Wetenschap - 20 september 2001

Nieuwe natuur past niet overal

Nieuwe natuur past niet overal

De mal van het Loire-dal past niet op de Reest

Nieuwe natuur is niet zaligmakend, vindt historisch ecoloog ir. Joep Dirkx van Alterra. Oude natuur is op vele plekken in Nederland minstens zo belangrijk. De wilskracht van natuurbeheerders is echter groot. De nieuwe maakbare natuur met zijn grote grazers dreigt de oude natuur met regionaal specifieke planten en dieren te overvleugelen. Intelligent natuurbeheer is noodzaak.

"Je kunt niet overal de mal van de nieuwe natuur op leggen. Het grote graven gaat telkens de grote grazers voor. In het handboek natuurdoeltypen staan 132 natuurdoeltypen. Dan denkt men: daar kunnen we heel Nederland mee aan. Maar volgens mij valt er meer te beleven.

Ik heb onderzoek gedaan in De Brand bij Udenhout. Dat gebied moet samen met de Loonse en Drunense Duinen en de Helvoirtse Heide een groot natuurgebied worden in het kader van de Ecologische Hoofdstructuur.

De Brand bestond al in de hoge Middeleeuwen. Het is een laag, nat landschap met zware leemgronden. In de twaalfde en dertiende eeuw was het eigendom van de hertog van Brabant - hij sprak koninklijk van 'Ons bos bij Udenhout'. Er zijn stukken uitgegeven aan het klooster Tongerlo, dat als een soort projectontwikkelaar land ontgon.

Je kunt in het landschap zien hoe de ontginning is georganiseerd. Langs de Groenstraat en de Schoorstraat liggen aan de kop van de langgerekte ontginningen de boerderijen. Akkerbouw gebeurde op het hoger gelegen gebied bij de straat, daarna kwam het weiland en het laagst gelegen gebied bleef bos. Dat gebruikte men voor eikenhakhout. En van de eikenschors trok men looizuur voor de leerlooierijen.

Het kerngebied is nu nog helemaal onbebouwd. Dat maakt het een interessant natuurgebied.

Subtiele natuur

In De Brand past nieuwe natuur niet overal. De Oostvaardersplassen zijn prachtig, maar het is geen gebied voor subtiele natuur. De Brand is dat wel. Het cultuurlandschap was altijd een rijk natuurgebied. Er zaten boomkikkers, er was blauwgrasland en er was hakhout van grote waarde. Het bos in De Brand is oud, misschien wel middeleeuws. Oude bossen bevatten soorten die slecht migreren. Planten als bosanemoon, dubbelloof en salomonszegel vestigen zich moeilijk in nieuwe bossen. Tien procent van het Nederlandse oude bos ligt in De Brand.

Die natuurwaarde van De Brand gaat samen met een hoge cultuurlandschappelijke waarde. Je hebt de specifieke percelering die dankzij de ontginning is ontstaan, en in het bos is nog de rabatstructuur te vinden van vroeger. Het bos moest namelijk deels droog liggen, wilden de mensen hakhout kunnen halen. Daarom werden wallen opgegooid in een wasbordstructuur waarop de bomen groeien, rabatten.

Wil je dit cultuurlandschap behouden, dan moet je hakhout als hakhout beheren. Gebeurt dat niet, dan groeien de bomen uit en vallen ze om; die uit de grond gescheurde wortelkluiten beschadigen dan de rabat. Daarmee beheer je ook de specifieke natuur van het oude bos. Planten als bosanemonen hebben licht nodig. Dat krijgen ze niet als het hakhout dichtgroeit.

Het is een dure beheersvorm, daarom moet je keuzes maken. Laat bijvoorbeeld waar je het gebied in komt het hakhout zien, en onderhoud de rabatstructuur. Zorg dat je de percelering ziet, de ontginningstroken. En laat op grotere schaal via zonering het grondgebruik zien.

Cultuurnatuur

Je moet je natuurbeheer aan het regionale landschap aanpassen. Overal kun je nieuwe natuur maken, daar hebben we de techniek voor. Daar zijn we ook succesvol in. Maar sommige soorten natuur kun je niet maken, zoals oud bos of blauwgrasland, de natuur met een lange ontwikkelingstijd.

Begrijp me goed, ik ben geen tegenstander van nieuwe natuur, maar ik heb grote moeite met de tegenstanders van cultuurlandschappelijke natuur. Ik weet niet hoeveel hectare Pronk tekort kwam in zijn vijfde nota, maar je zult naar een multifunctioneel landschap moeten. Ook daar kun je een heel leger natuurwaarden krijgen, maar dan moet je wel de natuurlijke processen beheersen. Dus krijg je cultuurnatuur.

De landschappen vertellen allemaal een eigen verhaal. De Twentse heide is een heel andere heide dan de Brabantse, met allerlei bronnetjes en grote reli?fverschillen. Je moet bedenken wat voor impact het heeft als je met het beheer geen rekening houdt met zulke verschillen. Als je overal grote grazers inzet, vertel je overal het verhaal van het handboek natuurdoeltypen, terwijl elk landschap juist zijn eigen verhaal te vertellen heeft. Als je daar geen aandacht aan besteedt, dan weet je straks niet meer of je in de Noordoostpolder of in Noord-Brabant staat.

Je moet de specifieke kwaliteiten in de regio's versterken, voortborduren op de bijzondere waarden in een gebied. Ook natuurambities kun je heel specifiek regionaal inpassen. Daardoor krijg je meer verscheidenheid. Dat is goed voor de natuur, maar ook voor ons, argeloze stervelingen die er wandelen en fietsen.

Achterban

Het is niet voor niets dat de provinciale landschappen wel oog hebben voor het cultuurlandschap. Zij hebben te maken met hun achterban. Uit een enqu?te van het Brabants Landschap blijkt dat mensen het gebied De Mortelen bij Oirschot de mooiste natuur vinden. Dat is een typisch cultuurlandschap.

We zijn een gesprek aangegaan met alle twaalf provinciale landschappen, en daarbij bleek dat de relatie tussen cultuur en natuur vaak een probleem is. In Friesland worden oude venen omgebouwd tot een moerasecosysteem. Het Reest-dal, op de grens van Overijssel en Drenthe, moet natuurlijke natuur worden, kortom grote grazers, meanderende beekjes. Maar de Reest was nooit een meanderend beekje. Het was een kletsnatte zompige laagte, waarin het water via allerlei stroompjes wegstroomde.

Je kunt niet overal de mal van de nieuwe natuur op leggen. Als je werkt met historisch-ecologische referentiebeelden heb je het voordeel dat je kijkt op het niveau van het gebied waar het om gaat. Het Loire-dal is vaak een referentie voor een rivierdal, maar dat past bijvoorbeeld niet op het Reest-dal."

Martin Woestenburg

Ir. Joep Dirkx: "Als je overal grote grazers inzet, vertel je overal het verhaal van het handboek natuurdoeltypen."

Re:ageer