Organisatie - 1 januari 1970

Nieuwe promotievorm onderzocht

Universiteiten onderzoeken de mogelijkheid van een nieuwe promotievorm: het professional doctorate. Het nieuwe promotietraject is op de beroepspraktijk gericht en zal ongeveer twee jaar in beslag nemen. De hogescholen volgen de ontwikkelingen met argusogen.

Meer onderwijs, meer beroepspraktijk en vooral toegepast onderzoek. Dat zijn de ingrediënten van het professional doctorate zoals dat nu een jaar of twintig in Australië bestaat en sinds 1992 in Groot-Brittannië. Universiteitenvereniging VSNU kijkt op verzoek van staatssecretaris Rutte of een soortgelijk traject ook voor Nederland nuttig kan zijn en heeft een stuurgroep in het leven geroepen.
‘De stuurgroep wil weten of er behoefte is aan een nieuwe promotievorm of dat het huidige systeem al voldoende ruimte voor variatie biedt’, zegt een woordvoerder van de VSNU. ‘Het professional doctorate mag niet alleen maar bedoeld zijn om hbo’ers te ‘upgraden’. Onderzoek moet het uitgangspunt blijven.’
De hogescholen volgen de ontwikkelingen op de voet. Onderzoek voor en vanuit de beroepspraktijk is immers precies waarvoor zij hun ‘kenniskringen’ hebben opgericht en lectoren voor hebben aangesteld. Zij zien dan ook een rol voor zichzelf weggelegd in het professional doctorate. Lectoren zouden bijvoorbeeld als copromotor kunnen optreden.
Sterker nog: ‘Het plan zal mislukken als ze ons er niet bij betrekken’, voorspelt Norbert Verbraak, waarnemend voorzitter van de HBO-raad en voorzitter van Fontys Hogescholen. ‘Het idee komt uit onze koker. Als praktisch georiënteerde studenten zich willen verdiepen, is de wetenschap momenteel hun enige optie. Dat is jammer. Daarom zijn wij voorstander van bekostigde professional masters en professional doctorates als vervolgtraject voor hbo-studenten.’
Het professional doctorate zal niet in de wet verankerd worden. De wet is flexibel genoeg om nieuwe ontwikkelingen te kunnen volgen, meent staatssecretaris Rutte. / HOP

Re:ageer