Ik pleit al langere tijd voor een commissie om de regeldruk te verminderen, ik vind dat we meer tegengas moeten geven tegen de druk van de accountants. En ik vind dat we soms sneller kunnen beslissen, bijvoorbeeld bij benoemingen van hoogleraren. Vaak wordt een jaar van tevoren al aangekaart dat de hoogleraar met emeritaat gaat en dan duurt de procedure zo lang dat de nieuwe pas een jaar na het vertrek van de oude kan beginnen. Dat kan beter.’

De snelheid van je benoeming tot rector was toch goed?
‘Die was in sneltreinvaart. Ik heb in twee weken tijd vier commissies gesproken en er is heel snel geschakeld. De raad van bestuur en de raad van toezicht wilden snel een opvolger voor Martin, want je wilt bestuurlijke continuïteit. Ik begin volgende week donderdag. Ik zit nog bij te komen van de snelle stappen.’

Je gaat het onderwijs vernieuwen?
‘Ja. We doen het goed, we hebben betrokken docenten en staan al jaren op nummer 1 in de Keuzegids, maar er doemen uitdagingen op. De eerste is dat we te weinig geld krijgen om de groeiende studentenaantallen te compenseren. Ten tweede moeten we het digitale onderwijs verweven met het onderwijs op de campus. Ik denk dat direct contact tussen docent en student heel belangrijk blijft, maar dat moeten we aanvullen met digitaal onderwijs. Waarbij ik niet geloof dat je met digitaal onderwijs veel kunt bezuinigen op je onderwijs, de ontwikkeling en invoering daarvan kost tijd en geld. En ten derde moeten we meer internationaliseren. Ik denk dat we verder moeten investeren in joint programmes met universiteiten, bijvoorbeeld in de VS en China, zoals we nu al doen in Singapore en in het Amsterdam Institute for Advanced Metropolitan Solutions. Dat wordt een model voor de toekomst. We moeten dat strategisch aanpakken; wie zijn goede partners bij die joint programmes? Ik ben geen voorstander van het overnemen van een campus in China, zoals de universiteit van Groningen doet.’

Terug naar je studententijd in wageningen. je zat bij unitas, bij de linkse studenten.
‘In mijn studententijd zat ik in de introcommissie en een cultuurcommissie van Unitas, op de Berg. Ik heb ook nog een tijd bij café Troost achter de bar gestaan en heb lange tijd in het Imperialisme Kollektief gezeten. Dat was een progressieve club, we hadden hart voor het milieu en de derde wereld en pleitten voor de maatschappelijke betekenis van wetenschap. Het mooie is dat dat gedachtegoed inmiddels helemaal is ingebed in Wageningen UR, in de vorm van science for impact. Ik pleit voor wetenschap die er toe doet. Ik kan erg genieten van onderzoek dat voortkomt uit nieuwsgierigheid, maar uiteindelijk wordt het wel betaald met ons belastinggeld.’

Je komt nu dagelijks met de trein uit Utrecht. blijft dat zo?
‘Dat ga ik nu uitzoeken. Ik sta geregeld een kwartier te wachten op een aansluiting, wellicht moet ik een efficiëntieslag maken. Misschien moet ik vaker met de dienstauto. Ik ben wel een systeemfreak, ik was laatst in Hong Kong en daar kun je met één kaartje in alle openbaar vervoer, een auto huren, boodschappen doen en koffiedrinken. Prachtig, ik ben een fan van slimme systemen. Nu moet ik mijn eigen slimme vervoerssysteem bedenken.’


Wie is (De) Mol? 

Nieuwsgierig zitten de onderzoekers van de leerstoelgroep Milieubeleid afgelopen maandag bijeen voor een plotseling aangekondigde vergadering. ‘Ik word rector magnificus’, zegt hoogleraar Arthur Mol direct. Na het applaus gaat hij onverstoorbaar verder. Wat betekent dit voor de promovendi? Wat moet er nu gebeuren en hoe zit het met de opvolging? Champagne is er niet. Collega Gert Spaargaren vindt het typisch Arthur Mol zijn benoeming zo aan te kondigen. Efficiënt en zonder zichzelf in de schijnwerpers te zetten.

Naast bescheiden en efficiënt noemen zijn collega’s Mol hardwerkend en toegankelijk. Als hoogleraar doet hij veel bestuurswerk. Behalve het leiden van zijn eigen vakgroep, vormt en leidt hij de onderzoeksschool voor sociale wetenschappen WASS, zit in het OWI-bestuur en het college voor promoties. Een commissie onder zijn leiding dat ook sociale masters in Wageningen tweejarig worden. Naast dat bestuurswerk blijft Mol onderwijs geven en veel publiceren. In dat wetenschappelijke werk verbindt hij de milieuwetenschappen, waarin hij is opgeleid, met de sociale wetenschappen. Ook voor onderzoekers blijft Mol toegankelijk. De deur van zijn kantoor staat zoveel mogelijk open en hij werkt niet hiërarchisch. Waar haalt hij de tijd voor al dat werk vandaan? vragen collega’s zich soms af.

Wageningen Universiteit krijgt in Mol een rector die internationalisering in zijn dna heeft. Zijn leerstoelgroep trekt veel buitenlandse promovendi, bestudeert en vergelijkt milieubeleid in landen van Zuid-Oost Azië tot Latijns-Amerika. Mols eigen interesse ligt vooral in China. Spaargaren herinnert zich nog wel dat er op een dag een kaart van China verscheen in Mols kantoor, een hulpmiddel om de namen van Chinese steden te leren. Over de jaren bouwde hij een imposant netwerk en werd zelfs gasthoogleraar aan de gerenommeerde Tsinghua Universiteit. Onder Chinezen voelt Mol zich als een vis in het water, zegt Spaargaren. ‘Het zijn vaak ingenieurs, niet bang voor een technologische oplossing. En ze houden van doorpakken.’

CURRICULUM VITAE

  • 1995–Heden Hoogleraar Milieubeleid aan Wageningen Universiteit
  • 2008–2014 Directeur Wageningen School of Social Sciences (WASS)
  • 1995 Gepromoveerd in de Sociologie aan de Universiteit van Amsterdam
  • 1985 Afgestudeerd in de Milieuhygiëne aan Wageningen Universiteit

Visiting professor op Tsinghua University (2012) in China en National University of Malaysia (2014).

Foto: Guy Ackermans


Re:ageer