Wetenschap - 1 januari 1970

Nieuwe hoogleraar landschapsarchitectuur pleit voor zachte ontwerpen

Nieuwe hoogleraar landschapsarchitectuur pleit voor zachte ontwerpen


De Koreaans-Amerikaanse Jusuck Koh is vrijwel zeker de nieuwe hoogleraar
landschapsarchitectuur. Koh presenteerde zich donderdag 5 juni voor een
volle collegezaal in de Hucht on-Wagenings, namelijk als een stedelijk
georiƫnteerde landschapsarchitect met een voorkeur voor zachte, oosterse en
feminiene invloeden in het ontwerp. Koh heeft nu in Korea een eigen bureau
Oikos, en heeft veel Amerikaanse contacten in Pennsylvania en Harvard.
,,Als ik naar Harvard of Berkeley ga, en ik spreek daar met studenten, dan
moet ik kunnen zeggen: kom studeren in Wageningen'', zo verwoorde Koh zijn
ambitie. Volgens Koh ligt de basis er al. Er moet alleen nog een PhD-
programma worden opgezet, de contacten met Alterra en andere
onderzoeksinstituten moeten verder aangehaald, de internationale netwerken
moeten uitgebouwd, het studentenblad Topos moet een echt vaktechnisch
publicatiemedium worden, en er moet agressief worden gerekruteerd.
Tijdens de voordracht maakte Koh duidelijk dat hij bij het volbrengen van
die ambitie vooral open wil staan. Open naar de maatschappij toe, open naar
de natuurwetenschap, open naar de sociale wetenschap, open naar de
filosofie, open voor discussie en debat, maar ook open naar de inbreng van
studenten. ,,Soms vormt ervaring een belemmering'', zei hij, verwijzend
naar de manier waarop studenten met de computer om kunnen gaan.
Wil Wageningen een leidende landschapsarchitecturale school worden, dan
moet de landschapsarchitectuur volgens Koh zijn basis vinden in theorie.
,,We moeten kunnen staven waarom wij zeggen dat een ontwerp goed of slecht
is'', aldus Koh. En dat betekent volgens hem dat de landschapsarchitect
zijn positie definieert tussen maatschappij, wetenschap en kunst in. ,,We
zijn zowel kunstenaar als wetenschapper. We zijn zowel maatschappelijke
actor als uitvinders. We springen daartussen heen en weer.''
Koh hield een pleidooi voor 'zacht ontwerpen'. Hij benadrukte de feminiene
waarden in het ontwerp - 'meer ondersteunend, meer omhelzend' - en
benadrukte de Oosterse traditie van ontwerpen - volgens Koh meer gericht op
de 'spirituele verbinding tussen mensen en het landschap'. Daar komt weer
de openheid bij kijken. ,,Koreaanse architectuur staat open voor alle
vormen van menselijke interventie'', aldus Koh.
,,Open je mind, open je disciplinaire grenzen'', concludeerde Koh. ,,Dat is
niet irrationeel, dat is extrarationeel. Ga verder dan de universiteit
alleen, zorg dat je het publiek bereikt.'' Koh haalde Bruno Taut aan, de
Duitse architect die in 1931 over het Katsura-paleis in Kyoto schreef: ,,In
Katsura, denkt die Auge''. De vorm is in de Westerse cultuur het keyword,
maar waar het om gaat is de interactie tussen mensen en hun omgeving. |
M.W.

Re:ageer