Wetenschap - 1 januari 1970

Nieuwe hoogleraar Natuur- en landschapsbeheer prof. Geert de Snoo:

Nieuwe hoogleraar Natuur- en landschapsbeheer prof. Geert de Snoo:


'Natuur- en landschapsbeheer is de core business voor boeren'

Volgens de nieuwe bijzonder hoogleraar Natuur- en landschapsbeheer prof.
Geert de Snoo gaat het bij agrarisch natuur- en landschapsbeheer om het
zoeken naar nieuwe coalities, bijvoorbeeld met internationale
multinationals. ,,Ik hoor van bedrijven als Heineken, Ahold en Unilever
steeds vaker dat ze op duurzame landbouw inzetten.'' Ook wil hij zich
oriënteren op de omgang met agrarisch natuur- en landschapsbeheer in het
buitenland.

Dat boeren de natuur en het landschap moeten beheren is voor De Snoo klip
en klaar. ,,Natuur- en landschapsbeheer is de core business voor boeren'',
stelt hij. ,,Als ze hun inkomen tenminste op een duurzame manier willen
verwerven. Als je zegt dat de agrarische productie de core business is, dan
denk je gelijk weer in de tweedeling productie-natuur. Het is niet zo dat
boeren alleen maar produceren. Toch krijgen ze in de praktijk wel de keus
voorgelegd tussen subsidie op het verbouwen van maïs of subsidie op het
beschermen van weidevogels. Dat is een rare keuze.''
De Snoo studeerde biologie in Amsterdam en werkte het grootste deel van
zijn carrière bij het Centrum voor Milieukunde, het interfacultaire en
onafhankelijk opererende instituut van Leiden Universiteit dat
milieuonderzoek doet. Hij is daar hoofd van de sectie Ecosystemen en
milieukwaliteit, en al jaren betrokken bij onderzoek naar de ecologische
kwaliteit van het agrarische landschap. De Snoo deed onder andere onderzoek
naar de neveneffecten van bestrijdingsmiddelen op natuur en landbouw, naar
deelname aan en inpasbaarheid van het beheer van slootkanten en
akkerranden, en naar de sociaal-economische betekenis van agrarisch
natuurbeheer.
Sinds kort richt De Snoo zich meer op duurzaamheid. Hij is betrokken bij
het project Duurteelt.nl, een communicatieproject gefinancierd door
bedrijfsleven en overheid rond de site www.agriwijzer.nl die boeren moet
bewegen tot duurzame landbouw. De Snoo verwacht dat multinationals in de
toekomst meer oog zullen krijgen voor agrarisch natuur- en
landschapsbeheer. ,,Ik hoor van bedrijven als Heineken, Ahold en Unilever
steeds vaker dat ze daarop inzetten. Die zeggen: wij zijn een
kwaliteitsbedrijf en dat verwachten we ook van onze toeleveranciers. Dus
geen kinderarbeid, en zorgen voor een goed milieu, en daar hoort natuur ook
bij.''
De discussie rond het agrarisch natuur- en landschapsbeheer is soms
doordrenkt van moeizame compromissen en belangentegenstellingen. Zo zijn
daar de boeren die aan natuur- en landschapsbeheer doen, die hun
bedrijfsvoering aanpassen aan de landschappelijke en ecologische output die
ze nastreven, en zich organiseren in agrarische natuurverenigingen om dit
financieel en organisatorisch rond te breien. Dan zijn er de ecologen die
aan het agrarische beheer sleutelen, die zoeken naar mogelijkheden om de
ecologie te kunnen stimuleren met agrarische middelen.
Tegelijkertijd zijn er de hardcore-ecologen die streven naar natuur die
puur naar ecologische maatstaven wordt beoordeeld, en de op productie
gerichte boeren die natuur- en landschapsbeheer beperkend vinden voor hun
op groei gerichte bedrijfsstrategie.
Dat de discussie soms op scherp gezet kan worden, bleek in 2001, toen de
Wageningse ecologen dr David Kleijn en prof. Frank Berendse in het
toonaangevende wetenschappelijke tijdschrift Nature schreven dat agrarisch
natuurbeheer nauwelijks effectief is. Er volgde een debat dat eigenlijk
alleen maar duidelijk maakte dat er veel belangentegenstellingen leefden.
Sommige ecologen zagen het onderzoek van Berendse en Kleijn als wapen om
nog eens hardop te zeggen dat agrarisch natuurbeheer niet deugt. Agrarische
natuurverenigingen zoals In Natura vochten de wetenschappelijke
onderbouwing van de ecologen aan.
Inmiddels is de strijd wat geluwd. Tekenend hiervoor is de gezamenlijke
financiering van De Snoos bijzondere leerstoel door LTO Nederland,
Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, De Unie van Waterschappen, de Unie van
Landschappen en het ministerie van LNV. De Snoo ziet de geleidelijk dovende
emotionele elementen in de discussie als een uiting van een langzaam
voortgaande cultuurverandering. ,,Nu vinden we het gek dat we dertig,
veertig jaar geleden de vuilnis in de grachten gooiden. Dat kan nu niet
meer. Hetzelfde geldt voor agrarisch natuur- en landschapsbeheer. Daarmee
kun je nu een slag maken.''
In de dag die De Snoo tot zijn beschikking heeft als bijzonder hoogleraar
wil hij zich op drie zaken richten: op de uitbouw van het
natuurwetenschappelijke en het sociaal-economische onderzoek en de
integratie daarvan in een internationaal perspectief.
Als eerste wil hij verder met het onderzoek naar de effectiviteit van het
agrarisch natuur- en landschapsbeheer. ,,Het onderzoek van Berendse en
Kleijn is een trigger geweest om verder na te denken over hoe je zulk
onderzoek kunt doen.'' Een nieuw onderzoeksgebied is bijvoorbeeld de vraag
of agrarisch natuurbeheer effectiever werkt als je op grotere schaal
maatregelen neemt met waterbeheer, uitgesteld maaien, enzovoorts. Ir
Willemien Geertsema van Alterra heeft modelmatig uitgerekend dat dit werkt,
maar hoe dat in de praktijk valt blijft nog ongewis. De Snoo zoekt hierbij
nadrukkelijk de samenwerking tussen onderzoek en praktijk, zodat boeren en
onderzoekers van elkaar kunnen leren. ,,Ecologie en landbouw lijken
verschillende werelden te zijn, maar ze kunnen elkaar wel versterken.''
De tweede ambitie van De Snoo is onderzoeken hoe natuur- en
landschapsbeheer een centraal onderdeel kan worden van duurzaam ondernemen.
De Snoo wijst hierbij op het plattelandsonderzoek van de Wageningse
socioloog prof. Jan Douwe van der Ploeg en de visie Boeren voor Natuur van
Alterra. Daarbij moet het volgens De Snoo verder gaan dan de vraag wie het
beheer van natuur en landschap moet betalen. ,,Als je direct in termen van
geld denkt, vereng je het probleem. Dan maak je het direct tot een
economisch vraagstuk.'' Je moet sturen op een andere manier van denken, en
dat kan volgens De Snoo bijvoorbeeld via grote levensmiddelenbedrijven:
,,Je moet meer op de emotie van mensen inspelen. Duurzaam produceren bereik
je niet door de consument hapsnapkeuzemogelijkheden te bieden in de
supermarkt.''
Als derde wil De Snoo die twee lijnen van onderzoek met elkaar verbinden
door de blik op het buitenland te werpen. ,,De vraagstelling rond agrarisch
natuur- en landschapsbeheer is geen typisch Nederlandse. Het is een tendens
die in heel West-Europa speelt'', stelt hij. ,,Voor zover ik weet is deze
leerstoel de enige in Europa. De vraag is: zijn er verwanten te vinden?'' |

Martin Woestenburg, foto Guy Ackermans

Re:ageer