Wetenschap - 12 september 2002

Nieuwe microscopische methode ziet geen licht maar telt het

Nieuwe microscopische methode ziet geen licht maar telt het

Als je de wetenschapsbijlagen van de kranten leest, ken je ze. De microscopische opnames van structuren in levende cellen, die ontstaan als onderzoekers lichtgevende moleculen aan eiwitten vastplakken. "Dat soort foto's kun je vergelijken met opnames van mensenmassa's in een voetbalstadion", zegt ir Mark Hink. "Met de techniek die ik heb onderzocht kun je inzoomen op ??n specifieke supporter."

De techniek waar Hink op hint is Fluorescentie Correlatie Spectroscopie of FCS. "Wat je daarmee doet is een tijdlang inzoomen op een heel klein stukje van de cel, en kijken of je zich daar exemplaren van lichtgevende eiwitten bevinden. De informatie die je zo verkrijgt bewerk je daarna met statistische rekenprogramma's en het eindresultaat is een curve. Die zegt bij wijze van spreken iets over een eigenschap van je individuele voetbalsupporter."

Hink gebruikte FCS bijvoorbeeld om te achterhalen hoeveel lichtgevende eiwitten er konden koppelen aan een ander molecuul. "De eiwitten waren lichtgevend gemaakt. Door in te zoomen op de plek waar het molecuul zich ongeveer moest bevinden en de lichtsterkte te meten konden we achterhalen hoeveel eiwitten tegelijkertijd een verbinding met het molecuul konden aangaan." Met de klassieke foto's van lichtgevende celdelen kan dat niet. Die zijn te grof.

Daarnaast verstoren de lichtgevende stoffen processen in de cel, aldus Hink. "Je hebt hoge concentraties nodig om iets te zien. Meestal voegen onderzoekers eerst nieuw genetisch materiaal in de cel, waardoor die de oplichtende kleurstoffen gaat aanmaken. Maar bij hoge concentraties van die kleurstoffen zouden allerlei processen in de cel wel eens anders kunnen verlopen." Bij FCS is dat niet het geval. De benodigde concentraties lichtgevend eiwitten zijn honderd tot duizend keer lager. | W.K.

Mark Hink promoveert op 18 september bij prof. Ton Bisseling, hoogleraar moleculaire biologie, en prof. Ton Visser, hoogleraar aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Re:ageer