Wetenschap - 1 januari 1970

Nieuwe manier om striga te bestrijden

In grote delen van de Afrikaanse savanne heeft het parasitaire onkruid Striga hermonthica zich ontwikkeld tot plaag. Vooral boeren die sorghum telen op arme gronden hebben er last van. Maatregelen als oppervlakkige grondbewerking en het overplanten van jonge sorghumplanten kunnen uitkomst bieden.

Dr. Aad van Ast heeft voor zijn promotie de wisselwerking onderzocht tussen striga en gewassen. Hij toonde aan dat door het onkruid de fotosynthesesnelheid van sorghum met wel vijftig procent kan dalen. Met dichtheidsproeven kwam hij erachter dat slechts enkele striga-aanhechtingen op de wortels al voldoende zijn voor zo'n groot effect.
Zowel een rassenvergelijking als teeltproeven geven verder aan dat het moment van aantasting erg belangrijk is. Striga hecht zich aan de wortels en onttrekt niet alleen voedingsstoffen, maar verstoort ook de fysiologie van zijn waardplant.
Van Ast geeft advies voor de dagelijkse praktijk van sorghumtelende boeren in West-Afrika. Hij ontwikkelde een aantaal cultuurmaatregelen, waaronder oppervlakkige grondbewerking en het overplanten van jonge sorghumplanten om gastheerwortel en strigazaad zo lang mogelijk te scheiden. Een potexperiment in Wageningen toonde de potentie van deze maatregelen aan. Het eerste opkomstmoment van striga werd met drie weken vertraagd, de biomassaproductie van striga met negentig gereduceerd en de sorghumopbrengst kwam bijna op het niveau van de niet-geïnfecteerde controleplanten.
Een veldexperiment in Cinzana (Mali) maakte wel duidelijk dat de methodiek nog moet worden verfijnd. De ontwikkeling van de parasiet werd door de maatregelen behoorlijk afgeremd, maar de sorghumopbrengst bleef toch lager dan verwacht. / HB

Dr. Aad van Ast promoveerde op 1 juni bij hoogleraar Gewas- en onkruidecologie rector prof. Martin Kropff.

Re:ageer