Wetenschap - 9 september 2016

Nieuw pleidooi voor landbouw- en voedselbeleid (video)

tekst:
Albert Sikkema

Europese boeren, burgers en supermarkten moeten samen een nieuw Europees landbouw- en voedselbeleid gaan opstellen. Dat adviseren Krijn Poppe en Louise Fresco van Wageningen University & Research in een position paper. Fresco hield vandaag de Mansholt-lezing in Brussel over dit onderwerp.

Het huidige Europese landbouwbeleid is aan revisie toe, constateren Poppe en Fresco, omdat het op te weinig draagvlak kan rekenen bij de bevolking. Ze stellen een aanpassing voor, waarbij de directe inkomenssteun aan de boeren fors omlaag gaat. Een verlaging van de inkomenssteun is nodig door de Brexit en een verschuiving van prioriteiten in Europa, maar ook om geld vrij te maken voor maatschappelijke diensten van de boeren.

Ecosysteemdiensten
Poppe en Fresco pleiten voor subsidies voor ecosysteemdiensten, rurale ontwikkeling en gezonde voeding. Boeren moeten meerjarige contracten kunnen afsluiten met de overheid voor bijvoorbeeld natuurbehoud, waterbeheer, landschapsbehoud en cultuurhistorie. Die subsidies kunnen vaak door de nationale of provinciale overheid worden vastgesteld op basis van de specifieke behoeften van een land of regio, waarbij Brussel alleen nog de bestedingen controleert.

Krijn Poppe is landbouweconoom bij Wageningen Economic Research (tot voor kort het LEI) en Louise Fresco is schrijver en bestuursvoorzitter van Wageningen University & Research.

- Helaas, uw cookie-instellingen zijn zodanig dat de Video niet getoond kan worden - pas uw permissie voor cookies aan

Grootgrondbezitters
De auteurs zijn tegen een flat rate, waarbij alle Europese boeren evenveel subsidie krijgen voor hun hectare landbouwgrond. Dat lijkt eerlijk, maar is dat in werkelijkheid niet volgens Poppe en Fresco, omdat de landbouwproductiviteit en grondprijzen in Europa sterk uiteen lopen. Grootgrondbezitters moeten niet langer de meeste Europese subsidies opstrijken, vindt Poppe. En dat de inkomenssteun gebruikt wordt als armoedebestrijding op het platteland in bijvoorbeeld Roemenië vinden de auteurs geen probleem; als dat migratie tegengaat, is dat wellicht ook gewenst. Door het Europese geld specifiek in te zetten voor maatschappelijke doelen, zal het draagvlak bij de burgers groter worden.

Dienstverlening
Daarom ook willen Poppe en Fresco de maatschappelijke dienstverlening door boeren explicieter maken. In het huidige Europees landbouwbeleid bestaat al een ‘tweede pijler’ voor rurale ontwikkeling, waar bijvoorbeeld het agrarisch natuurbeheer uit wordt betaald. Het huidige landbouwbeleid knippen de auteurs op in drie pijlers: inkomenssteun, ecosysteemdiensten zoals natuurbehoud en rurale ontwikkeling. Daarnaast introduceren ze een nieuwe pijler gericht op de consumptie van gezond en duurzaam voedsel en een vijfde voor monitoring en onderzoek. Onder de tweede pijler zit bijvoorbeeld klimaat-slimme landbouw, om de gevolgen van de klimaatverandering voor de voedselvoorziening op te vangen. Onder de derde pijler zit bijvoorbeeld regionaal beleid om de landbouw te herstructureren, zoals een fonds voor duurzame varkenshouderij in de Peel of Polen. En de vierde pijler kan zich onder meer richten op de lifestyle van consumenten met een gezond voedingspatroon.

Hogere prijzen
Al met al zal dit nieuwe landbouw- en voedselbeleid leiden tot iets hogere voedselprijzen, schat de econoom Poppe. Maar die hogere prijzen zijn nodig om duurzame voedselketens te ontwikkelen waarin de consument de werkelijke prijs voor voedsel betaalt en ook de boeren een goede boterham kunnen verdienen. Boer, supermarkt en consumentenorganisaties moeten die voedselketens samen kunnen arrangeren in het nieuwe Europese beleid.


Re:ageer