Organisatie - 19 oktober 2006

Nieuwbouw/ ‘Jaarlijks tien miljoen besparen’

De eerste medewerkers staan op het punt het nieuwe Atlas te betrekken, en ook het Forum is zo goed als klaar. De nieuwbouw voor Wageningen UR werd een jaar of vijf geleden gepresenteerd als een besparing die en passant ook zou zorgen voor betere samenwerking en modernere faciliteiten. Toch mopperen veel hoogleraren en managers bij DLO over hoge huisvestingslasten. De financiële man van de raad van bestuur, Tijs Breukink, legt uit.

Hoe is het met die besparing?
‘We hebben een paar jaar geleden berekend dat de nieuwbouw ons jaarlijks tien miljoen euro aan kosten zou besparen. Daar gaan we nog steeds van uit. Van die besparing zal ongeveer tachtig procent ten goede komen aan de universiteit en twintig procent aan de instituten. Uiteindelijk moet de besparing ten goede komen aan onderwijs en onderzoek. Circa vijf jaar geleden hebben we besloten om de huisvestingslasten van de Universiteit zichtbaar te maken voor de gebruikers. De lasten voor groepen die zouden verhuizen hebben we gebaseerd op de nieuwe huisvestingssituatie.’

Waar vergelijkt u mee, als u over die besparing praat?
‘Wij vergelijken dat met de prognose voor de huisvestingslasten bij ongewijzigd beleid. Als we geen nieuwbouw hadden gepleegd, hadden we flink moeten investeren in onze oude panden. Dat was een stuk duurder geworden.
Er is in het verleden vaak bezuinigd op onderhoud van gebouwen. Dat houd je een poosje vol, maar niet eeuwig. Op een gegeven moment moet je een inhaalslag maken.’

Hoe verhouden de lasten zich met vijf jaar terug, dus voor die investeringen in renovatie of nieuwbouw?
‘Dat kan ik niet zeggen, die vergelijking is moeilijk te maken.’

U wilt een deel van de kosten van de nieuwbouw betalen door bestaande panden te gaan verkopen. Lukt dat?
‘Wij slagen er vooralsnog goed in om aan de financieringsbehoefte te voldoen. Wij werken aan de verkoop en hebben de tijd om een goede prijs te maken. Wij hebben ook nogal wat onroerend goed buiten Wageningen te verkopen, en kunnen op ons gemak met de gemeenten goede afspraken te maken. Wij gaan niet zelf voor projectontwikkelaar spelen, maar willen er wel voor zorgen dat we ons bezit goed tot waarde brengen. Wij zijn niet rijk in de zin dat we dit project zomaar van de bankrekening kunnen betalen. We zullen moeten verkopen om de financiering rond te krijgen. Maar met een verstandig en solide beleid moet het zeker lukken.’

Vorig jaar stond volgens een schatting 28 procent van de gebouwen van DLO leeg. Hoe kan dat?
‘Er stond veel leeg, maar deze cijfers klinken dramatischer dan de werkelijkheid. Het ging vooral om kasruimtes en stallen. Een groot deel van die ruimtes is of wordt afgestoten en voordat je zoiets voor elkaar hebt staan ze natuurlijk even leeg.’

Bij DLO zijn de tarieven voor huisvesting flink omhoog gegaan, waarom?
‘Bij DLO rekenden wij met een afschrijvingstermijn voor gebouwen van zestig jaar. Dat is niet van deze tijd. Gebouwen gaan korter mee, of vragen in ieder geval om een grondige renovatie. Wij hebben daarom de termijn teruggebracht naar veertig jaar. Daardoor stijgen de huurlasten, maar zijn ze meer in lijn met de werkelijk te maken kosten. Bij DLO rekenen we bedrijfsmatig. Kapitaallasten worden in rekening gebracht bij de gebruiker, die ze zoveel mogelijk moet doorberekenen aan de klanten. Dat is het uitgangspunt van beleid geworden.
Dat lijkt natuurlijk een extra kostenpost voor de instituten waarbij ik me realiseer dat dat niet altijd op te brengen is. Maar zo kunnen er keuzes gemaakt worden die helder en herkenbaar zijn.
Aan de positieve kant staat dat wij nieuwe afspraken hebben gemaakt met het ministerie over onze tarieven. Die waren niet kostendekkend. Recent hebben we afgesproken dat we de tarieven voor volgend jaar met vijf procent mogen verhogen. Dat is een mooie stap om het gat te verkleinen. Bovendien hadden we een algemene eis aan de instituten dat zij 3,5 procent winst moesten maken per jaar. Eis is misschien niet het woord, want het werd zelden gehaald, maar laten we het een streven noemen. We hebben nu gezegd dat we dit streven loslaten, en van geval tot geval bezien wat een haalbare marge is.’

De verhoging van de LNV-tarieven kan ook slecht nieuws betekenen voor onderzoekers. Als het ministerie haar totale onderzoeksbudget niet verhoogt, maar wel meer betaalt per uur, betekent dat minder werk.
‘Dat is rekenkundig juist. We zijn daarover nog in gesprek en we hebben nog wat tijd om ons daar eventueel aan aan te passen. In de tussentijd kunnen we op zoek naar nieuwe markten. En wie weet brengt een nieuw kabinet ook wel nieuwe investeringen in onderzoek. Belangrijk voor ons is dat onze tarieven kostendekkend zijn. Wij kunnen niet anders.’

Een leerstoelgroep op de Leeuwenborch klaagt over een huurlast van bijna 377 euro per vierkante meter. Veel hoger dan commerciële tarieven voor vergelijkbare ruimtes. Hoe kan dat?
‘Bij huurprijzen moet je altijd goed letten op de rekenmethode. Is het, om technisch te worden, vrij verhuurbaar oppervlak, of functioneel netto oppervlak? Dat bedrag herken ik in ieder geval niet. Wij berekenen het departement Maatschappijwetenschappen 142 euro per vierkante meter functioneel netto oppervlak. Dat is zeg maar de kale huur. De kenniseenheid is vrij om een eigen doorrekeningssystematiek vast te stellen. De kantine, de schoonmaak, beveiliging, en dat soort dingen moeten natuurlijk ook betaald worden. Maar ik vind niet dat wij voor het vastgoed extreme tarieven rekenen.’

Bij de universiteit zeggen veel mensen dat veel kosten worden doorgerekend aan de gebruiker, maar dat ze daar onvoldoende voor gecompenseerd worden. U zegt dat ze zelf moeten gaan betalen voor de huisvesting maar geeft er onvoldoende budget voor.
‘Waar zou dat geld dan blijven? Nee hoor, als wij kosten verschuiven naar decentraal, gaat het geld mee. Het is wel zo dat we veel tegelijk hebben veranderd, waardoor voor mensen niet meer duidelijk is waar welk budget is gebleven. Natuurlijk houden wij geen geld achter. Integendeel, wij proberen door nieuwbouw en kostenbesparingen juist zo veel mogelijk geld vrij te maken voor onderwijs en onderzoek.’

Veel mensen die moeten gaan verhuizen, klagen dat ze te weinig ruimte krijgen of onhandig gehuisvest worden. Zitten ze nu te ruim of straks te krap?
‘Wij zitten nu per saldo te ruim in ons jasje. Als het hele project is afgerond hebben we dertig procent minder meters ter beschikking, maar wel hele mooie meters. Wij denken dat we zometeen echt niet te krap zitten. We hebben een vergelijking gemaakt met andere universiteiten. Daar komen we heel redelijk uit.
Als er gemopperd wordt, willen wij de klachten zo serieus mogelijk nemen. Wij weten dat huisvesting meer is dan vierkante meters. Het gaat ook om psychologie, cultuur en werksfeer. Daar houden we rekening mee.’

Uw voorgangers hebben de totale kosten op 170 miljoen euro geschat. Gaat het mee- of tegenvallen?
‘Er zijn mee- en tegenvallers. Wij sturen erop aan om binnen dat budget te blijven, en vooralsnog lukt dat. In gesprekken met de bouwers hierover laat ik me liever niet te veel in de kaart kijken.’

Het wordt geen Betuwelijn-affaire?
‘Nee, het wordt zeker geen Betuwelijn.’

Re:ageer