Wetenschap - 1 januari 1970

Nieuw: malariaverwachting

Wageningse wetenschappers kunnen binnenkort mogelijk voorspellen waar en wanneer malariamuggen actief zijn. 95 procent van de larven van de mug groeit op in ondiepe plassen. Entomologen en meteorologen onderzoeken nu met een model van deze plassen of en hoe ze het massaal uitvliegen van jonge malariamuggen kunnen voorspellen.

Het systeem is relatief simpel, vertellen entomoloog dr Willem Takken en meteoroloog dr Adrie Jacobs. Met geografische informatiebestanden bepalen de onderzoekers de accidentatie van een gebied. Dat wordt met veldonderzoek gecontroleerd. Daarna is het mogelijk om uit te rekenen hoeveel ondiepe poelen er in een gebied zijn.
Met een nieuw meteorologisch model kunnen de onderzoekers vervolgens schatten hoe snel de muggenpopulatie in het water tot ontwikkeling komt. Door deze gegevens te combineren, voorspellen ze hoeveel muggen er geproduceerd worden. Hoe meer muggen er zijn, hoe groter de kans dat zij de parasiet Plasmodium, die malaria veroorzaakt, overbrengen op mensen.
Met de voorspelling kunnen lokale sociaal werkers vervolgens met de lokale bevolking werken aan het dichten van de poeltjes. Dat kunnen natuurlijke poeltjes zijn maar ook plassen die ontstaan door regenwater in voetstappen of bandensporen. De methode is volgens Takken goedkoper dan bestrijding met biologische bestrijdingsmiddelen. Hij denkt vooral in dorpen en steden zo te kunnen werken. 'En over tien jaar leeft de helft van de Afrikanen in stedelijke gebieden.'
Het is zowel voor de entomologen als voor de meteorologen nieuw terrein. 'We weten nog niets van de manier waarop de larven in die ondiepe plassen opgroeien', vertelt Takken. De temperatuur kan daarin op de plekken rondom de evenaar schommelen tussen de vijftien en vijftig graden, en hoe de larven daarop reageren is voor entomologen nog koffiedik kijken. De manier waarop zonlicht die temperatuur beïnvloedt is voor meteorologen weer onbekend terrein, aldus Jacobs.
Aio ir Krijn Paaijmans doet op het ogenblik veldonderzoek rondom de West-Keniaanse stad Kisumu. Hij groef ondiepe plassen en hing daar drijvende meetapparatuur in om te kijken hoe de temperatuur fluctueert, en wat daarvan het gevolg is voor de muggenlarven die in die plassen leven. De gegevens van Paaijmans worden gebruikt om het model van Jacobs te toetsen en uit te breiden.
Het voorspellingssysteem kan vooral in de dichter bevolkte gebieden een makkelijk en goedkoop middel zijn tegen malaria. In een gebied zoals dat rondom Kisumu lijdt tachtig procent van de kinderen permanent aan malaria, vertelt Takken, en een kwart van de kindersterfte is te wijten aan de ziekte. 'Als je dat hiermee enkele procenten kunt verminderen, dan ben je al aardig op de goede weg.' / MW

Re:ageer