Organisatie - 30 april 2015

Nieuwe CVI-directeur wil contractonderzoek uitbouwen

tekst:
Albert Sikkema

Ludo Hellebrekers, de nieuwe directeur van het CVI, wil het publiek- private onderzoek in Lelystad uitbreiden. Samenwerking is noodzaak in de nieuwe One Health benadering.

Toen Hellebrekers nog voorzitter was van de KNMvD, de beroepsvereniging van dierenartsen, bedacht hij wat er zo leuk was aan zijn werk. Hij merkte dat hij energie kreeg van bestuurlijke uitdagingen en het opzetten van publiek-private innovatieprojecten. Om die reden solliciteerde hij op de functie van directeur van het Centraal Veterinair Instituut (CVI). ‘Ik opereer graag op het grensvlak van kennis, beleid en industrie. Die uitdaging biedt de nieuwe baan bij het CVI.’

Hij komt op een interessant moment. Per 1 januari dit jaar is de directie van het CVI gesplitst. Andre Bianchi is sindsdien manager van de wettelijke onderzoekstaken van het instituut, terwijl Hellebrekers per 1 juni verantwoordelijk wordt voor het overall management, inclusief het contractonderzoek. Wat vind hij van die opsplitsing? ‘Vanuit de politiek is het begrijpelijk dat je de verantwoordelijkheden voor wettelijke onderzoekstaken en contractresearch scheidt. Dus in die zin snap ik het, hoewel er bij het CVI totaal geen problemen waren toen die taken nog binnen één functie zaten. Maar in deze nieuwe situatie is de samenwerking tussen de twee managers cruciaal.’

Het is niet de enige keer dat Hellebrekers de samenwerking wil zoeken. Hij wil een grote rol spelen in het National Centre for One Health, waarin Wageningen UR, de Universiteit Utrecht en het Universitair Medisch Centrum Utrecht nauwer gaan samenwerken op het gebied van humane en veterinaire gezondheid. ‘Er is al nauwe samenwerking tussen onderzoekers op het gebied van besmettelijke dierziekten, het antibioticagebruik, diergezondheid en dierenwelzijn’, zegt Hellebrekers, ‘maar er is nog veel te winnen in de kennisuitwisseling met huisartsen, dierenartsen, GGD’s en kwaliteitsmanagers in de voedingsindustrie. We hebben een gemeenschappelijk werkveld, om de populaties mensen en dieren gezond te houden.’

Daarbij brengt het CVI hoogstaande kennis en prima faciliteiten in, weet Hellebrekers uit zijn eerdere werk. ‘Ik heb me wel eens afgevraagd: waarom krijgt het CVI niet meer publieke waardering, gelet op haar inhoudelijke naam en faam onder vakgenoten? Daar wil ik aan werken, aan het vergroten van de interne trots, de externe erkenning en de zichtbaarheid van het instituut. Op die manier hoop ik meer onderzoek naar ons toe te trekken.’

Foto: William Hoogteyling



Re:ageer