Wetenschap - 22 december 2017

Nieuwe reactor produceert visvoer op reststromen

tekst:
Albert Sikkema

Bob Laarhoven ontwierp bij Wetsus een reactor om zoetwaterwormen te kweken op reststromen in de voedingsindustrie. De wormen zijn geschikt als visvoer, maar de opschaling van het proces en toelating vragen nog tijd en onderzoek.

In deze reactor nestelen blackworms zich graag. ©Bob Laarhoven

Laarhoven deed onderzoek aan de broze slibworm (Lumbriculus variegatus), ofwel de blackworm. Deze zoetwaterworm komt voor in beekjes en rioolzuiveringsinstallaties. De worm eet en verteert slib, waardoor het afval sterk wordt gereduceerd en de waterzuiveringsbedrijven minder afval hoeven af te voeren. Enige nadeel: de wormen vermeerderen zich snel in de zomer, maar in het najaar stort de populatie in.

Reactor
Daarom zocht de voorganger van Laarhoven bij watertechnologisch instituut Wetsus, Tim Hendrickx, naar een reactor waarin de wormen het hele jaar goed functioneren. Hij ontwikkelde een reactor met een soort theezeef waarin de wormen zich nestelen. Dat bleek een stabiel systeem waarin de wormen het hele jaar door het slib verteerden en de afvalstroom fors beperkten. Maar de nadruk van dat project lag op afvalwaterzuivering en niet op de waarde van de worm.

Ontwerp
Laarhoven keek tijdens zijn promotieonderzoek juist naar de groei en reproductie van de worm op reststromen, om zoveel mogelijk wormen te kweken, want blackworms zijn zeer geschikt als visvoer. Hij paste het ontwerp van de reactor aan. Hij verving de theezeef door een verticale grindkolom, omdat de wormen zich daar beter thuis voelden en de groeicondities beter waren. De reactor bestond uit een buis van 30 centimeter lang met een diameter van 7 centimeter met 100 gram wormen die het slib in de buis binnen een of twee dagen opaten en verteerden. Dit reactorconcept werd enkele jaren geleden gepatenteerd door Wetsus.

Wetgeving
Het plan was om dit prototype op te schalen en te gebruiken voor de massaproductie van wormen als visvoer. Maar er is nog geen bedrijf gekomen dat het proces wil opschalen. Dat komt mede omdat de wetgeving lastig is. De wormen zijn nog niet officieel erkend als productiedier en als visvoer voor kweekvis. ‘Die moet dus helemaal door de goedkeuringsaanvraag heen’, legt Laarhoven uit.

Reststromen
Dan wil je niet aankomen met wormen die het – mogelijk vervuilde - slib van zuiveringsinstallaties hebben verteerd. Daarom gebruikte Laarhoven reststromen van een aardappelfabriek. Hij wilde namelijk wormen kweken op een schone afvalstroom uit de voedingsmiddelenindustrie, om waarde toe te voegen aan de voedselketen. Dat afvalwater van de aardappelverwerker wordt nu gereinigd met een biologische zuiveringsinstallatie, maar je kunt op het slib uit deze zuivering prima wormen voor visvoer kweken.

Koudwatervrees
Toch is er nog geen vervolgonderzoek om de wormenproductie op te schalen bij Wetsus. ‘Het is een nieuwe techniek die op labschaal werkt, maar de industrie vindt het nog te vroeg om te investeren in een prototype’, zegt Laarhoven. ‘Bovendien zijn er vragen over de toelating en de competitie met een relatief goedkoop bulkproduct als vismeel. De aquacultuur wil graag alternatieven voor gebruik van vismeel, maar zet nu vooral in op plantaardige eiwitten. Net als bij insectenkweek voor diervoeders hebben bedrijven koudwatervrees om wormen te gebruiken als kweekvisvoer, constateert de promovendus.

Hij ziet eerder kansen om de wormen te gebruiken als voer voor siervissen in aquaria. Laarhoven is een bedrijfje begonnen, Dutch Blackworms, dat deze markt wil gaan bedienen.

Bob Laarhoven promoveerde op 15 december bij Cees Buisman, hoogleraar Biologische Kringlooptechnologie.


Re:ageer