Organisatie - 1 januari 1970

Nieuw toelatingsbeleid buitenlandse bachelors

De onlangs verschenen nota over het toelatingsbeleid voor de MSc-opleidingen van Wageningen Universiteit heeft veel stof doen opwaaien. Een analyse van de gevolgen van het nieuwe toelatingsbeleid voor studenten met een buitenlands diploma in acht stappen.

Wat gebeurt er met de toelatingseisen?
Studenten met een buitenlands bachelordiploma mogen alleen nog instromen als ze minder dan drie bijspijkervakken hoeven te volgen in hun masterprogramma. Drie vakken komt neer op maximaal 13 studiepunten of 18 ECTS.
Hbo-studenten zullen in een aantal gevallen de mogelijkheid krijgen om zichzelf bij te spijkeren door een voortraject te volgen. Voor buitenlandse studenten bestaat die mogelijkheid niet. Wageningen gaat wel proberen de buitenlandse vooropleidingen beter op Wageningen te laten aansluiten, en de studenten ‘op afstand’ bij te spijkeren.

Waarom wordt de maatregel genomen?
Wageningen wil tot de top vijf van beste universiteiten behoren op het gebied van levenswetenschappen en natuurlijke hulpbronnen.

Hoeveel buitenlandse studenten stromen ieder jaar in?
Meer dan de helft (335) van de 650 studenten die in 2003 aan een Wageningse MSc begonnen, heeft een buitenlands diploma. De overige instroom van buiten werd gevormd door hbo-studenten.

Scoren buitenlandse studenten slechter dan Nederlandse?
,,Ze werken harder en ze presteren beter'', volgens dr Rob Schipper, studiecoördinator van Internationale ontwikkelingsstudies. Maar volgens een onderzoek scoren buitenlandse studenten op afstudeervakken gemiddeld een 7.54. Dat is 0,3 punt lager dan studenten die van het vwo komen. Goede statistische vergelijkingen zijn er echter nog nauwelijks.
Opleidingscoördinatoren zijn over het algemeen tevreden over de kwaliteit van ‘hun’ buitenlandse studenten. Elke opleidingscoördinator erkent dat er wel eens wat studenten tussen zitten die minder kunnen en kennen dan de toelatingscommissie had gedacht. Het verhogen van de norm voor bijspijkervakken zal dat dus niet kunnen voorkomen.

Wat zijn bijspijkervakken?
Dat zijn vakken die niet standaard in het MSc-programma zitten, maar worden toegevoegd om hiaten in kennis op te vullen. Ze moeten echter wel van voldoende niveau zijn. Wageningse vakken zijn opgesplitst in drie niveaus. In de nota wordt gesteld dat bijspijkervakken altijd van het niveau twee moeten zijn.
Het niveau-systeem is in 2000 ingevoerd en is volgens dr Henny van Lanen, studiecoördinator Hydrologie en waterkwaliteit, aan herziening toe. ,,Aanvankelijk waren eerstejaarsvakken van niveau één, tweedejaars vakken van niveau twee, enzovoort. Maar nu zijn er wiskundevakken van niveau twee die zo moeilijk zijn dat maar weinig studenten ze kunnen doen. Toch vallen ze dus onder de bijspijkervakken.''

Hoe vaak worden meer dan dertien studiepunten aan bijspijkervakken ingebouwd in de individuele masterprogramma's?
Uit navraag bij dertien masteropleidingen blijkt dat vijf opleidingen studenten soms de mogelijkheid geven om binnen de MSc voor meer dan dertien studiepunten bij te spijkeren. De meeste opleidingen nemen alleen in noodgevallen meer dan drie basisvakken op in het individuele leertraject van een student. Dat gebeurt als de inschatting van toelatingscommissie onjuist blijkt en de student lager scoort dan verwacht werd.
Een aantal studenten gebruikt daarvoor de stageruimte, omdat buitenlandse studenten met ervaring daar vaak voor vrijgesteld worden.

Wat wordt er bijgespijkerd?
Vaak worden wiskundevakken opgenomen in het programma. Een tekort aan inhoudelijke kennis wordt vaak opgevuld met vakken uit het bijbehorende bachelorprogramma.
Niet alle studenten die bijspijkeren missen diepgang. Volgens de dr Rien Komen, voorzitter van het onderwijsinstituut Maatschappijwetenschappen, hebben veel studenten uit het buitenland goede disciplinaire kennis. Om over te schakelen naar de Wageningse thematisch gerichte opleidingen als ontwikkelingsstudies, volgen deze studenten soms wel thematische basisvakken.

Gaat deze maatregel het gewenste effect hebben?
Bij het grootste deel van de opleidingen zal de kwaliteit en de kwantiteit van de instromers met een buitenlands diploma niet veranderen.
Het aanbieden van basale kennis aan masterstudenten is op dit moment geen beleid, maar slechts een noodgreep voor het enkele geval dat een student door de mazen van het toelatingsnet glipt. Om te voorkomen dat er onvoldoende gekwalificeerde studenten instromen lijkt een betere kennis van het niveau van buitenlandse opleidingen daarom van groter belang. De plannen maken het juist voor goede bachelors, wiens opleiding niet precies op een Wageningse MSc aansluit, lastiger om in te stromen in de Wageningse MSc-opleidingen.
Guido van Hofwegen

Re:ageer