Wetenschap - 1 januari 1970

Nieuwe jas voor tertiair landbouwonderwijs

Nieuwe jas voor tertiair landbouwonderwijs

Nieuwe jas voor tertiair landbouwonderwijs

Bij de krachtdadige aanpak van de Landbouwuniversiteit mis ik een belangrijk punt: heeft Nederland wel behoefte aan het universitair onderwijs dat Wageningen biedt? Krachtig op koers gaat daar impliciet van uit, anders zou de hele operatie niet nodig zijn. Maar is het wel zo?

Nee, althans niet wanneer het overheidsbeleid gericht blijft op bekostiging van universiteiten op basis van het aantal studenten dat kiest voor een bepaalde onderwijsinstelling. Daar zit juist het probleem. Krachtig op koers gaat uit van een toekomstige instroom van rond de 950 studenten, dus veel meer dan nu het geval is. Maar als dat niet gebeurt en ook de buitenlandse belangstelling anders uitpakt dan wij hopen, wat dan? Stel dat die instroom zelfs verder terugloopt? Dan is er opnieuw een probleem en lijkt mij de reddingspoging mislukt. Einde Landbouwuniversiteit!

Het is toch niet misplaatst om te veronderstellen dat toekomstige studentengeneraties minder doordrongen zijn van de tjakka-benadering in Krachtig op koers en Wageningen niet zullen opzoeken, ondanks of juist vanwege de nu ingezette reorganisatie?

Volgens mij is, anders dan tien jaar geleden, de tijd rijp voor een volledige herstructurering van het tertiair landbouwonderwijs in Nederland. Daarvoor zijn een aantal goede redenen en voldoende mogelijkheden. Het defensief wordt daarmee ook omgebogen in een offensief

Voorop dient te staan dat Nederland behoefte blijft houden aan onderwijs op het gebied van voedselproductie en -verwerking en inrichting en beheer van de groene ruimte, taken waaraan zowel de Landbouwuniversiteit als het hoger agrarisch onderwijs (hao) invulling geven. Zowel de Landbouwuniversiteit als het hao worden geconfronteerd met een teruglopende belangstelling. Het is een gezamenlijk probleem, dat over de gehele linie leidt tot krimp, beperking van het onderwijsaanbod, afnemende studiefaciliteiten en op den duur wellicht sluiting, zeker wanneer de bekostiging primair gebaseerd blijft op het aantal studenten dat een instelling weet te trekken

Het zou volgens mij goed zijn wanneer de instellingen van het tertiair landbouwonderwijs de handen ineen zouden slaan en dit type onderwijs zou worden geconcentreerd in oon instelling met een hoofdvestiging in Wageningen. Dat past niet alleen goed in de ontwikkeling van het Kennis Centrum Wageningen, maar een dergelijke aanpak zou ook unieke studiemogelijkheden bieden voor toekomstige studenten, waarvan een wervende kracht zal uitgaan

Ik stel me een instelling voor met drie ingangsniveaus (middelbare landbouwschool, havo en vwo) en drie uitgangsniveaus (ing/BSc, ir/MSc en dr), waarbinnen studenten al naar gelang hun capaciteiten en belangstelling een meer praktijkgericht of een meer wetenschappelijk georiƫnteerd traject doorlopen. Een overstap van hao naar LUW of omgekeerd is dan niet meer nodig of weinig problematisch: men verlegt de koers. Het vereist dat in elk geval een deel van de vakken op verschillende niveaus gegeven wordt, maar ook dat er sprake is van synergie, waarmee een aanzienlijke besparing te realiseren valt. Dat geldt ook voor de kosten van bestuur en beheer en het gebruik van ruimten en faciliteiten. Ik denk dat van een dergelijke instelling ook een grotere aantrekkingskracht op buitenlandse studenten uit gaat. Door de komst van het hao naar Wageningen ondervinden typische landbouwvakken ook een sterke impuls. Omgekeerd kan het hao kunnen profiteren van de breedte die in Wageningen aanwezig is, van de vele faciliteiten en niet in de laatste plaats van de aanwezigheid van DLO en andere instellingen op landbouwgebied

Een centrale vraag is natuurlijk of toekomstige studenten hierop zitten te wachten. Ik denk van wel. Mijns inziens hebben de meeste studenten helemaal geen behoefte aan de strenge onderwijskundige en ruimtelijke scheiding tussen het hoger beroeps- en het universitair onderwijs. Zij houden mijns inziens veel liever hun keuzen open tot later in de studie, zoals dat ook op de middelbare school het geval is. Ik weet dat van zeer nabij

Verder wordt natuurlijk onmiddellijk geroepen dat veel hao-studenten niet naar Wageningen willen, maar liever in de regio blijven. Voor Velp, Deventer, Dronten, Den Bosch en Delft valt dat standpunt niet goed te verdedigen. Voor Leeuwarden geldt het wellicht wat meer, maar daar moet een oplossing voor te vinden zijn. Tenslotte doet de gedachte van een speciale propedeuse in Leeuwarden, verzorgd vanuit Wageningen, tegenwoordig weer opgeld

Natuurlijk zal een dergelijke samenvoeging personele consequenties hebben. Dat is niet anders dan nu het geval is. Het verschil is dat een bundeling van krachten leidt tot overleving van de instellingen als zodanig en dat daarmee het personele offer in elk geval nog iets oplevert

Tenslotte meen ik dat de door mij beoogde instelling voor tertiair onderwijs in al haar breedte ook een eind maakt aan de totale verwarring die in Nederland op dit gebied heerst. Formeel zijn hbo en universitair onderwijs naar hun doelstellingen strikt gescheiden: het hbo richt zich op de praktijk en dient nauw te zijn afgestemd op de behoeften van het bedrijfsleven, het universitair onderwijs is wetenschappelijk van aard en niet beroepsgericht. De verwarring is echter compleet: hbo-instellingen beschikken over allerlei constructies om MSc-titels te vergeven en het universitair onderwijs moet zich volgens de vorige minister van Onderwijs sterker richten op het bedrijfsleven. Twente geeft daar ook invulling aan. In Amsterdam zochten onder wijlen collegevoorzitter Gevers de Hogeschool van Amsterdam en de universiteit elkaar op, in Utrecht is dat uit den boze. En om dicht bij huis te blijven: Wageningen beoogt de herinvoering van een BSc-diploma (lees: kandidaatsexamen), maar zonder civiel effect en vooral bedoeld om de instroom van hbo-studenten te vergemakkelijken zonder uitdrukkelijk te hoeven letten op de aanwezigheid van de vereiste voorkennis

Kortom, het wordt mijns inziens tijd dat Wageningen snel tot zaken komt met het hao en daarmee de rest van Nederland een stap voor is

De tijd is rijp voor een nieuwe jas voor het tertiair landbouwonderwijs. Wat een uitdaging!

Re:ageer