Wetenschap - 1 januari 1970

Nieuwe mier ontdekt langs snelweg

In de berm van de A28 ter hoogte van Harderwijk heeft drs. Jinze Noordijk bij toeval een nieuwe mierensoort gevonden. Ook vond hij een exemplaar van de internationaal bedreigde ruige gaststeekmier tijdens zijn onderzoek naar de rol van de snelwegberm voor het voortbestaan van insecten en spinnen.

De mieren vielen bij toeval in een ingegraven yoghurtbeker. Deze val was onderdeel van het promotieonderzoek van Noordijk bij de leerstoelgroep Natuurbeheer en plantenecologie. Hij verzamelde insecten en spinnen naast de snelweg A28 ter hoogte van Harderwijk. De mieren zijn vervolgens geïnventariseerd door mierendeskundige Peter Boer. ‘Hij ontdekte dat een van de gevangen mieren kenmerken van andere parasitaire steekmieren vertoonde, maar nog niet eerder was beschreven’, vertelt Noordijk. Ze meldden hun vondst onlangs in een artikel in Entomologische Berichten.
De mier, die de naam kokergaststeekmier (Myrmica schenckioides) heeft gekregen, parasiteert in ondergrondse kolonies van de kokersteekmier (Myrmica schencki). Zijn lichaamsbouw lijkt op die van zijn gastheer, maar is verschillend door bijvoorbeeld witte beharing en enkele kenmerken aan de kop en de antenne.
Parasitaire mieren worden weinig gevonden omdat er slechts enkele wijfjes leven tussen duizenden individuen van de gastheermier. Ze hebben geen werksters en verlaten de kolonie bijna niet, of belanden enkele meters verderop in een andere kolonie. Het exemplaar van de kokergaststeekmier, een gevleugeld vrouwtje, is toegevoegd aan de collectie van museum Naturalis in Leiden, om te dienen als vergelijkingsmateriaal. Er is nog niet verder naar de mier gezocht. ‘Hoewel ze heel moeilijk te vinden zijn zou dat eigenlijk wel moeten’, erkent Noordijk. ‘Maar hij blijft daar waarschijnlijk nog wel eventjes zitten.’
In dezelfde berm werd ook een ruige gaststeekmier (M. hirsuta) gevonden. Deze mier wordt internationaal bedreigd en was slecht op één andere plek in Nederland bekend. De bijzondere vondsten werden gedaan in een onderzoek naar de betekenis voor de insecten van bermen met begroeiing die overeenkomt met die van nabijgelegen natuurgebieden. In dit geval ging het om heide en stuifzand. De bermen zouden de natuurgebieden mogelijk kunnen vergroten of gebieden met elkaar kunnen verbinden. Noordijk toonde eerder aan dat verschillende insecten inderdaad in deze bermen kunnen komen en er ook kunnen leven. Sommige soorten, zoals enkele specifieke loopkeversoorten die voorkomen in heidegebieden, blijken er echter niet uit de voeten te kunnen, omdat bermen vaak te klein zijn en de vegetatie van mindere kwaliteit is. Het onderzoek, dat hij in 2008 hoopt af te ronden, wordt gefinancierd door Rijkswaterstaat. / YdH

Re:ageer