Wetenschap - 1 januari 1970

Nieuw gen in aardappel slaat drie vliegen in één klap

Nieuw gen in aardappel slaat drie vliegen in één klap

Nieuw gen in aardappel slaat drie vliegen in één klap


Onderzoekers van Plant Research International hebben een transgene
aardappel ontwikkeld die resistent is tegen drie belangrijke insectenplagen
tegelijk: coloradokever, de Europese maïsboorder en de aardappelmot. De
aardappel heeft een nieuw gen, dat de onderzoekers hebben gemaakt door
genen van een bacterie in stukjes te knippen, door elkaar te husselen, en
de onderdelen te combineren tot één nieuw gen.

De methode die Plant Research International heeft gebruikt staat niet
garant voor succes, zegt dr Ruud de Maagd van het onderzoeksinstituut. Deze
maand publiceerde hij nog een artikel in de Archives of Microbiology waarin
hij beschrijft hoe hij de methode, zonder succes, toepaste op veertien
genen van de bodembacterie Bacillus thuringiensis, om tot een gifstof tegen
een voor maïs schadelijke rups te komen.
,,De stammen van de Bacillus thuringiensis maken, voor zover we weten, meer
dan honderd eiwitten aan die insecten kunnen doden’’, zegt De Maagd.
,,Sommige van de genen die de instructies daarvoor bevatten vind je in
commerciële transgene gewassen, zoals de bekende Bt-maïs. Die is daardoor
bestand geworden tegen de stengelboorder.’’
Wetenschappers ontdekken in de bodembacterie geregeld nieuwe insecticide-
eiwitten en de daarvoor coderende genen, en onderzoeken die op hun
toepasbaarheid. In zijn laatst verschenen artikel keek De Maagd of veertien
van die toxines in staat waren de rups van het Ypsilon-uiltje onschadelijk
te maken, een insect dat in de VS grote schade toebrengt aan de maïsoogst.
,,Geen van de veertien gifstoffen was effectief in kleine hoeveelheden’’,
zegt De Maagd. ,,Daarna hebben we twee genen, die elk een ander eiwit
lieten aanmaken, in stukjes geknipt, door elkaar gehusseld en op
verschillende manieren weer aan elkaar geplakt.’’ Daar kwamen zeven
synthetische genen uit voort, die de onderzoekers in E. Coli-bacteriën aan
de praat kregen. ,,Kunstmatig zou ik de nieuwe genen niet willen noemen’’,
zegt De Maagd. ,,Wat wij in het laboratorium doen gebeurt ook in de
natuur.’’
Geen van de zeven nieuwe gifstoffen werkte echter beter tegen de rupsen dan
de natuurlijke toxinen die De Maagd had getest. De onderzoeker had meer
succes toen hij dezelfde techniek gebruikte om nieuwe genen te maken voor
de aardappel. In de januari-editie van Plant Biotechnology Journal
beschrijft De Maagd hoe één synthetisch gen, dat ook was gemaakt van
genetisch materiaal van de Bacillus thuringiensis, aardappels bleek te
beschermen tegen drie insecten tegelijk: de coloradokever, de Europese
maïsboorder en de aardappelmot. ,,Een voltreffer’’, constateert De Maagd
tevreden.
Het onderzoek naar nieuwe resistentiegenen kan niet alleen uitmonden in
transgene gewassen die minder bestrijdingsmiddelen nodig hebben. De Maagd
ziet nog meer toepassingen. ,,Je zou gemodificeerde bacteriën kunnen
gebruiken als biologisch bestrijdingsmiddel’’, zegt hij. ,,Boeren gebruiken
de Bacillus thuringiensis al tientallen jaren als insecticide.’’ Daarnaast
is het onderzoek ook wetenschappelijk belangrijk, omdat het duidelijk maakt
welke functies de verschillende stukken van de resistentiegenen hebben. |
W.K.

Re:ageer